Biologie V1 §2.2 botten bewegen

§2.2 botten bewegen
Je leert:
  • op welke manieren botten aan elkaar vast zitten
  • hoe een gewricht in elkaar zit
  • welke soorten gewrichten er zijn in je lichaam en hoe deze bewegen.

Je krijgt steeds vragen tussendoor. Maak eventueel aantekeningen. Je mag je boek er bij houden!


1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

§2.2 botten bewegen
Je leert:
  • op welke manieren botten aan elkaar vast zitten
  • hoe een gewricht in elkaar zit
  • welke soorten gewrichten er zijn in je lichaam en hoe deze bewegen.

Je krijgt steeds vragen tussendoor. Maak eventueel aantekeningen. Je mag je boek er bij houden!


Slide 1 - Tekstslide

 4 manieren waarop botten aan elkaar vast zitten
= beenverbinding
1: vergroeiing
2: naadverbinding
3: kraakbeenverbinding
4: gewricht

Slide 2 - Tekstslide

vergroeiing
Het heiligbeen in je bekken bestaat uit een aantal aan elkaar gegroeide wervels.

Geen beweging meer mogelijk

Slide 3 - Tekstslide

Naadverbinding
De schedelonderdelen zijn met grillige naden aan elkaar gegroeid (geen beweging)
Bij baby's zijn de naden nog niet vergroeid (wel beweging)

Slide 4 - Tekstslide

Kraakbeenverbinding
Een kraakbeenverbinding is een beetje beweeglijk

Slide 5 - Tekstslide

Beenverbindingen
vergroeiing
naadverbinding
gewrichten
 kraakbeen

Slide 6 - Sleepvraag

Welke beenverbindingen zijn beweeglijk?
A
Naadverbinding
B
Kraakbeenverbinding
C
Gewricht
D
Vergroeiing

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Hoe ziet een gewricht er uit?
                                                                                                 beweeglijk


Slide 9 - Tekstslide

gewrichten
gewrichtsband zorgt voor stevigheid
gewrichtskapsel beschermt het gewricht en maakt smeer aan
kraakbeen maakt bewegen makkelijk. botten slijten dan niet

Slide 10 - Tekstslide


Welke onderdelen houden de botten bij elkaar?
A
1
B
2 & 6
C
3
D
5

Slide 11 - Quizvraag

Gewrichtskapsel
Gewrichtknobbel
Gewrichtsband
Kraakbeen
Gewrichtskom
Gewrichtssmeer

Slide 12 - Sleepvraag

5 soorten gewrichten
kogelgewricht
scharniergewricht
rolgewricht
zadelgewricht
eivormiggewricht

Slide 13 - Tekstslide

kogelgewricht
Een ronde knobbel in een diepe kom.
Je kan dit gewricht alle kanten op bewegen

Slide 14 - Tekstslide

scharniergewricht
Dit gewricht kan je maar in één richting bewegen
Net als een scharnier in een deur.
tussen opperarm en ellepijp

Slide 15 - Tekstslide

rolgewricht
Dankzij dit gewricht kan je je hand draaien

Slide 16 - Tekstslide

zadelgewricht
tussen middenhandsbeentje van de duim en de handwortel

Slide 17 - Tekstslide

eivormig gewricht
Tussen middenhandsbeentjes en vingers.
Je kunt je vingers een beetje heen en weer bewegen, maar niet zo ver als je duim.

Slide 18 - Tekstslide

Kogelgewricht
Rolgewricht
Scharniergewricht
Eivormig gewricht

Slide 19 - Sleepvraag

Wat is het meest beweeglijke gewricht?
A
kogelgewricht
B
scharniergewricht
C
rolgewricht
D
zadelgewricht

Slide 20 - Quizvraag

Zelf aan het werk met:
Opdrachten in de ELO: Paragraaf 2.2

Je mag uit de online les.
Terug in de les om 11:25!

Even in de les blijven: Tijs, Kwinten, Daan, Emran


Slide 21 - Tekstslide

§2.2
soorten beenverbindingen
vergroeiing, naadverbinding, kraakbeenverbinding, gewrciht

soorten gewrichten
kogel-, scharnier-, rol-, zadel, eivormig gewricht

onderdelen van een gewrciht

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Spieren
Paragraaf 2.3

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Antagonisten zijn spieren met tegenovergestelde werking!
--> Buigspier en Strekspier

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Hoe heten spieren met een tegenovergestelde werking?
A
Concurrent
B
Antagonist
C
Tegenwerker
D
Gewricht

Slide 30 - Quizvraag

De kuitspier en de scheenbeenspier
zijn elkaars antagonist
A
Dat klopt
B
Dat klopt niet

Slide 31 - Quizvraag

Wat gebeurt er als de antagonist
van de buigspier van het
rechterbeen zich samentrekt?
A
Dan buigt het rechterbeen zich.
B
Dan strekt het rechterbeen zich.
C
Dan buigt het linkerbeen zich.
D
Dan strekt het linkerbeen zich.

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Tekstslide

Soorten Spieren

3 soorten spieren:

  • Dwarsgestreepte spieren; kun je bewust aansturen (willekeurige spieren) zitten aan skelet of huid d.m.v. pezen
  • Gladde spieren; die kun je niet bewust aansturen (onwillekeurige spieren) zitten inwendig rond de bloedvaatjes, darmen of bronchieen
  • Hartspiercellen

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Onwillekeurige
spieren ......
A
Kan je niet bewust aanspannen.
B
Spannen aan wanneer jij wil.
C
Zijn spieren van dieren.
D
Zijn spieren die je niet wil.

Slide 37 - Quizvraag

Spelen bij de volgende activiteiten willekeurige of onwillekeurig spieren een rol?
1. hartslag
2. knipogen
A
Beide willekeurige spieren
B
Beide onwillekeurige spieren
C
1 = willekeurige spier, 2 = onwillekeurige spier
D
1 = onwillekeurige spier, 2 = willekeurige spier

Slide 38 - Quizvraag

Slide 39 - Tekstslide