Spaans

Spaans (español)
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Spaans (español)

Slide 1 - Tekstslide

In deze workshop, leer je ...
  • wat weetjes over Spanje en het Spaans
  •  de uitspraak van het Spaans
  • groeten en jezelf voorstellen in het Spaans
  • tellen van 0 tot 20 in het Spaans
  • een aantal familieleden in het Spaans

Slide 2 - Tekstslide

Waar wordt Spaans gesproken in de wereld?

Slide 3 - Open vraag

Slide 4 - Tekstslide

El español/el castellano
  • Er zijn in totaal vijf officiële talen in Spanje: één nationale officiële taal (het castellano) en 4 regionale talen waaronder bijvoorbeeld het Catalaans en het Baskisch.
  • Spaans is de tweede wereldtaal: ruim 500 miljoen mensen over de hele wereld spreken Spaans. 

Slide 5 - Tekstslide

Spanje
  • bijna 14x zo groot als Nederland
  • er zijn in totaal vijf officiële talen in Spanje
  • het Spaanse volkslied: La Marcha Real
  • bestuursvorm?
  • typisch Spaanse gerechten/tradities?

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Felipe Juan

Pablo Alfonso de

Todos los Santos

de Borbón y de

Grecia of

Felipe VI :

koning van

Spanje

Slide 8 - Tekstslide

Tapas
Paella en sangría

Slide 9 - Tekstslide

Stierengevechten
Flamenco

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Hoeveel inwoners heeft Spanje?
A
ongeveer 17 miljoen
B
ongeveer 48 miljoen
C
ongeveer 32 miljoen
D
ongeveer 60 miljoen

Slide 12 - Quizvraag

Welke Spaanse steden ken je?

Slide 13 - Open vraag

Bestuurlijke indeling Spanje
  • Spanje is het meest gedecentraliseerde land van de EU. 
  • Het land bestaat uit twee autonome steden (Ceuta en Melilla) en 17 autonome gemeenschappen.
  • De mate van autonomie verschilt per gemeenschap. Catalonië, Baskenland en Galicië hebben meer eigen rechten dan de overige regio's: spanning en problemen

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Catalonië
  • Na een referendum in 2017 riep Catalonië eenzijdig de onafhankelijkheid uit.
  • Charles Puigdemont had de verkiezing als premier van Catalonië uitgeschreven en was de leider van de afscheidingsbeweging.
  • De regering in Madrid had het referendum verboden en probeerde de stemming onmogelijk te maken door de Spaanse politie hard in te laten grijpen.
  • Uiteindelijk kwam er wel een uitslag: 90%  stemde voor onafhankelijkheid.

Slide 16 - Tekstslide

Catalonië
  • Uiteindelijk riep Catalonië de onafhankelijkheid uit en nam Madrid de controle over de deelstaatregering van Catalonië over.
  • Puigdemont vluchtte naar Brussel, omdat hij bang was gearresteerd te worden, net als andere leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd.
  • Puigdemont leeft nog steeds in ballingschap.
  • Catalonië wordt alweer ongeveer een jaar bestuurd door een regering die voor onafhankelijkheid is. De crisis is dus nog niet voorbij, al zijn er sinds oktober 2017 geen confrontaties geweest.

Slide 17 - Tekstslide

Catalonië

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Uitspraak
  • De c en z worden uitgesproken als een s. In de combinaties za-ce-zo-zu worden ze uitgesproken als de Engelse th zoals in "think": Barcelona, Zaragossa
  • De v wordt hetzelfde uitgesproken als een (zachte) b: Valladolid
  • De ch is in het spaans één letter en wordt uitgesproken als ch in het engelse catch. Bijvoorbeeld Chile 

Slide 21 - Tekstslide

Uitspraak
  • De h wordt niet uitgesproken. Bijvoorbeeld: hola (hallo) 
  • De ll wordt uigesproken als lj. Bijvoorbeeld: paella 
  • De ñ wordt uitgesproken als een nj, bijvoorbeeld España 
  • De r wordt uitgesproken als een r, rollend met de tong voor in de mond.
  • De j wordt uitgesproken als de nederlandse g-klank in bijvoorbeeld dragen.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Slide 24 - Video

veinte
A
10
B
7
C
5
D
20

Slide 25 - Quizvraag

catorce
A
4
B
5
C
14
D
15

Slide 26 - Quizvraag

ocho
A
0
B
8
C
11
D
3

Slide 27 - Quizvraag

Slide 28 - Video

Deel 2
  • Maak groepen van 3 personen
  • Kies per groep een thema uit 
  • Over dit thema zoek je minimaal 20 woorden op waarvan je de vertaling in het Spaans wilt weten
  • Zoek afbeeldingen bij deze woorden en plak deze op het vel papier (vergeet niet het thema zelf te vermelden!)
  • Presenteer je thema aan de klas 

Slide 29 - Tekstslide

Thema's
Familie
Eten/drinken (keuken)
Sport
Feesten
Muziek
Barcelona
Madrid
Natuur

Slide 30 - Tekstslide