Arbowet

1 / 172
volgende
Slide 1: Tekstslide
TechniekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 172 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 41 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Op welke pijlers is de Arbowet gebouwd?
A
Veiligheid, gezondheid en ziekte
B
Gezondheid, milieu en Arbowet
C
Welzijn, gezondheid en ongevallen
D
Veiligheid, gezondheid en welzijn

Slide 16 - Quizvraag

Wat doet een preventiemedewerker?
A
Zorgt voor het eten
B
Heeft de dagelijkse leiding over het bedrijf
C
Helpt bij het opmaken van een RI&E
D
Werkt op de administratie

Slide 17 - Quizvraag

Wat betekent dit bord?

Slide 18 - Open vraag

Welke rechten hebben wij vanuit de Arbowet? (3)

Slide 19 - Open vraag

Wat is de werkgever verplicht om te regelen voor ons als werknemer?
PBM's
Scholing
Veilige en gezonde werkplek
Salaris
lunch
vakantie

Slide 20 - Poll


šŸ˜’šŸ™šŸ˜šŸ™‚šŸ˜ƒ

Slide 21 - Poll

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Welke risico's kan ik lopen tijdens het werk?
A
Vallen van hoogte
B
Struikelen
C
Uitglijden
D
dat de bewaker er niet is

Slide 29 - Quizvraag

Op welke manier wordt het risico berekend?
A
Kans x geluk
B
Effect x Blootstelling
C
Effect x Werk
D
Kans x Effect

Slide 30 - Quizvraag

Wie is er verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkplek?
A
Jijzelf
B
Werkgever & Werknemer
C
Werkgever
D
Werknemer

Slide 31 - Quizvraag

Hoeveel kilo mag ik tillen?

A
21 KG
B
27 KG
C
25 KG
D
23 KG

Slide 32 - Quizvraag

Wat zijn bronnen van gevaar?
A
Aanwezige gereedschappen
B
Het soort werk wat ik doe
C
Geen kennis en geen ervaring met het werk
D
Houding en gedrag

Slide 33 - Quizvraag

Wat zijn 2 doelstellingen van de Arbeidstijden wet?
A
maximale arbeidstijd
B
dat er een kantine moet zijn
C
dat ik pauzes krijg
D
combineren arbeid en zorgtaken

Slide 34 - Quizvraag

Waar staan de letters LMRA voor?
A
Laatste Maand Register Aanname
B
Last Meter Risico Analyse
C
Last Minute Risico Anagram
D
Last Minute Risico Analyse

Slide 35 - Quizvraag

Waar staan de letters C E voor?
A
Chaos Effect
B
Cola Eis
C
ConformitƩ Europene
D
Chocolade Export

Slide 36 - Quizvraag

Wie controleert de Arbeidstijden wet?
A
De vakbond
B
De Arbodienst
C
De werkgever
D
Inspectie SZW

Slide 37 - Quizvraag

Op welke manier kan ik ongelukken op het werk voorkomen?
A
Dronken op mijn werk komen
B
Houden aan de veiligheidsvoorschriften
C
Goodhouse keeping
D
Medicijn gebruik melden aan leidinggevende

Slide 38 - Quizvraag

Welke werkzaamheden zijn risico verhogend?
A
Werken in kou en of hitte
B
Werken op hoogte
C
werken achter een computer
D
kassa werkzaamheden

Slide 39 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een onveilige handeling?
A
Alle bedrijfsvoorschriften volgen
B
Je houden aan de werkinstructie
C
Niet dragen van een veiligheidsbril
D
Aanwezig zijn op het werkoverleg

Slide 40 - Quizvraag

Zijn bedrijven verplicht om een RI&E te laten uitvoeren?
A
Nee
B
Dat maakt de Inspectie SZW voor ze
C
Als ze er tijd voor hebben
D
Ja

Slide 41 - Quizvraag

Welke ongevallen moet ik melden bij de Inspectie SZW
A
Je hebt je gesneden aan een doos
B
Een collega is gevallen in de werkplaats en heeft een gebroken been en moet worden geopereerd
C
Een collega is van de steiger gevallen en moet naar het ziekenhuis
D
Een collega heeft lasspetters in zijn oog gehad en is naar de huisarts geweest

Slide 42 - Quizvraag

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Video

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Video

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Video

Slide 52 - Tekstslide

Welke PBM's zou jij dragen bij het uithakken van cementvoegen?
A
handschoenen, veiligheidsschoenen, ruimzichtbril
B
Helm en veiligheidsschoenen
C
Helm en veiligheidsharnas
D
lashelm en lasschort

Slide 53 - Quizvraag

Ik werk langs de weg, welke veiligheidskleding moet ik dragen?
A
P3 stofmasker en een wergwerpoveral
B
Onafhankelijke adembescherming en een helm
C
Gehoorbescherming en een helm
D
Zichtbaarheidskleding en veiligheidsschoenen

Slide 54 - Quizvraag

Je werkt gedurende een week op een heistelling, het gemeten geluidsniveau 105 dB
A
otoplastieken of oorpluggen
B
Watten of oorpluggen
C
foamdopjes of oorpluggen aan een beugel
D
gehoorkap of otoplastieken

Slide 55 - Quizvraag

Hoe vaak moet een veiligheidsharnas gekeurd worden?
A
elke 3 maanden
B
iedere twee jaar
C
ieder jaar of na een val
D
elk half jaar

Slide 56 - Quizvraag

Een timmerman werkt met een cirkelzaag, moet hij handschoenen dragen?
A
Als hij dat nodig is
B
Ja, want hij moet zijn handen beschermen
C
Nee, met draaiende delen geen handschoenen
D
dat mag de werkgever beslissen

Slide 57 - Quizvraag

Je werkt in een chemisch bedrijf waar je bijtende producten afweegt, welke kleding moet ik dragen?
A
Een chemicaliƫnpak
B
een kunststoffen schort
C
een katoenen overal
D
een synthetische overal

Slide 58 - Quizvraag

Je werkt in de bouw. Bij je werk komt een giftige stof vrij, welk filtermasker moet ik dragen?
A
P4
B
P2
C
P3
D
P1

Slide 59 - Quizvraag

Welke factor is direct bepalend voor de risico's van het werk?
A
Het toezicht door de opdrachtgever
B
Het V&G plan
C
Mijn directeur
D
De werkplek

Slide 60 - Quizvraag

Aan wie moet jij een ongeval melden?
A
Arbeidsinspectie
B
Leidinggevende
C
Medische dienst
D
Collega

Slide 61 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van veilig gedrag op het werk?
A
Anderen aanspreken op onveilige handelingen
B
nooit gebruik maken van gevaarlijke stoffen
C
altijd gehoorbescherming dragen
D
altijd een helm dragen

Slide 62 - Quizvraag

Waardoor kun je valgevaar aan de rand van een plat dak voorkomen?
A
Waarschuwingsborden plaatsen
B
Werknemers goede instructies geven
C
Rood wit lint spannen langs de dakrand
D
Door goede afscherming te plaatsen aan de rand

Slide 63 - Quizvraag

Wanneer is een TRA noodzakelijk?
A
Alleen na een grote calamiteit
B
voor aanvang van een nieuw project
C
Tijdens het werk aan de kassa
D
voor het opzetten van een V&G beleid

Slide 64 - Quizvraag

Waar is de V&G wetgeving van toepassing
A
in alle openbare gebouwen
B
alleen op schepen
C
in alle gebouwen
D
overal waar gewerkt wordt

Slide 65 - Quizvraag

Je werkt bij een aannemersbedrijf dat VCA** gecertificeerd is, er moeten monteurs worden ingehuurd via een VCU gecertificeerd uitzendbureau, welk diploma heeft de intercedent nodig?
A
B-VCA
B
VIL-VCU
C
VOL- VCA
D
VCA petrochemie

Slide 66 - Quizvraag

Wat is een onveilige situatie?
A
Een steiger zonder leuning
B
Niet dragen van een veiligheidsbril
C
Werken met niet gekeurd gereedschap
D
buiten werking stellen van beveiligingen

Slide 67 - Quizvraag

Wat bevordert veilig werken?
A
Positieve instelling over veiligheid
B
meer PBM's gebruiken dan nodig
C
stoer gedrag belonen
D
Bananenschillen op de vloer gooien

Slide 68 - Quizvraag

Wat is de kleur en vorm van een waarschuwingsbord?
A
blauw en rond
B
groen en driehoekig
C
Geel en rond
D
geel en driehoekig

Slide 69 - Quizvraag

Je gaat werken in een opslagtank, er worden steekflenzen gebruikt om de werkplek veilig te stellen. Waar wordt de steekflens voor gebruikt
A
Als scheidingswand tussen twee gevaarlijke stoffen
B
afsluiten van toevoerleidingen naar de tank
C
om jou te beschermen tegen steekvlammen
D
om de toegangsdeur van de tank te sluiten

Slide 70 - Quizvraag

Slide 71 - Tekstslide

Slide 72 - Video

Slide 73 - Tekstslide

Slide 74 - Tekstslide

Slide 75 - Tekstslide

Slide 76 - Tekstslide

Slide 77 - Tekstslide

Slide 78 - Tekstslide

Slide 79 - Tekstslide

Slide 80 - Tekstslide

Slide 81 - Tekstslide

Slide 82 - Tekstslide

Slide 83 - Tekstslide

Slide 84 - Tekstslide

Slide 85 - Tekstslide

Slide 86 - Tekstslide

Slide 87 - Tekstslide

Slide 88 - Tekstslide

Slide 89 - Tekstslide

Slide 90 - Tekstslide

Moet een kolomboormachine goed vast zitten aan de tafel/grond?
A
Waarom?
B
nee
C
Ja
D
los werkt ook goed

Slide 91 - Quizvraag

Hoe lang mag ik op een ladder werken?
A
8 uur
B
2 uur
C
5 uur
D
4 uur

Slide 92 - Quizvraag

Wat is een bijna-ongeval?
A
Een ongewenste gebeurtenis met schade en letsel
B
Een ongewenste gebeurtenis met of zonder schade en letsel
C
Een ongewenste gebeurtenis zonder schade en letsel
D
een gewenste gebeurtenis met schade en letsel

Slide 93 - Quizvraag

Mag ik de beschermrand van de haakse slijper verwijderen?
A
euhhh wat is een haakse slijper
B
tuurlijk dat mag altijd
C
nee dat mag niet
D
Uiteraard want dan kan ik een grotere schijf er op plaatsen

Slide 94 - Quizvraag

Er ligt op de grond van een blauw zeil, wat kan het mogelijke gevaar zijn?
A
Dat er dieren onder gekropen zijn
B
Dat het zeil kan opwaaien
C
Dat mijn collega's een grapje uithalen
D
Dat er een opening onder kan zitten

Slide 95 - Quizvraag

Aan wie moet jij een ongeval melden?
A
aan je collega
B
aan de administratie
C
aan de technische dienst
D
aan je leidinggevende

Slide 96 - Quizvraag

Welk gevaar ontstaat bij kleine hoogteverschillen tijdens het lopen?
A
Brandgevaar
B
Struikelgevaar
C
Explosiegevaar
D
Verstikkingsgevaar

Slide 97 - Quizvraag

Wat voor kleur achtergrond hebben de borden van veiligheidsvoorziening?
A
Geel
B
Rood
C
Groen
D
Blauw

Slide 98 - Quizvraag

Waarvan is een explosie een voorbeeld?
A
Een onveilige situatie
B
Een noodsituatie
C
Een onveilige handeling
D
een veilige situatie

Slide 99 - Quizvraag

Wat zijn de belangrijkste gevaren bij het werken met een kolomboormachine?
A
Met de stropdas in de draaiende boor verstrikt raken
B
Het breken van de boor en het wegslaan van het werkstuk
C
dat er geen werkruimte is rondom de machine
D
dat de leunspaan op 3mm van de steen moet worden gesteld

Slide 100 - Quizvraag

Welke beveiligingen zijn er aanwezig op een haakse slijper?
A
Een beschermkap, aardlekschakelaar
B
een beschermkap een dodemansknop en zijhandvat
C
Een dodemansknop een zijhandvat en een spouwmes
D
Een beveiligingskap en noodstop

Slide 101 - Quizvraag

Wat moeten we doen met afgekeurd hijsgereedschap?
A
Meenemen naar huis want weggooien is zonde
B
Laten repareren door een erkend bedrijf
C
vernietigen en weggooien
D
nog een keer gebruiken

Slide 102 - Quizvraag

Wat is de leeftijd dat iemand op een hoogwerker mag werken?
A
21
B
18
C
16
D
23

Slide 103 - Quizvraag

Wat is de minimale leeftijd dat men mag werken (onder voorwaarden) op een vorkheftruck?
A
16
B
23
C
21
D
18

Slide 104 - Quizvraag

Je hoort het alarmsignaal afgaan, wat moet je als 1e doen
A
Aanwijzingen opvolgen van de BHV
B
Stoppen met werken
C
geen gebruik maken van liften
D
je melden op de verzamelplaats

Slide 105 - Quizvraag

Slide 106 - Tekstslide

Slide 107 - Tekstslide

Slide 108 - Tekstslide

Wat is het doel van de milieuwetgeving?
A
Het regelen van de productie van gevaarlijke stoffen
B
Op welke wijze gevaarlijke stoffen mogen worden opgeslagen
C
het gebruik van alle gevaarlijke stoffen
D
het beschermen van mens en milieu

Slide 109 - Quizvraag

Wat is 1 van de verplichtingen van een werknemer?
A
Beveiligingen op machines niet verwijderen
B
Wel verwijderen van beveiligingen op machines
C
Geen PBM's gebruiken
D
altijd te laat komen

Slide 110 - Quizvraag

Hoeveel procent zuurstof hangt er in de lucht?
A
79%
B
19%
C
21%
D
50%

Slide 111 - Quizvraag

Wat is de functie van een werkvergunning?
A
De arbodienst kan bepalen of de werknemers mogen werken
B
De ISZW kan controleren welke werkzaamheden worden uitgevoerd
C
Dit geldt alleen voor vergunningverstrekker
D
Alle betrokkenen bij het werk moeten overleggen over een veilige uitvoering

Slide 112 - Quizvraag

Wat zijn de spelers binnen de werkvergunning?
A
Vergunningverstrekker Vergunninghouder Werkgever
B
Vergunninghouder Administratie medewerkers
C
Vergunningverstrekker, vergunninghouder , medewerkers
D
Vergunningverstrekker eigenaar planning

Slide 113 - Quizvraag

Wat is verplicht bij het werken op hoogte vanuit een werkbak?
A
De werkbak moet zijn opgehangen aan een ketting of een staalkabel
B
Iedereen in de werkbak moet voorzien zijn van een portofoon
C
Dat iedereen naar de collega's beneden schreeuwt wat men moet doen
D
iedereen in de werkbak moet een harnas dragen die vastzit aan de werkbak

Slide 114 - Quizvraag

Mag dubbel geĆÆsoleerd gereedschap extra worden geaard?
A
Alleen met toestemming van de werkgever
B
Nee dat mag niet
C
dat mag altijd
D
Alleen met toestemming van leidinggevende

Slide 115 - Quizvraag

Mag er iemand meerijden op de heftruck?
A
Nee, er is maar 1 stoel
B
Tuurlijk plek genoeg op het contragewicht
C
Ja, op de vorken
D
als ik de vorken vervang door een klem

Slide 116 - Quizvraag

Op welke wijze kan ik mijzelf vergiftigen
A
Via het spijsverteringskanaal
B
door met de telefoon te bellen
C
door het sturen van een email
D
door het gebruik van mijn pen

Slide 117 - Quizvraag

Welke regel geldt onder andere voor een hijskraan?
A
Een hijskraan mag niet hoger zijn dan 23m
B
een hijskraan moet zijn voorzien van een CE markering
C
een hijskraan moet een vca keurmerk hebben
D
ik mag de kapotte kraan doorverkopen

Slide 118 - Quizvraag

Welke stof is een organisch oplosmiddel?
A
Water
B
Kwikzilver
C
Bier
D
Terpentine

Slide 119 - Quizvraag

Waartegen kunnen handschoenen geen bescherming bieden?
A
Gevaarlijke stoffen
B
Kou of hitte
C
Draaiende delen
D
Bijtende stoffen

Slide 120 - Quizvraag

Wat is het pictogram van bijtende stoffen?

Slide 121 - Open vraag

Je moet een aantal spijkers vervangen voor nieuwe, welk gereedschap gebruik je?
A
Een nietmachine
B
Een zaag of schroevendraaier
C
een hamer of nijptang
D
Een kolomboormachine

Slide 122 - Quizvraag

Wat is een regel van het "zorgvuldig" graven?
A
Altijd graven waar kabels liggen
B
Een graafmachine met getande bak gebruiken
C
Eerst proefsleuven graven met de hand
D
Graven waar we geen toestemming hebben

Slide 123 - Quizvraag

Waaraan herken ik het veiligheidsetiket van houders onder druk?
A
B
C
D

Slide 124 - Quizvraag

Wanneer voer je een LMRA uit?
A
Aan het einde van de werkdag
B
Voor aanvang van de werkzaamheden of bij een nieuwe taak
C
Alleen als mijn collega er om vraagt
D
Alleen als mijn leidinggevende toezicht houdt

Slide 125 - Quizvraag

Wat betekent CE-markering?
A
Dat het product in Europa geen onderhoud nodig heeft
B
Dat het alleen in Europa gebruikt mag worden
C
Dat het product altijd in Europa gemaakt is
D
Dat het voldoet aan de minimale veiligheidseisen in Europa

Slide 126 - Quizvraag

Hoe ziet een verbodsbord voor de bouwplaats eruit?
A
Een ruitvormig oranje bord met een wit symbool
B
Een blauw rond bord met een wit symbool
C
Een rond wit bord met een blauw symbool
D
Een rond wit bord met een rode rand en een rode diagonale streep

Slide 127 - Quizvraag

Waarin kan asbest verwerkt zitten?
A
In oude meubels
B
in een computer uit 2010
C
In verpakkingsmateriaal zoals een doos
D
in vensterbanken

Slide 128 - Quizvraag

Gevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in categorieƫn, welke zijn dat?
A
Explosief, licht/zeer licht ontvlambaar, schadelijk
B
Schadelijk, kankerverwekkend, verstikkend
C
Brandbaar, giftig en onschuldig
D
Corrosief, ziekmakend, explosief

Slide 129 - Quizvraag


A

Slide 130 - Quizvraag

Slide 131 - Tekstslide

Slide 132 - Tekstslide

Slide 133 - Tekstslide

Slide 134 - Tekstslide

Slide 135 - Tekstslide

Wie werkt er bij de arbodienst?
A
monteur
B
arbeids-hygienist
C
magazijnmedewerker
D
metaalbewerker

Slide 136 - Quizvraag

Op welke manier kan ik zien wat voor soort gas er in een industriele cilinder zit?
A
kleur van de dop
B
oa op de schouder van de cilinder
C
bodem van de cilinder
D
nergens aan

Slide 137 - Quizvraag

Welke deskundige wordt door de werkgever aangesteld?
A
bedrijfsarts
B
bedrijfsverpleegkundige
C
preventiemedewerker
D
veiligheidskundige

Slide 138 - Quizvraag

Je werkt als heftruckchauffeur, en je ziet dat een vat met chemicaliƫn lekt wat doe je als 1e?
A
Jezelf in veiligheid brengen
B
waarschuwen collega's
C
gevaar melden bij leidinggevende
D
stoppen met werken

Slide 139 - Quizvraag

Jan is constructiemedewerker en werkt met een metaalbewerkingsmachine, hij heeft van de huisarts medicijnen gekregen die het reactievermogen kunnen beĆÆnvloeden. Wat moet Jan doen?
A
Hij blijft thuis
B
Vraagt aan de arts wat hij wel en niet mag doen
C
Jan voelt zich goed en doet alles
D
Jan meldt aan zijn leidinggevende dat hij medicijnen gebruikt

Slide 140 - Quizvraag

Hoe noemen we de borden met een groene achtergrond en een wit pictogram?
A
veiligheidsvoorzieningen
B
gebodsborden
C
brandbestrijdingsmiddelen
D
waarschuwingsborden

Slide 141 - Quizvraag

Vanaf hoeveel dB (a) moet je gehoorbescherming dragen?
A
75 dB
B
80 dB
C
85dB
D
87 dB

Slide 142 - Quizvraag

In welk arbeidsmiddel moet ik een veiligheidsharnas dragen?
A
op een ladder
B
op een stelling
C
op een rolsteiger
D
in een hangsteiger

Slide 143 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van onafhankelijke adembescherming?
A
stofkapje
B
p2 filter
C
halfgelaatsmasker
D
luchtkap

Slide 144 - Quizvraag

Welke informatie staat er op een slijpschijf?
A
vervaldatum
B
minimum toerental
C
type slijpmachine
D
toepassing en soort materiaal

Slide 145 - Quizvraag

Welke bewering is juist?
A
Doos opensnijden naar je toe
B
het blad van de schroevendraaier moet scherp zijn
C
controle en onderhoud op handgereedschap
D
gebruik gereedschap waarvoor het bedoeld is

Slide 146 - Quizvraag

Waar staat jullie vca diploma straks ingeschreven?
A
SSVV
B
ISZW
C
CDR
D
LMRA

Slide 147 - Quizvraag

Bij een hijskraan moeten de volgende documenten aanwezig zijn?
A
Kraanboek
B
TCVT RA
C
keuringscertificaten van hijstoebehoren
D
heftruckcertificaat

Slide 148 - Quizvraag

Slide 149 - Tekstslide

Slide 150 - Tekstslide

Slide 151 - Tekstslide

Slide 152 - Tekstslide

Slide 153 - Tekstslide

Slide 154 - Tekstslide

Slide 155 - Tekstslide

Slide 156 - Tekstslide

Slide 157 - Tekstslide

Slide 158 - Tekstslide

Slide 159 - Tekstslide

Slide 160 - Tekstslide

Slide 161 - Tekstslide

Slide 162 - Tekstslide

Slide 163 - Tekstslide

Slide 164 - Tekstslide

Slide 165 - Tekstslide

Slide 166 - Tekstslide

Slide 167 - Tekstslide

Slide 168 - Tekstslide

Slide 169 - Tekstslide

Slide 170 - Tekstslide

Slide 171 - Tekstslide

Slide 172 - Tekstslide