verpleegkundige diagnose

verpleegkundige diagnose
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

verpleegkundige diagnose

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stappenplan methodisch werken
1. Verzamelen van gegevens
2. Vastellen van de behoefte en het probleem
3. Vaststellen doelen 
4. Vaststellen van en plannen zorgactiviteit
5. Bepalen en plannen van de verpleegkundige interventies
6. Het evalueren van de verpleegkundige zorg


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je over het
stellen van een
verpleegkundige diagnose ?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

De tweede stap in het verpleegkundig proces is het stellen van de verpleegkundige diagnose. Je beschrijft de problemen van de zorgvrager, waar de verpleegkundige zorg zich op zal richten.

Voor deze problemen bestaan verschillende termen:
  • verpleegprobleem
  • verpleegkundige diagnose
  • patiëntprobleem
  • zorgprobleem
  • zelfzorgtekort
  • hulpvraag
Welke term wordt gebruikt, kan afhankelijk zijn van het gebruikte verpleegkundig model.
In verschillende velden van de gezondheidszorg zul je verschillende termen tegenkomen. 








Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Verpleegkundige diagnose stellen
Verpleegprobleem:
Zijn verschijnselen waar je je als verpleegkundige op richt. Problemen die (kunnen) optreden in de fundamentele levensverrichtingen als gevolg van gezondheidsverstoringen.


Dit houdt in:
Als verpleegkundige gebruik je jouw deskundigheid om de zorgvrager te ondersteunen in zijn problemen, maar kijkt ook hoe je problemen kan voorkomen.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat is een verpleegprobleem?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat is het verschil tussen een actueel en risico probleem?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Actueel probleem

Verpleegproblemen die zich op een bepaald moment voordoen en door verpleegkundige kunnen worden vastgesteld.

Risico probleem

Doen zich nog niet voor, maar worden verwacht.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

welk hulpmiddel / methodiek gebruik je om verpleegprobleem te benoemen?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het verpleegprobleem formuleren 

Het verpleegprobleem formuleren d.m.v. de PES

 P > Het probleem
 E > De oorzaak (etiologie)
 S > De symptomen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verpleegprobleem
Probleem
Wordt verwoord als beperking van fundamentele levensverrichtingen
Etiologie (oorzaak)
Alle oorzakelijke factoren van het verpleegprobleem
Symptomen
Klachten en verschijnselen; 
Klachten zijn subjectieve gegeven/ Verschijnselen zijn objectieve waarneembare gegevens.


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke diagnose stel jij?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Formulering PES
Verpleegprobleem is altijd vanuit de zorgvrager geformuleerd en voldoet inhoudelijk aan de PES structuur!

Hulpmiddel bij formuleren verpleegprobleem:
Probleem.... gerelateerd aan.... etiologie en gekenmerkt door…symptomen

Bijvoorbeeld; Mevrouw kan zich niet zelfstandig aankleden (P). Door een krachtbeperking in haar armen als gevolg van MS (E), lukt het mevrouw niet om knopen, bh sluiting, ritsen te openen of te sluiten (S)

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je een verpleegplan?
Het verpleegprobleem 

P = Problem > verpleegkundige diagnose/probleem
E = Ethiologie > oorzaak van het probleem
S= Symptoms > Symptomen van het probleem: wat zie je? Wat hoor je?  Waaruit blijkt dat het probleem bestaat?

Probleem.... gerelateerd aan etiologie en gekenmerkt door…symptomen


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw De Rooy woont in een zorgcentrum voor ouderen. Zij is vergeetachtig en is soms incontinent voor urine. Vooral ’s nachts en overdag incidenteel. Ze kan dan het toilet niet vinden. Haar kinderen, die elke week op bezoek komen, mogen dit niet weten, want ze schaamt zich erg voor haar incontinentie. Ze probeert het te verbergen door schone kleding aan te trekken over de natte kleding of in bed te blijven tot de verzorging van de kamer af is.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld PES
P:Mevrouw is soms incontinent voor urine →gerelateerd aan: omdat zij 
E: vergeetachtig is  →gekenmerkt doordat
S: zij kan het toilet niet vinden.

P: Mevrouw heeft een verhoogd risico op decubitus→gerelateerd aan: 
E: omdat zij vaak met natte kleding rondloopt of slaapt,→ gekenmerkt doordat: 
S: zij is incontinent voor urine en schaamt zich daarvoor .

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Formulering volgens de PES voor meneer de Jong.
Meneer De Jong (87) heeft COPD en zit in een rolstoel omdat hij te weinig energie heeft om te lopen. Op zijn stuit heeft meneer een rode plek. De huisarts constateerde dat meneer ondervoed is. Meneer is nu opgenomen in het verpleeghuis.


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Formuleren PES:
Meneer De Jong (87) heeft COPD en zit in een rolstoel omdat hij te weinig energie heeft om te lopen. Op zijn stuit heeft meneer een rode plek. De huisarts constateerde dat meneer ondervoed is. Meneer is nu opgenomen in het verpleeghuis.

Slide 21 - Open vraag

P (probleem): wat is het probleem waar dhr de Jong last van heeft?

E (oorzaak): wat is de oorzaak van dit probleem (of oorzaken)?

S (symptomen): wat is of zijn symptomen die dhr laat zien?
Formulering volgens de PES voor mevrouw Pietersen.
Mw Pietersen is overgeplaatst van het ziekenhuis. Ze heeft een heupoperatie ondergaan na een gebroken heup.
In het ziekenhuis had ze bedrust en ze komt bij jullie op de afdeling om te revalideren. Ze klaagt over buikpijn, ze heeft 3 dagen geen ontlasting gehad.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Formuleren PES:
Mw Pietersen is overgeplaatst van het ziekenhuis. Ze heeft een heupoperatie ondergaan na een gebroken heup.
In het ziekenhuis had ze bedrust en ze komt bij jullie op de afdeling om te revalideren. Ze klaagt over buikpijn, ze heeft 3 dagen geen ontlasting gehad.

Slide 23 - Open vraag

P (probleem): wat is het probleem waar dhr de Jong last van heeft?

E (oorzaak): wat is de oorzaak van dit probleem (of oorzaken)?

S (symptomen): wat is of zijn symptomen die dhr laat zien?
Formulering volgens de PES voor mevrouw De Boer
Mevrouw de Boer is bij jou op de afdeling opgenomen. Ze zegt dat ze de laatste drie dagen heel slecht slaapt omdat het zo lawaaierig is op de gang. ​
Ze geeft aan dat ze door haar slaapgebrek erg veel overdag slaapt en erg prikkelbaar is.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Formuleren PES:
Mevrouw de Boer is bij jou op de afdeling opgenomen. Ze zegt dat ze de laatste drie dagen heel slecht slaapt omdat het zo lawaaierig is op de gang. ​
Ze geeft aan dat ze door haar slaapgebrek erg veel overdag slaapt en erg prikkelbaar is.

Slide 25 - Open vraag

P (probleem): wat is het probleem waar dhr de Jong last van heeft?

E (oorzaak): wat is de oorzaak van dit probleem (of oorzaken)?

S (symptomen): wat is of zijn symptomen die dhr laat zien?
Beïnvloedende factoren
Je klinische blik ontwikkel je door kennis en ervaring en bestaat uit:
  • je verpleegkundige basiskennis
  • de informatie van de zorgvrager
  • de informatie van de naasten van de zorgvrager of mensen uit zijn omgeving (het sociale netwerk)
  • de informatie van andere zorgverleners
  • de informatie die je hebt gekregen tijdens verpleegkundige handelingen

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lijkt dit allemaal lastig? 
Gebruik hulp!!

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Ik ben in staat om volgende week
voor mijn eigen casus
de verpleegproblemen vanuit de PES te formuleren
A
Ja, geen uitleg meer nodig
B
Ja, maar ik vraag denk ik nog wel hulp
C
Nee, het is mij totaal niet duidelijk
D
Anders

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies