In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Voedselrelaties: de voedselketen
Slide 1 - Tekstslide
Hoe ga je te werk?
De dia's bevatten nuttige informatie. Neem je tijd om de afbeeldingen, tekst en filmpjes goed te bekijken.
Bij de blauwe dia's moet je een opdracht uitvoeren.
Beluister de ingesproken tekstjes.
Contoleer steeds of je antwoord correct is. Klik op 'toon uitleg'. Verbeter foute antwoorden!
Slide 2 - Tekstslide
Welke voedselrelaties zijn er tussen organismen in een biotoop?
voedselketen - voedselweb
Slide 3 - Tekstslide
Welke zin over het biotoop is NIET WAAR?
A
In een biotoop zorgen planten en dieren voor hun eigen voedsel
B
Het is een plaats waar bepaalde planten en dieren samenleven bij bepaalde abiotische factoren.
C
Een voorbeeld van een biotoop is: een vis
Slide 4 - Quizvraag
Wat betekent 'organisme'? (zie wb p. 11)
Slide 5 - Open vraag
Welke voedselrelaties zijn er tussen organismen in een biotoop?
Slide 6 - Tekstslide
Wat is een voedselrelatie?
Dit is een relatie tussen organismen, waarbij het ene organisme het andere opeet.
Slide 7 - Tekstslide
Geef één voorbeeld van een dier dat een ander dier als voedsel gebruikt? bv. De kat eet een muis.
Slide 8 - Open vraag
Geef één voorbeeld van een dier dat (een deel van) planten eten. bv. De muis eet graan.
Slide 9 - Open vraag
Ook de mens gebruikt planten en dieren als voedsel. Vul de zin aan.
bv. Mensen eten brood. Brood wordt gemaakt van ....
Slide 10 - Open vraag
Ook de mens gebruikt planten en dieren als voedsel. Vul de zin aan.
bv. Mensen eten biefstuk. Biefstuk komt van ...
Slide 11 - Open vraag
Wat is een voedselrelatie?
Tussen de 'verschillende dieren' of 'plant en dier' is er dus een relatie. Ze eten elkaar op, er is een voedselrelatie.
Slide 12 - Tekstslide
Wat is een voedselketen?
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Video
Wie wordt gegeten door wie?
--> = wordt gegeten door
Vink
Lieveheers-beestje
Vos
Sperwer
Bladluis
Slide 15 - Sleepvraag
Je maakte net een voedselketen. Deze start met de bladluis. Maar wat eet een bladluis?
Slide 16 - Open vraag
Maak op volgende dia's de voedselketens.
Een pijl betekent: .... wordt gegeten door ....
Op p. 15 en 16 achteraan in je kaft kan je terugvinden wat de verschillende dieren juist eten.
Slide 17 - Tekstslide
eikenblad
rups
muis
vos
Slide 18 - Sleepvraag
eikenblad
rups
roodborst
torenvalk
Slide 19 - Sleepvraag
eikenblad
bladluis
lieveheersbeestje
roodborst
torenvalk
Slide 20 - Sleepvraag
Waarmee begint een voedselketen?
Slide 21 - Tekstslide
Wie heeft er gelijk?
A
Sarah
B
Jose
C
Chelsea
D
Curtis
Slide 22 - Quizvraag
Lees in je werkboek p. 32.
Lees goed de groene begrippen en hun betekenis. Onderstreep in potlood de betekenis van deze woorden. (bv. Wat betekent autotroof, producent, ... ?)
De vragen op volgende dia's gaan hierover.
Slide 23 - Tekstslide
Een voedselketen start met een groene plant. Die maken zelf hun voedsel. We noemen groene planten daarom 'voortbrengers' of .................
Slide 24 - Open vraag
'Auto' betekent 'zelf', 'troof' betekent 'voeding' Groene planten zijn autotroof. Dit betekent ...
Slide 25 - Open vraag
De organismen van de tweede, derde , .... schakel eten andere organismen. We noemen deze de 'verbruikers' of .......
Slide 26 - Open vraag
Organismen die enkel planten eten zijn ...
A
herbivoren
B
omnivoren
C
carnivoren
D
detritivoren
Slide 27 - Quizvraag
De derde schakel in een voedselketen eet vaak enkel andere dierlijke organismen. Het zijn ....
A
detritivoren
B
carnivoren
C
omnivoren
D
herbivoren
Slide 28 - Quizvraag
Sommige organismen eten zowel planten als dieren. Dit zijn ...
A
omnivoren
B
carnivoren
C
detritivoren
D
herbivoren
Slide 29 - Quizvraag
Dode planten en dieren worden opgeruimd door 'afvaleters' of .........
A
herbivoren
B
carnivoren
C
omnivoren
D
detritivoren
Slide 30 - Quizvraag
Hoe noteer je een voedselketen?
Een voedselketen noteer je door de namen van de organismen achter elkaar te zetten en een pijl ertussen.
De pijl betekent: wordt gegeten door
BV.
Slide 31 - Tekstslide
Opdracht
Werk op een kladblad. Schrijf je naam, klas en nr. bovenaan.
Gebruik als hulp p. 15 en 16 achteraan in je kaft.
Maak twee voedselketens met volgende organismen: voedselketen 1: het koolwitje voedselketen 2: een eekhoorn Noteer de voedselketen op de juiste manier.
Slide 32 - Tekstslide
BELANGRIJK BERICHT
Schrijf je naam,klas en nummer op het kladblad en steek het NUin je kaft!
Kladblad niet bij = nul
Slide 33 - Tekstslide
Ik denk dat ik de leerstof goed begrepen heb. Ik kon de vragen vlot beantwoorden.
😒🙁😐🙂😃
Slide 34 - Poll
Ik werk graag met lessonUp.
😒🙁😐🙂😃
Slide 35 - Poll
Heb je nog een vraag over de leerstof of wil je iets anders melden? Noteer het hier.