SS Theme 3 en examentraining G4 online les 4 x-mas

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Theme 3 mixed exercises

In this lesson we are going to repeat grammar 8/9, vocabulary 

Slide 2 - Tekstslide

Theme 3 Herhaling grammar 8
Remember?
Make a sentence with 'used to'

Slide 3 - Open vraag

Used to kun je vertalen als 'vroeger' of altijd toen we...
Je gebruikt used to + het hele werkwoord om te
zeggen:
• dat iets in het verleden regelmatig gebeurde
(een gewoonte was), maar nu niet meer
• dat iets in het verleden zo was, maar nu niet
meer zo is
In het Nederlands zeggen we ‘vroeger (altijd)’.
Danne used to love going to festivals
Ivo used to fry eggs during the online English class

Slide 4 - Tekstslide

Which one is correct? grammar 8
A
They used to drive to Spain
B
They drove to Spain
C
They are driving to Spain
D
They drive to Spain

Slide 5 - Quizvraag

Translate this sentence..
Vroeger waren we beste vrienden

Slide 6 - Open vraag

We used to be best friends
het is niet meer zo

Slide 7 - Tekstslide

Theme 3 Vocabulary G
translate the words
N-E tandartsassistent

Slide 8 - Open vraag

dental assistant

Slide 9 - Tekstslide

N-E nadeel

Slide 10 - Open vraag

     downside(boek)
disadvantage

Slide 11 - Tekstslide

E-N compassionate

Slide 12 - Open vraag

meelevend

Slide 13 - Tekstslide

N-E
kunnen omgaan met.....

Slide 14 - Open vraag

                             to cope with....

* They had to cope with their problems

*The pupils have to cope with all festivities being postponed because of Corona

Slide 15 - Tekstslide

N-E bloeddruk

Slide 16 - Open vraag

bloodpressure

Slide 17 - Tekstslide

N-E bloemist

Slide 18 - Open vraag

florist

Slide 19 - Tekstslide

one of ones

 Je gebruikt one (enkelvoud) of ones (meervoud)
wanneer je een zelfstandig naamwoord
verderop in een zin wilt herhalen.
vb. A second-hand car is much cheaper than a  new one ( het gaat over 1 auto enkelvoud)
Do you prefer the black shoes or the red ones? (de schoenen zijn meervoud)
                          Herhaling Theme 3 Grammar 9

Slide 20 - Tekstslide

translate the sentence to English
Welke auto vind je mooier? De rode of de blauwe ?

Slide 21 - Open vraag



Which car do you like better? 
The red one or the blue one?

car is enkelvoud dus one is dat ook

Slide 22 - Tekstslide

Choose the correct sentence...

Look at those beautiful dogs!!! Pick one...
A
Which ones would you like?
B
Which one would you like?

Slide 23 - Quizvraag

Choose the correct answer.
I can't choose from any of those shoes...
A
Do you prefer the grey ones?
B
Do you prefer the grey one?

Slide 24 - Quizvraag

Now it's your turn...
write a sentence with one/ones

Slide 25 - Open vraag