H1 Taalverzorging h4 formuleren

Formuleren
Taalverzorging
Formuleren hoofdstuk 4
Bladzijde 122
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Formuleren
Taalverzorging
Formuleren hoofdstuk 4
Bladzijde 122

Slide 1 - Tekstslide

DOEL

Aan het einde van de les


Weet je wat verwijswoorden zijn.

Weet je wat  mannelijk, vrouwelijk en onzijdig is.

Slide 2 - Tekstslide

Welke woorden gebruik je als je ergens naar 'wijst'?

Slide 3 - Woordweb

Verwijswoorden

Verwijswoorden verwijzen meestal naar een woord dat al eerder genoemd is

of

wijzen vooruit naar een woord dat nog genoemd gaat worden.

Slide 4 - Tekstslide

Geslacht

We maken onderscheid tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden


  • hij en zijn  verwijzen naar mannelijke (m) woorden
  • zij en haar  verwijzen naar vrouwelijke (v) woorden
  • het en zijn  naar onzijdige (o) woorden

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

Aan de slag
WAT? Opdracht 1,2 en 4
TIJD? 15 minuten
HOE? Alleen 
Daarna? Bespreken

Slide 8 - Tekstslide

NAKIJKEN

Slide 9 - Tekstslide

Wat heb je bewaard na deze les?

Slide 10 - Woordweb