Grammatica SE2

Grammaire 1A wederkerend werkwoord
  • Ned.: zich werkw. (zich wassen, zich haasten)
  • Frans: se werkw. (se laver, se hâter, se lever, enz.)    
  • Bijz. Frans: vaak regelm. ww. op -er
  • het werderk. vnw komt vóór het werkw. : je me lave 
  • in passé composé vervoegen met être (je me suis lavé)
  • in passé composé "accord"door vervoeging met être (elle s'est lavée, nous nous sommes lavé(e)s(es)

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Grammaire 1A wederkerend werkwoord
  • Ned.: zich werkw. (zich wassen, zich haasten)
  • Frans: se werkw. (se laver, se hâter, se lever, enz.)    
  • Bijz. Frans: vaak regelm. ww. op -er
  • het werderk. vnw komt vóór het werkw. : je me lave 
  • in passé composé vervoegen met être (je me suis lavé)
  • in passé composé "accord"door vervoeging met être (elle s'est lavée, nous nous sommes lavé(e)s(es)

Slide 1 - Tekstslide

je (s'amuser - présent)

Slide 2 - Open vraag

nous (se baigner - futur)

Slide 3 - Open vraag

elles (s'ennuyer - passé composé)

Slide 4 - Open vraag

Grammaire 1C: trappen van vergelijking
  • comparatif: plus + bijv.nw + que (je suis plus grand(e) que toi)
  • superlatif : le/la/les plus + bijv. nw (grand/grande/grands/grandes) : elles sont les plus grandes

Slide 5 - Tekstslide

Amélie est la ...... fille..... (intelligentst)

Slide 6 - Open vraag

Mes parents sont mes ........ amis..... (beste)

Slide 7 - Open vraag

Bijv.nw/bijwoord
  • zie Référence vervoeging bijv. nw (plaats en vorm)
  • regel: bijwoord  afgeleid van bijv.nw (vr.) + ment (vb.: lent, vr.lente, bijw. lentement)
  • bijwoord : - zegt iets van werkw.(hij werkt hard) , ander bijwoord (hij werkt nogal hard, bijv. nw (hij is nogal hard)
  • uitzonderingen: bon-bien, meilleur-mieux, mauvais-mal)

Slide 8 - Tekstslide

C'est une question difficile/difficilement

Slide 9 - Open vraag

Ce travail est difficile/difficilement réalisable

Slide 10 - Open vraag

Je suis (slecht).... en allemand

Slide 11 - Open vraag

Ils ont (slecht) ..... travaillé)

Slide 12 - Open vraag

 Grammaire 1B en 2B: onr. werkw. faire, avoir, être, vivre, pouvoir, vouloir, connaître, servir
  • waarom onregelmatig
  • in welke tijden
  • présent, imparfait, passé composé, futur, conditionnel 

Slide 13 - Tekstslide

elles (être - futur)........contentes de moi
A
seront
B
ont
C
sont
D
seraient

Slide 14 - Quizvraag

ils ont (vivre- passé composé)......en France
A
vivé
B
vivu
C
vécu
D
vivent

Slide 15 - Quizvraag

ils (pouvoir- présent) ....... venir à l 'heure
A
pouvoiraient
B
pourront
C
pouvent
D
peuvent

Slide 16 - Quizvraag

Voorbereiden
  1. Leren vocabulaire op p. 42 t/m 44 en 82 t/m 84- ook de zinnen (Quizlet)
  2. Référence bijv. nw (p.34 t/m 36), bijwoord (p.36 -37)trappen van vergelijking (p. 37-38)
  3. Werkwoorden: verbuga.eu
  4. site Noordhoff
  5. zie Classroom

Slide 17 - Tekstslide