NOVA H4.2 les 3 Hydratatie ionen en oplossen zouten
H4.2 Hydratatie en oplosbaarheid
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4
In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
H4.2 Hydratatie en oplosbaarheid
Slide 1 - Tekstslide
bespreken huiswerk
naamgeving van stoffen (opgave 1)
-> metalen
-> moleculaire stoffen
-> zouten
Slide 2 - Tekstslide
moleculaire stoffen
- niet-metaal atomen
- verhouding atomen aangeven met telwoorden
Slide 3 - Tekstslide
moleculaire stoffen
- niet-metaal atomen
- verhouding atomen aangeven met telwoorden
voorbeelden:
CO = koolstofmono-oxide
CO2 = koolstofdioxide
Slide 4 - Tekstslide
moleculaire stoffen
- niet-metaal atomen
- verhouding atomen aangeven met telwoorden
bij koolstofverbindingen:
systematische naamgeving kennen
voorbeelden:
CO = koolstofmono-oxide
CO2 = koolstofdioxide
CH4 = methaan
C2H5OH = ethanol
Slide 5 - Tekstslide
moleculaire stoffen
- niet-metaal atomen
- verhouding atomen aangeven met telwoorden
bij koolstofverbindingen:
systematische naamgeving kennen
zouten
- ionen
- lading van ionen bepaalt verhouding, dus GEEN TELWOORDEN nodig
- Romeinse cijfers gebruiken als ion méér dan 1 lading kan hebben
Slide 6 - Tekstslide
Even oefenen:
Geef de naam van de volgende stoffen:
Cl2 CH4 CH2Cl2 CaCl2 FeCl2
timer
2:30
Slide 7 - Tekstslide
H4.2 les 3
HAVO4 NOVA
Hydratatie van ionen en oplosbaarheid van zouten
Slide 8 - Tekstslide
Leerdoelen&succescriteria
In deze les leer je wat er gebeurt bij het oplossen van zouten:
je kunt uit Binas45A afleiden of een zout goed oplosbaar is
je kunt hydratatie van ionen tekenen
je kunt een oplosvergelijking geven van een zout
Slide 9 - Tekstslide
Wat betekent het getal 4 in
WEET JE HET NOG?
VOORKENNIS
A
het ion heeft 4x een lading 3-
B
het ion heeft 4 zuurstofatomen
C
er zijn 4 fosfaat-ionen
D
het ion heeft een negatieve lading van 4
Slide 10 - Quizvraag
welke lading heeft dit samengestelde ion?
VOORKENNIS
A
3-
B
4-
C
12-
D
3/4 -
Slide 11 - Quizvraag
WEET JE HET NOG?
nitrietion
acetaation
ammoniumion
hydroxide‑ion
fosfaation
carbonaation
CO32-
PO43-
OH-
NH4+
CH3COO-
NO2-
Slide 12 - Sleepvraag
sleep de juiste zoutnaam achter de verhoudingsformule.
Na2SO3
Cu3(PO4)2
Fe2(CO3)3
timer
2:00
natriumsulfaat
natriumsulfiet
koper(II)fosfaat
koper(III)fosfaat
ijzer(II)carbonaat
ijzer(III)carbonaat
Slide 13 - Sleepvraag
De volgende ionen vormen samen een zout. Mn2+ en NO3- Geef de zoutformule
timer
1:00
Slide 14 - Open vraag
Zouten in water
In de animatie hiernaast zie je wat er op microniveau gebeurt als een zout goed oplosbaar is in water: de ionen laten elkaar los en worden omringd door moleculen water. Dit proces heet hydratatie.
Slide 15 - Tekstslide
hydratatie van ionen
= omringing van ionen door watermoleculen
Dat teken je zó:
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Video
Een zout oplossen = ionen laten elkaar los en worden omringd door watermoleculen
Slide 18 - Tekstslide
Zo noteer je dat in formules: oplosvergelijking
Slide 19 - Tekstslide
uitleg oplosvergelijking opstellen:
(zelf thuis oefenen: opgave 3)
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Video
01:41
Opdracht: Binas 45A
Je hebt nu gezien hoe je tabel 45A in Binas moet lezen
Maak voor je verder kijkt met behulp van deze tabel opgave 10
Dit is tegelijk ook een herhaling van het opstellen van zoutformules.
Slide 22 - Tekstslide
Het opstellen van een oplosvergelijking:
In een oplosvergelijking zet je neer hoe een zout oplost in water.
Je begint altijd met vaste stof, zout is vast bij kamertemperatuur.
Je eindigt met alle ionen opgelost in water (aq).
NOTEER & LEER
Slide 23 - Tekstslide
oplosvergelijking van aluminiumsulfaat: alle ionen laten elkaar los, er ontstaan 2 losse aluminiumionen en 3 losse sulfaationen
Geef de oplosvergelijking van aluminiumsulfaat
1. noteer eerst de juiste verhoudingsformule van het zout voor de pijl.
2. Noteer daarna de losse ionen MET lading erbij na de pijl.
3. Vergeet niet kloppend te maken. Zet de getallen op de juiste plek
NOTEER & LEER
Slide 24 - Tekstslide
Toepassingen van zouten
Goed oplosbare zouten
Slecht oplosbare zouten
Slide 25 - Tekstslide
Binas 45A
In tabel 45A kun je opzoeken of een zout goed oplost in water.
PAK NU JE BINAS ERBIJ
Slide 26 - Tekstslide
Binas 45A
wat betekenen de letters "s", "m" en "g"?
is het zout zilverchloride goed oplosbaar in water?
is het zout magnesiumsulfaat goed oplosbaar in water?
welke positieve ionen geven altijd een goed oplosbaar zout?
welk negatief ion geeft altijd een goed oplosbaar zout?
(thuis) zelf oefenen > opgave 1 en 2
Slide 27 - Tekstslide
Onthoud:
alle zouten met als positief ion kalium, natrium en ammonium zijn altijd goed oplosbaar
alle zouten met als neg. ion een nitraat zijn goed oplosbaar
NOTEER & LEER
Slide 28 - Tekstslide
Sleep de goed oplosbare zouten naar de linkerkant en de slecht oplosbare zouten naar de rechterkant. Als het niet bij "goed" of "slecht" oplosbare zouten hoort, dan laat je het staan. Maak e.v.t. gebruik van Binas.
goed slecht
natriumhydroxide
ammoniak
K2SO3
ijzer(II)chloride
natrium
chloor
HNO3
CaCO3
nitraat
H2O2
PbS
CH3COOH
Slide 29 - Sleepvraag
Eigen werk
maak H4.2 opgave 1, 2, 3
kijk je werk na (ELO > studiewijzer SK > uitwerkingen)
Let bij het nakijken kritisch op
- ladingen, fase aanduidingen
- formulering van je uitleg!
Slide 30 - Tekstslide
Na deze les,
wil ik...
de uitleg nog 1 keer horen
meer voorbeelden krijgen
meer oefeningen maken
de leerstof thuis nog even bekijken
overgaan naar nieuwe leerstof
nog meer te weten komen over de leerstof
niet meer te weten komen over de leerstof
nog iets anders (vul de vraag op de volgende slide in)
Slide 31 - Poll
Nog iets anders, namelijk...
Slide 32 - Open vraag
Hoe vond je
deze les?
😒🙁😐🙂😃
Slide 33 - Poll
Heb je nog een vraag over deze les? Stel hem dan hier: