Les van 17 mei

Les van 13 mei


-  Test over thema 6;

- Woordenschat bij "Een goed mop";

- Dictee;

- Spelling: vervolg Thema 5 (volgende week dictee);

- Werkwoordspelling.


1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorNederlands8th Grade

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les van 13 mei


-  Test over thema 6;

- Woordenschat bij "Een goed mop";

- Dictee;

- Spelling: vervolg Thema 5 (volgende week dictee);

- Werkwoordspelling.


Taal test thema 6


We gaan nu de Taaltest doen over Thema 6


Pv, gez en ow?

Persoonsvorm (pv), gezegde (gez) en onderwerp (ow) .


Wat zijn dat ook alweer?

Pv, gez en ow?

Ontleed deze zin: 


 Tobias heeft zojuist zijn tas ingepakt.

Pv, gez en ow?

Hij heeft zojuist zijn tas ingepakt:

pv: heeft

gez: heeft gepakt

ow: Tobias

Doen- zinnen en zijn-zinnen


Spreekwoord 

 

Is een onveranderlijke, volledige zin met een levensles

 (bijv. "Rust roest"). 

Uitdrukking


Is een flexibel zinsdeel, vaak figuurlijk, zonder moraal 

(bijv. "iets met hart en ziel doen”)

Spreekwoord 

Definitie: Een korte, krachtige uitspraak die een algemene waarheid, volkswijsheid of levensles uitdrukt.

Kenmerken: Het is een volledige zin, vaak in de tegenwoordige tijd, die niet veranderd kan worden.


Voorbeelden:

o Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. (Het is beter iets kleins te hebben dan iets groters te begeren dat onzeker is).

o De appel valt niet ver van de boom. (Kinderen lijken vaak op hun ouders).

o Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel. (Als er geen (Als er geen toezicht is, doen mensen waar ze zin in hebben)


Uitdrukking

Definitie: Een vaste combinatie van woorden met een figuurlijke betekenis die niet direct een levensles bevat.

Kenmerken: Vaak een zinsdeel, niet de hele zin. Ze kunnen grammaticaal worden aangepast (vervoegd).


Voorbeelden:

o Lachen als een boer met kiespijn. (Zuur lachen, lachen om iets wat eigenlijk niet leuk is).

o Iemand een handje helpen. (Iemand ondersteunen).

o Met hart en ziel. (Iets met heel veel toewijding


Spreekwoorden en uitdrukkingen

Belangrijkste Verschillen

Vorm: Een spreekwoord staat vast (bijv. "De aap komt uit de mouw" kun je niet veranderen in "Het aapje komt uit de mouw") een uitdrukking niet.

• Een uitdrukking kun je vervoegen (bijv. "Hij hielp me een handje" / "Zij helpen me een handje").

Inhoud: Spreekwoorden bevatten een levenswijsheid; uitdrukkingen en gezegden zijn vaak figuurlijke beschrijvingen van een situatie


Spreekwoorden en uitdrukkingen


- Zowel spreekwoorden als uitdrukkingen maken deel uit van de beeldspraak en maken een taal levendiger en cultuurgebonden;


- Spreekwoorden en uitdrukkingen zijn weet-dingen: je moet ze leren.


Spreekwoorden en uitdrukkingen


Ga naar blz. 31 van je Taalboek en maak oefening 1 & 2


Spreekwoorden en uitdrukkingen


Ga daarna naar blz. 40 en maak daar ‘eerst proberen’ en daarna oefening 1


Spelling


We gaan verder met Thema 5

Klein dictee

We gaan weer even een klein dictee doen.  We doen dat zoals we dat altijd doen: ik lees alles eerst voor en jij typt alle en daarna druk je op 'send'.


Spelling


Werkwoord vervoeging

Werkwoord vervoeging

Bekijk de volgende schema.


Ik stuur het je ook toe: print het (liefst in kleur), doe het in een plastic mapje en houd het voortaan altijd bij de hand.

Tegenwoordige tijd

Stap 1: Wat is het werkwoord? -> lopen

Stap 2: Haal 'en' eraf -> lop

Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm" -> ik loop

Stap 4: om wie gaat het? -> ik / ander / meer

ik loop

ander (jij, hij, zij, u) stam/ik-vorm + t -> loopt

meer -> gewoon het hele werkwoord

Hij (pakken) iets uit de kast.

Jij (rijden) veel te hard.

Tegenwoordige tijd

Stap 1: Wat is het werkwoord? -> lopen

Stap 2: Haal 'en' eraf -> lop

Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm" -> ik loop

Stap 4: om wie gaat het? -> ik / ander / meer

ik loop

ander (jij, hij, zij, u) stam/ik-vorm + t -> loopt

meer -> gewoon het hele werkwoord

Tegenwoordige tijd



UITZONDERING:



Als er 'je' of 'jij' achter het werkwoord staat: nooit een 't' toevoegen.

Tegenwoordige tijd

Bijvoorbeeld:


Slaap je altijd met de gordijnen open?


Neem je meestal koffie mee naar het werk?


Dus ook: Word je ook zo moe van de hitte?



Tegenwoordige tijd

Maar ALLEEN als het om jou gaat:


Slaapt je moeder altijd met de gordijnen open?


Neemt je zus meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Wordt je broer ook zo moe van de hitte?


Waarom ........ (beladen) jij het dak van de auto zo zwaar?

Waarom (worden) je moeder altijd boos als je niet op tijd thuiskomt?

De uitspraak van de minister ........ veel opzien.

A

baardden

B

baardde

C

baarden

D

baarde

Zij werd al fysiek ........(bedreigen) door haar buurman en nu ........ (bedreigen) hij haar ook via social media.

Heb je al gevoeld hoe mijn voorhoofd ........ ? gloeidt

A

gloeid

B

gloeit

C

gloeidt

D

gegloeid

Hij (realiseren) ............ zich dat zijn auto geen benzine meer (hebben)................ en (belanden) ............. langs de kant van de weg.

De chauffeur heeft de bus vakkundig door de smalle straatjes ........

A

gemanoeuvreerd

B

gemanouvreerd

C

gemanoeuvreert

D

gemanouvreert

Zij (volgen) .............. altijd de laatste mode en (kleden)................ zich daarnaar

De weduwe van de ........ juwelier ........ vorige week bij de rechtszaal de moordenaar bijna.

A

vermoordde - vermoordde

B

vermoordde - vermoorde

C

vermoorde - vermoorde

D

vermoorde -vermoordde