Les van 13 mei
- Test over thema 6;
- Woordenschat bij "Een goed mop";
- Dictee;
- Spelling: vervolg Thema 5 (volgende week dictee);
- Werkwoordspelling.
Les van 13 mei
- Test over thema 6;
- Woordenschat bij "Een goed mop";
- Dictee;
- Spelling: vervolg Thema 5 (volgende week dictee);
- Werkwoordspelling.
Taal test thema 6
We gaan nu de Taaltest doen over Thema 6
Pv, gez en ow?
Persoonsvorm (pv), gezegde (gez) en onderwerp (ow) .
Wat zijn dat ook alweer?
Pv, gez en ow?
Ontleed deze zin:
Tobias heeft zojuist zijn tas ingepakt.
Pv, gez en ow?
Hij heeft zojuist zijn tas ingepakt:
pv: heeft
gez: heeft gepakt
ow: Tobias
Doen- zinnen en zijn-zinnen
Spreekwoord
Is een onveranderlijke, volledige zin met een levensles
(bijv. "Rust roest").
Uitdrukking
Is een flexibel zinsdeel, vaak figuurlijk, zonder moraal
(bijv. "iets met hart en ziel doen”)
Spreekwoord
• Definitie: Een korte, krachtige uitspraak die een algemene waarheid, volkswijsheid of levensles uitdrukt.
• Kenmerken: Het is een volledige zin, vaak in de tegenwoordige tijd, die niet veranderd kan worden.
Voorbeelden:
o Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. (Het is beter iets kleins te hebben dan iets groters te begeren dat onzeker is).
o De appel valt niet ver van de boom. (Kinderen lijken vaak op hun ouders).
o Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel. (Als er geen (Als er geen toezicht is, doen mensen waar ze zin in hebben)
Uitdrukking
• Definitie: Een vaste combinatie van woorden met een figuurlijke betekenis die niet direct een levensles bevat.
• Kenmerken: Vaak een zinsdeel, niet de hele zin. Ze kunnen grammaticaal worden aangepast (vervoegd).
Voorbeelden:
o Lachen als een boer met kiespijn. (Zuur lachen, lachen om iets wat eigenlijk niet leuk is).
o Iemand een handje helpen. (Iemand ondersteunen).
o Met hart en ziel. (Iets met heel veel toewijding
Spreekwoorden en uitdrukkingen
Belangrijkste Verschillen
• Vorm: Een spreekwoord staat vast (bijv. "De aap komt uit de mouw" kun je niet veranderen in "Het aapje komt uit de mouw") een uitdrukking niet.
• Een uitdrukking kun je vervoegen (bijv. "Hij hielp me een handje" / "Zij helpen me een handje").
• Inhoud: Spreekwoorden bevatten een levenswijsheid; uitdrukkingen en gezegden zijn vaak figuurlijke beschrijvingen van een situatie
Spreekwoorden en uitdrukkingen
- Zowel spreekwoorden als uitdrukkingen maken deel uit van de beeldspraak en maken een taal levendiger en cultuurgebonden;
- Spreekwoorden en uitdrukkingen zijn weet-dingen: je moet ze leren.
Spreekwoorden en uitdrukkingen
Ga naar blz. 31 van je Taalboek en maak oefening 1 & 2
Spreekwoorden en uitdrukkingen
Ga daarna naar blz. 40 en maak daar ‘eerst proberen’ en daarna oefening 1
Spelling
We gaan verder met Thema 5
Klein dictee
We gaan weer even een klein dictee doen. We doen dat zoals we dat altijd doen: ik lees alles eerst voor en jij typt alle en daarna druk je op 'send'.
Spelling
Werkwoord vervoeging
Werkwoord vervoeging
Bekijk de volgende schema.
Ik stuur het je ook toe: print het (liefst in kleur), doe het in een plastic mapje en houd het voortaan altijd bij de hand.
Tegenwoordige tijd
Stap 1: Wat is het werkwoord? -> lopen
Stap 2: Haal 'en' eraf -> lop
Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm" -> ik loop
Stap 4: om wie gaat het? -> ik / ander / meer
ik loop
ander (jij, hij, zij, u) stam/ik-vorm + t -> loopt
meer -> gewoon het hele werkwoord
Hij (pakken) iets uit de kast.
Jij (rijden) veel te hard.
Tegenwoordige tijd
Stap 1: Wat is het werkwoord? -> lopen
Stap 2: Haal 'en' eraf -> lop
Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm" -> ik loop
Stap 4: om wie gaat het? -> ik / ander / meer
ik loop
ander (jij, hij, zij, u) stam/ik-vorm + t -> loopt
meer -> gewoon het hele werkwoord
Tegenwoordige tijd
UITZONDERING:
Als er 'je' of 'jij' achter het werkwoord staat: nooit een 't' toevoegen.
Tegenwoordige tijd
Bijvoorbeeld:
Slaap je altijd met de gordijnen open?
Neem je meestal koffie mee naar het werk?
Dus ook: Word je ook zo moe van de hitte?
Tegenwoordige tijd
Maar ALLEEN als het om jou gaat:
Slaapt je moeder altijd met de gordijnen open?
Neemt je zus meestal koffie mee naar het werk?
Dus ook: Wordt je broer ook zo moe van de hitte?
Waarom ........ (beladen) jij het dak van de auto zo zwaar?
Waarom (worden) je moeder altijd boos als je niet op tijd thuiskomt?
De uitspraak van de minister ........ veel opzien.
baardden
baardde
baarden
baarde
Zij werd al fysiek ........(bedreigen) door haar buurman en nu ........ (bedreigen) hij haar ook via social media.
Heb je al gevoeld hoe mijn voorhoofd ........ ? gloeidt
gloeid
gloeit
gloeidt
gegloeid
Hij (realiseren) ............ zich dat zijn auto geen benzine meer (hebben)................ en (belanden) ............. langs de kant van de weg.
De chauffeur heeft de bus vakkundig door de smalle straatjes ........
gemanoeuvreerd
gemanouvreerd
gemanoeuvreert
gemanouvreert
Zij (volgen) .............. altijd de laatste mode en (kleden)................ zich daarnaar
De weduwe van de ........ juwelier ........ vorige week bij de rechtszaal de moordenaar bijna.
vermoordde - vermoordde
vermoordde - vermoorde
vermoorde - vermoorde
vermoorde -vermoordde