Toetsweek: Oefentoets

1. Je ziet hier een voorbeeld van ....
A
Je omgeving verzorgen
B
Inwendige (innerlijke) verzorging
C
Uitwendige (uiterlijke) verzorging
D
Mantelzorg
1 / 32
volgende
Slide 1: Quizvraag
Middelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

1. Je ziet hier een voorbeeld van ....
A
Je omgeving verzorgen
B
Inwendige (innerlijke) verzorging
C
Uitwendige (uiterlijke) verzorging
D
Mantelzorg

Slide 1 - Quizvraag

2. Waarom hebben inwendige verzorging en uitwendige verzorging veel met elkaar te maken?

Slide 2 - Open vraag

3. Wat wordt bedoelt met ergonomisch werken?
A
Het doen van arbeid
B
Het is een ander woord voor economisch
C
Het heeft te maken met het omgaan met geld
D
Veilig en gezond werken voor je lichaam

Slide 3 - Quizvraag

4. Schrijf 3 tips op om ergonomisch schoon te maken.

Slide 4 - Open vraag

5. Wat betekent dit was symbool?
A
Niet wassen
B
Niet trommeldrogen
C
Niet strijken
D
Niet chemisch reinigen

Slide 5 - Quizvraag

6. Wat betekent dit
gevarensymbool?
A
Irriterend
B
Giftig
C
Bijtend
D
Ontvlambaar

Slide 6 - Quizvraag

7. Je maakt altijd schoon van ....
A
Schoon naar vies en hoog naar laag
B
Vies naar schoon en hoog naar laag
C
Schoon naar vies en laag naar hoog
D
Vies naar schoon en van hoog naar laag

Slide 7 - Quizvraag

8. Waarom is bewegen voor jong en oud zo belangrijk?

Slide 8 - Open vraag

9. Maak de richtlijn van de Gezondheidsraad af:

Bewegen is goed.....

Slide 9 - Open vraag

10. Benoem minimaal 3 symptomen die bij een depressie tot uiting kunnen komen.

Slide 10 - Open vraag

11. Het glas is bij iemand halfleeg. Dit is een voorbeeld van een ... uitspraak.
A
Positieve
B
Negatieve

Slide 11 - Quizvraag

12. Wat is een voedingsmiddel?

Slide 12 - Open vraag

13. Jesper eet een broodje scrambled egg. Is dit een veganistische maaltijd?
A
Ja, hij eet geen dieren
B
Nee, hij eet ei en dat komt van een kip

Slide 13 - Quizvraag

14. Vitamines zijn ....
A
Voedingsmiddelen
B
Voedingsstoffen

Slide 14 - Quizvraag

Groepen voedingsstoffen
Voedingsstoffen
Brandstof<br>
Bouwstof
Beschermende stof<br>
Koolhydraten en vetten

Eiwitten en water
Vitaminen en mineralen

Slide 15 - Sleepvraag

16. Welke voedingsstoffen zijn brandstoffen?
A
Alle voedingsstoffen
B
Koolhydraten
C
Vetten
D
Eiwitten

Slide 16 - Quizvraag

17. Stel een ontbijt samen waarbij elk vak uit de schijf van 5 wordt gebruikt.

Slide 17 - Open vraag

18. Noem 4 voorbeelden van gevolgen van obesitas.

Slide 18 - Open vraag

19. Wat is een ander woord voor suikerziekte?

Slide 19 - Open vraag

20. Iemand met veel vreetbuien die het expres daarna uitspuugt, heeft misschien wel last van...
A
Anorexia nervosa
B
Boulimia nervosa

Slide 20 - Quizvraag

21. In de puberteit wordt er door de huid meer ... aangemaakt.
A
Hormonen
B
Afvalstoffen
C
Talg
D
Bacteriën

Slide 21 - Quizvraag

22. Een puistje ontstaat in een bepaalde volgorde. Sleep het juiste antwoord naar de juiste stap.
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4

Slide 22 - Sleepvraag

23. Is mayonaise een oplossing of
een emulsie?
A
Oplossing
B
Emulsie

Slide 23 - Quizvraag

24. Is thee een oplossing of emulsie?
A
Oplossing
B
Emulsie

Slide 24 - Quizvraag

25. Sleep de woorden naar de juiste plek in het zeepmolecuul.
Hydrofiel
Hydrofoob
Houdt van water
Houdt van vet

Slide 25 - Sleepvraag

26 Uit welke onderdelen bestaat een emulsie? Kruis de juiste woorden aan.
A
Olie (vet)
B
Zout
C
Emulgator
D
Water

Slide 26 - Quizvraag

27. Hoofdpijn is een ... klacht.
A
Psychische
B
Lichamelijke

Slide 27 - Quizvraag

28. Stress is een ... klacht.
A
Psychische
B
Lichamelijke

Slide 28 - Quizvraag

29. Versleep de woorden naar het juiste begrip. Dus hoort het bij bacterie of virus of allebei?
Bacterie
Virus
Hier werkt geen antibiotica tegen
Hier werkt wel antibiotica tegen
Ik ben de grootste van de twee
Ik ben een ziekteverwekker
Ik ben soms ook juist hartstikke nuttig
Ik gebruik cellen van het lichaam om zo te kunnen vermeerderen

Slide 29 - Sleepvraag

30. Welke manier van besmetting is het als iemand ziek wordt, doordat iemand in iemands gezicht hoest?
A
Via de lucht
B
Via contact
C
Via het bloed

Slide 30 - Quizvraag

31. Wat is een chronische ziekte?

Slide 31 - Open vraag

32. Vanuit een levend iemand kunnen alle organen worden gedoneerd.
A
Juist
B
Niet juist

Slide 32 - Quizvraag