ontleden + voorbereiden 3e naamval

Wiederholung Satzanalyse
 
Leerdoelen: in deze LessonUp....
* weet je of je (nog) kan ontleden,  
* moet je de pv, ow, lv en het mw in een zin  kunnen vinden
pv: persoonsvorm 
ow: onderwerp (1e naamval)
lv: lijdend voorwerp (4e naamval) 
mw: meewerkend voorwerp (3e naamval)




1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wiederholung Satzanalyse
 
Leerdoelen: in deze LessonUp....
* weet je of je (nog) kan ontleden,  
* moet je de pv, ow, lv en het mw in een zin  kunnen vinden
pv: persoonsvorm 
ow: onderwerp (1e naamval)
lv: lijdend voorwerp (4e naamval) 
mw: meewerkend voorwerp (3e naamval)




Slide 1 - Tekstslide

Theorie
Weet je nog hoe je moet ontleden? 
Hoe vind je het onderwerp, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp in de zin? 
Weet je dit niet meer? Zoek een uitlegfilmpje!

Slide 2 - Tekstslide

Nu zelf een paar zinnen ontleden
Als je het niet meer weet, kun je jouw aantekeningen eens doorlezen

Slide 3 - Tekstslide

Wat is in deze zin de persoonsvorm?
...(mijn) Mutter gibt ... (haar) Vater ... (een) Geschenk.

A
...(mijn) Mutter
B
gibt
C
... (haar) Vater
D
... (een) Geschenk

Slide 4 - Quizvraag

Wat is in deze zin het onderwerp?
...(mijn) Mutter gibt ... (haar) Vater ... (een) Geschenk.

A
...(mijn) Mutter
B
gibt
C
... (haar) Vater
D
... (een) Geschenk

Slide 5 - Quizvraag

Wat is in deze zin het lijdend voorwerp?
...(mijn) Mutter gibt ... (haar) Vater ... (een) Geschenk.
A
... (mijn) Mutter
B
gibt
C
... (haar) Vater
D
... (een) Geschenk

Slide 6 - Quizvraag

Wat is in deze zin het meewerkend voorwerp?
...(mijn) Mutter gibt ... (haar) Vater ... (een) Geschenk.
A
... (mijn) Mutter
B
gibt
C
... (haar) Vater
D
... (een) Geschenk

Slide 7 - Quizvraag

Wat is in deze zin het meewerkend voorwerp?
Der Mann schreibt seinen Eltern einen Brief.
A
Der Mann
B
seinen Eltern
C
schreibt
D
einen Brief

Slide 8 - Quizvraag

Wat is in deze zin de persoonsvorm?
Der Mann schreibt seinen Eltern einen Brief.
A
Der Mann
B
seinen Eltern
C
schreibt
D
einen Brief

Slide 9 - Quizvraag

Wat is in deze zin het lijdend voorwerp?
Der Mann schreibt seinen Eltern einen Brief.
A
Der Mann
B
seinen Eltern
C
schreibt
D
einen Brief

Slide 10 - Quizvraag

Wat is in deze zin het onderwerp?
Der Mann schreibt seinen Eltern einen Brief.
A
Der Mann
B
seinen Eltern
C
schreibt
D
einen Brief

Slide 11 - Quizvraag

Vervolgopdracht
Leer de woorden die bij de der- en de ein-Gruppe horen. 
Leer de rijtjes van het lidwoord in de naamvallen. 

Zie aantekeningen! 


Slide 12 - Tekstslide

In welke naamval staat het zinsdeel tussen haakjes?
Der Junge gibt dem Mädchen (einen Küss).
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 13 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in.
Der Junge gibt dem Mädchen (..........) Fußball (m).
A
ein
B
einem
C
einen

Slide 14 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in.
Die Mutter schenkt (.....) Kind (o) ein Buch.
A
das
B
dem
C
den

Slide 15 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in.
(.....) Mädchen (o) zeigt dem Lehrer das Heft.
A
Das
B
Dem
C
Die

Slide 16 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in.
Die Mutter schenkt dem Kind (.....) Buch (o).
A
ein
B
einem
C
eines

Slide 17 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in.
Das Mädchen zeigt (.....) Lehrer (o) das Heft.
A
der
B
dem
C
den

Slide 18 - Quizvraag

Vul deze vraag in als je deze LessonUp zorgvuldig hebt doorgewerkt.
Beheers je deze stof? Kan je Duitse zinnen ontleden?
A
Ik kan zinnen ontleden en hoef niet verder te oefenen.
B
Ik kan zinnen ontleden maar wil nog wel wat meer oefenen.
C
Ik vind het moeilijk om zinnen te ontleden en heb nog extra uitleg nodig.
D
Ik vind het moeilijk om zinnen te ontleden en ik kan zelfstandig meer oefenen.

Slide 19 - Quizvraag

Dank voor je aandacht en graag tot volgende week!


Slide 20 - Tekstslide