NB AFSCHEID VAN QUEEN ELiZABETH

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 7,8

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet jij al over (het overlijden) van Koningin Elizabeth? Schrijf zoveel mogelijk op.

Slide 2 - Open vraag

Slide 3 - Link

leesdoel
Na het lezen weet ik wat de belangrijkste gebeurtenissen in het leven van koningin Elizabeth waren en wat de belangrijkste gevolgen zijn van haar overlijden.

Slide 4 - Tekstslide

Inleiding
We lezen regel 5 en 6 nog een keer.
Welke overgang vond er dit weekend plaats?
Let op het signaalwoord want in r. 6
1.

Slide 5 - Tekstslide

Beantwoord nu vraag 1 in het werkboek.

Slide 6 - Tekstslide

Waaraan kon je bij Buckingham Palace zien dat Elizabeth was overleden.
1.

Slide 7 - Tekstslide

Beantwoord nu vraag 2 in het werkboek.

Slide 8 - Tekstslide

Beantwoord nu vraag 3 in het werkboek.

Slide 9 - Tekstslide

Lees regel 18 - 20 nog een keer.
Wat betekent het koloniale verleden? (r. 19)
1.
Welke voorbeelden worden er gegeven van landen die bij het Vernigd Koninkrijk horen?
2.
Kijk in r. 25-27  nog eens goed.
Wat betekent de daad (r 25) en voorzien (r. 26)?
3.

Slide 10 - Tekstslide

Beantwoord nu vraag 4 en 5 in het werkboek.

Slide 11 - Tekstslide

Wat is er al gebeurd en wat gaat er nog gebeuren?
1.
Wat betekent formeel (r. 30)
2.

Slide 12 - Tekstslide

Beantwoord nu vraag 6 in het werkboek.

Slide 13 - Tekstslide

Lees r. 39-40 nog een keer. Wat gebeurd er na de ceremonie in Westminster Abbey?
1.
Wat betekent bijzetten (r. 40)
2.

Slide 14 - Tekstslide

Beantwoord nu vraag 7 in het werkboek.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

tijdbalk
De tekst gaat over het leven en overlijden van koningin Elizabeth en de
gebeurtenissen die daarop volgen. Aan jaartallen en signaalwoorden van tijd (bijvoorbeeld: toen) zie je in welke volgorde dingen gebeuren of gebeurd zijn.
Dat noem je een chronologische volgorde. Die kom je ook vaak tegen bij geschiedenis. Als je de jaartallen/stappen in de tekst op de juiste volgorde zet in een tijdbalk, krijg je een goed overzicht van de informatie in de tekst.

Slide 18 - Tekstslide

lesdoel 2
WOORDENSCHAT
Ik leer de betekenis van tien woorden. Met deze tien woorden kan ik vragen beantwoorden.

Slide 19 - Tekstslide

het feest om te vieren dat iets een aantal jaren bestaat

Slide 20 - Tekstslide

officieel

Slide 21 - Tekstslide

de officiële bijeenkomst bij een speciale gebeurtenis

Slide 22 - Tekstslide

het geheel van regels en afspraken

Slide 23 - Tekstslide

deel van de totale afstand van een route, wandeltocht of wedstrijd.

Slide 24 - Tekstslide

altijd,
iedere keer weer

Slide 25 - Tekstslide

veel tijd en aandacht geven

Slide 26 - Tekstslide

de plaats waar je woont of bent

Slide 27 - Tekstslide

in vergelijking met iets of iemand anders

Slide 28 - Tekstslide

verwachten,
van tevoren zien aankomen

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

aan het werk
KLAAR

Snappet
begrijpend lezen
Week 37
Woordenschat

Maak alle opgaven.

Slide 40 - Tekstslide

Meer lessen zoals deze