Persoonlijk voornaamwoord als onderwerp

Persoonlijk voornaamwoord als onderwerp
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Persoonlijk voornaamwoord als onderwerp

Slide 1 - Tekstslide

Onderwerp
Je = ik [zjuh]                                     nous = wij/we [noe]
tu = jij/je                                              vous = jullie/u [voe]
il = hij       ♂                                          ils = zij [il] ♂♂
elle = zij  ♀                                           elles = zij [el] ♀♀
on = men/we/wij

Slide 2 - Tekstslide

Vraag en antwoord
Een vraag met -tu- beantwoord je met -je- .

Où habites-tu?
J'habite à Delft.

Slide 3 - Tekstslide

Vraag en antwoord
Een vraag met -il- beantwoord je met -il- .

Où habite-t-il?
Il habite à Delft

Slide 4 - Tekstslide

Vraag en antwoord
Een vraag met -elle- beantwoord je met -elle- .

Où habite-t-elle?
Elle habite à Delft.

Slide 5 - Tekstslide

Vraag en antwoord
Een vraag met -vous- beantwoord je met -nous- of -je- .
Où habitez-vous?
Nous habitons à Delft.
J'habite à Delft

Slide 6 - Tekstslide

Vraag en antwoord
Een vraag met -ils- beantwoord je met -ils- .
Où habitent-ils?
Ils habitent à Delft. 

Slide 7 - Tekstslide

Vraag en antwoord
Een vraag met -elles- beantwoord je met -elles- .
Où habitent-elles?
Elles habitent à Delft.

Slide 8 - Tekstslide

Tu habites ici?
A
Oui, j'habite à Delft.
B
Oui, tu habites ici.

Slide 9 - Quizvraag

Il est fou?
A
Oui, je suis fou.
B
Oui, il est fou.

Slide 10 - Quizvraag

Il est grand?
A
Oui, il est grand.
B
Non, elle est petite.

Slide 11 - Quizvraag

Vous êtes à l'école?
A
Oui, je suis à l'école.
B
Oui, nous sommes à l'école.

Slide 12 - Quizvraag


Slide 13 - Open vraag