In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 60 min
Introductie
Wie wil er nu niet brandveilig leven? Maar hoe doe je dat eigenlijk?!
In deze les nemen we je mee en vertellen over verschillende brandoorzaken en wat je kunt doen om brand te voorkomen. En opeens is er toch brand! Wat doe je dan? Na deze les weet je hoe je brandveilig kunt leven.
In deze les zitten video's, open vragen, quiz- en sleepopdrachten. Daarmee is de les afwisselend en interactief.
Instructies
Voorbereiding:
Deze docentenhandleiding geeft een uitgebreide toelichting op de les- en leerstof en lesideeën. Handig om van te voren door te nemen.
Downloaden:
Download voorafgaand aan de les de werkbladen om tijdens de les te maken en/of om mee naar huis te geven.
Lesidee:
Download het werkblad 'Vluchtplan op school' en maak deze opdracht in groepjes.
Bespreek daarna de onderwerpen klassikaal.
Misschien is dit een mooi opstapje naar een daadwerkelijke oefening van het vluchtplan van de school.
Instructies
Werkbladen
Onderdelen in deze les
Brandveiligheid - Wat weet jij ervan?
Brandveiligheid
Wat weet jij ervan?
Slide 1 - Tekstslide
Brandveiligheid: Wat weet je ervan?
Op deze foto zie je hoe de brandweer een schoorsteenbrand blust.
1 op de 65 personen maakt een brand mee in huis.
Het zal je maar gebeuren.
Naar volgende slide.
Heb jij wel eens in huis brand meegemaakt?
Ja
Nee
Slide 2 - Poll
Devices
Als je gebruik maakt van devices in de klas, activeer de knop "devices". Er verschijnt een code. De leerlingen kunnen vanaf hun tablet naar de lessonup.app gaan of gebruik maken van de QR code om de getoonde code en hun voornaam in te voeren.
Als iedereen is ingelogd, gaan we verder met de open vraag.
Vraag:
Heb jij wel eens een brand in huis meegemaakt?
De leerlingen kunnen deze vraag op hun device (tablet) invullen.
Een brand kan veel impact hebben. Houd hier rekening mee wanneer de verhalen verteld worden en houd de reacties goed in de gaten.
Vraag welke leerling iets wil vertellen over de brand die zij hebben meegemaakt:
Wat is er gebeurd?
Wie heeft het ontdekt?
Wat hebben jullie gedaan?
Is iedereen op tijd veilig buiten gekomen?
Is er niemand gewond geraakt?
Duurde het lang voor de brandweer er was?
Is er veel schade? Kon je nog in je huis blijven wonen?
Maak vervolgens de koppeling naar de leerdoelen van de les > volgende slide.
- Verschillende oorzaken van brand en hoe je brand kunt voorkomen
- Wat de gevaren zijn bij brand en hoe je kunt handelen
- Hoe je een vluchtplan maakt
- Wat er gebeurt als je 112 belt
Na deze les weet je...
Slide 3 - Tekstslide
Leerdoelen benoemen:
Verschillende oorzaken van brand.
Gevaren bij brand.
Hoe je een vluchtplan maakt.
Hoe je een brand kunt voorkomen.
Wat er gebeurt als je 112 belt.
Brandveiligheid: Wat weet je ervan?
timer
1:00
Slide 4 - Open vraag
Brandveiligheid wat is dat?
Dat er niet gauw brand ontstaat.
Dat je een brand snel ontdekt.
Dat je weet wat je moet doen als er brand is.
Brandveiligheid: Wat weet je ervan?
Schrijf op wat je kunt doen om zo brandveilig mogelijk te leven?
Tip
Om grip te houden op de tijdsduur voor het invullen, kun je gebruik maken van de timer.
Mogelijke antwoorden op de open vraag:
Rookmelders: Zodra er rook in deze melders komt klinkt een waarschuwingssignaal. Er is mogelijk brand, ga zo snel mogelijk naar een veilige plek.
Vluchtsleutel: Let er op dat je niet hoeft te zoeken naar sleutels wanneer je snel moet vluchten. Geef sleutels een vaste plek dicht bij de deur.
Vluchtplan: Afspraken met je huisgenoten met als doel dat iedereen op tijd in veiligheid komt.
Niet spelen met vuur: Spelen met vuur is gevaarlijk omdat de kans groter wordt dat het vuur uitgroeit tot brand.
112 bellen: Dit is het alarmnummer om de hulpdiensten te bellen. Het mag alleen gebruikt worden als er met spoed hulp nodig is.
Als je slaapt, deuren dicht: Als er brand uitbreekt in een ruimte waarvan de deuren dicht zijn, kan het vuur niet zo snel uitbreiden en de rook zich niet zo snel verspreiden. Je krijgt hierdoor meer tijd om te vluchten.
Veilig opladen:Veel branden in huis ontstaan tijdens het opladen van apparaten. Door de tips voor veilig opladen op te volgen, verklein je de kans op brand.
Uit de rook blijven: Rook is giftig. Als je rook inademt, komen de giftige stoffen in je bloed. Een gevolg kan zijn dat je hierdoor niet meer goed kunt nadenken. Rook gaat door de warmte omhoog. Als je zelf laag bij de grond blijft, heb je meer zicht. Bovendien is laag bij de grond de temperatuur lager en is er meer zuurstof.
Slide 5 - Tekstslide
Vertel:
Brand is vuur op een plek waar het niet hoort te zijn.
Om vuur te krijgen heb je drie dingen nodig.
Weet jij welke drie dingen?
Klik op het oog icoon om de 3 elementen zichtbaar te maken.
Iets dat kan branden, dat noemen we een brandstof.
Zuurstof, zit in de lucht en is overal om je heen.
Warmte (temperatuur). Alleen bij de juiste temperatuur kan iets gaan branden.
Deze 3 elementen bij elkaar noemen we de branddriehoek.
Experiment:
Nodig:
Waxinelichtje (klein kaarsje/theelichtje).
Glazen potje met metalen deksel.
Een lange aansteker.
Stappen:
Zet het waxinelichtje op het metalen dekseltje.
Steek het waxinelichtje aan.
Als het kaarsje goed brandt, zet dan het glazen potje op de kop over het brandende kaarsje.
Wat gebeurt er?
Antwoord:
Het kaarsje gaat uit.
Waarom?
Antwoord:
Het vuur heeft geen zuurstof meer.
Als je één van de zijdes van de driehoek weghaalt, gaat vuur uit.
Je kunt vuur dus doven door:
De zuurstof weg te halen. Bijvoorbeeld met de deksel van de pan, zand of een blusdeken.
De temperatuur naar beneden brengen door te blussen met water.
De brandstof weghalen door bijvoorbeeld de gaskraan te sluiten.
Slide 6 - Tekstslide
Bij iedereen kan thuis brand ontstaan.
Dagelijks blust de brandweer in Nederland gemiddeld 20 woningbranden.
Vraag:
Wat is één van de belangrijkste veroorzakers van brand in Nederland?
Antwoord:
De mens zélf is de grootste veroorzaker van brand.
Door de dingen die we zélf doen, of juist niet doen, ontstaan incidenten.
We kunnen daarom zélf ook veel doen om incidenten te voorkomen.
Vraag:
Herken jij de gevaren in deze tekening? Wat kun je doen om ervoor te zorgen dat het niet fout gaat?
Op de volgende slide zijn icoontjes te vinden met de juiste antwoorden.
Slide 7 - Tekstslide
Koken:
Niemand aanwezig bij eten koken.
De Keukenrol, het doekje en de fles met brandbare vloeistof staan te dicht bij het kooktoestel.
Wat kun je doen?
Bij het eten koken blijven.
Geen brandbare materialen bij het kooktoestel.
Stoken:
Brandbare materialen op het kacheltje.
Snoer van het kacheltje is kapot.
Wat kun je doen?
Geen brandbare materialen op of dichtbij het kacheltje.
Kapotte snoeren niet meer gebruiken. Laat deze vervangen.
Elektriciteit:
Onveilig gebruik van stekkerdozen door ze aan elkaar te koppelen.
Stekkerdozen die worden overbelast (worden te warm) doordat er grote stroomverbruikers op worden aangesloten, zoals het elektrische kacheltje.
Strak gespannen snoer van de laptop: kans op kabelbreuk.
Wat kun je doen?
Maximaal 1 stekkerdoos aansluiten op een stopcontact.
Grote stroomverbruikers rechtstreeks aansluiten op een stopcontact.
Snoeren van elektrische apparaten niet helemaal strak spannen.
Opladen van apparaten:
Telefoon op kussens waardoor de warmte niet weg kan.
Wat kun je doen?
Leg je telefoon op een harde ondergrond tijdens het opladen.
Leg hem niet in een vluchtroute.
Laad hem overdag op in een ruimte met een rookmelder.
Haal de stekker eruit als de batterij vol is.
Spelen met vuur:
De kat spelend bij de kaars en de plant.
Wat kun je doen?
Laat huisdieren niet alleen in een ruimte met brandende kaarsen.
Gebruik kaarsen met een batterij.
Gebruik apparaten:
Het strijkijzer is op de kleding blijven staan.
Wat kun je doen?
Laat het strijkijzer niet op de kleding staan.
Ben je klaar met strijken? Stekker uit het stopcontact.
Struikelgevaar:
Er liggen veel snoeren over de vloer.
Wat kun je doen?
Leg (lange) snoeren zo neer dat je er niet over kunt struikelen.
De grote
quiz!
Wat weet jij al?!
Slide 8 - Tekstslide
De grote 'Wat weet jij al?!' Quiz!
Zo werkt een quizvraag:
De leerlingen kunnen de quizvraag invullen terwijl de vraag wordt gesteld.
Als alle leerlingen het antwoord hebben gegeven kun je met de button 'volgende' de ingevulde antwoorden zien.
Druk je nog een keer op 'volgende' dan komt het juiste antwoord in beeld.
Wat is het grootste gevaar bij brand?
A
De vlammen
B
De hitte
C
De rook
Slide 9 - Quizvraag
Quizvraag:
Wat is het grootste gevaar bij brand?
Antwoord: C. De rook.
Alle drie zijn gevaarlijk bij brand, maar rook is de gevaarlijkste. Na de volgende vraag horen de leerlingen waarom rook zo gevaarlijk is.
Waarom is rook zo gevaarlijk?
A
Bij veel rook zie je niets
B
Rook verspreidt zich gemakkelijk
C
Rook is giftig
D
Alle drie de antwoorden zijn goed
Slide 10 - Quizvraag
Quizvraag:
Waarom is rook zo gevaarlijk?
Antwoord: D: Alle drie de antwoorden zijn goed.
Alle antwoorden zijn waar. Maar het meest gevaarlijk zijn de giftige stoffen die in de rook zitten. Als je deze inademt, dan worden de giftige stoffen in je bloed opgenomen. Waardoor je niet meer helder kunt nadenken. Als je veel rook inademt, kun je bewusteloos raken of zelfs dood gaan.
Rook beperkt je zicht, je kunt je dan niet goed oriënteren, je vluchttijd kan daardoor langer worden dan als je wel goed zicht hebt.
Blijf altijd uit de rook.
Op welk tijdstip van de dag vallen de meeste slachtoffers bij brand?
A
In de nacht
B
Overdag
C
In de ochtend
Slide 11 - Quizvraag
Quizvraag:
Op welk tijdstip van de dag vallen de meeste slachtoffers bij brand?
Antwoord: A. In de nacht.
Als je wakker bent, ontdek je een brand sneller doordat je vlammen en rook kunt zien, ruiken en horen. Maar als je slaapt, ontdek je een brand alleen als je goed werkende rookmelders hebt opgehangen die je op tijd waarschuwen. Als deze er niet zijn, dan is de kans groot dat je de brand te laat opmerkt en dat je minder tijd hebt om te vluchten.
Als je slaapt zie en ruik je niets. Ook hoor je niet zo snel het geluid van een brand. Daarom is het verstandig om een rookmelder op te hangen.
Deze zal op tijd in alarm gaan. Daar word je wel wakker van en geeft je de tijd om te kunnen vluchten.
Hoeveel tijd heb je om jezelf in veiligheid te brengen bij brand?
A
0-5 minuten
B
5-10 minuten
C
10-20 minuten
Slide 12 - Quizvraag
Quizvraag:
Hoeveel tijd heb je om jezelf in veiligheid te brengen bij brand?
Antwoord: A. Ongeveer 0-5 minuten
Als een brand genoeg zuurstof heeft, en er zijn veel brandbare stoffen aanwezig, dan kan een brand zich zeer snel ontwikkelen. Soms heb je niet eens 5 minuten de tijd om jezelf in veiligheid te brengen.
Slide 13 - Tekstslide
Introduceer Video:
In deze video zie je hoe een kleine brand zich in een paar minuten ontwikkelt naar een grote brand.
Er is genoeg zuurstof. In beeld zie je de tijd meelopen en zie je de temperatuur oplopen. Let goed op de rookontwikkeling en hoe deze zich door de kamer verplaatst. Er staan maar weinig spullen in deze woonkamer.
Vraag:
Als er meer spullen in de kamer staan, ontwikkelt de brand zich dan sneller of langzamer?
Antwoord:
Als er meer spullen zijn, is er meer brandstof in de ruimte. Hierdoor ontwikkelt de brand zich sneller.
En als de ramen en deuren dicht zouden zitten?
Antwoord:
De brand ontwikkeld zich langzamer omdat er snel minder zuurstof aanwezig zal zijn. Als alle zuurstof is opgebruikt door de brand zal deze zelfs uiteindelijk uitgaan.
Vertel:
Je zag hoe de rook zich eerst naar boven verspreidde, daarna verplaatste de rook zich van boven naar beneden in de ruimte. Rook is levensgevaarlijk, rook moet je niet inademen. Ga snel weg uit de ruimte en blijf laag bij de grond. De temperatuur is daar lager, je hebt meer zicht.
Sleep deze rookmelders naar iedere verdieping op de juiste plek.
In ieder huis zijn rookmelders verplicht.
Op welke plekken?
Zolder
Verdieping
Begane grond
Slide 14 - Sleepvraag
Vertel:
Rookmelders zijn wettelijk verplicht in ieder huis. Met goed werkende rookmelders wordt een brand sneller ontdekt en heb je meer tijd om jezelf in veiligheid te brengen.
Vraag:
Op welke plek zijn rookmelders in huis verplicht?
Waarom juist op die plek?
Sleepopdracht:
Met de sleepopdracht, verplaats je de rookmelders naar de plek waar deze verplicht zijn.
Let op bij deze sleepopdracht:
De rookmelders hangen aan het plafond!
Als je ze goed plaatst, blijven ze 'hangen'.
Antwoord:
Klik op: "toon goede antwoord" voor het juiste antwoord.
Toelichting:
De wet zegt dat rookmelders moeten hangen in de vluchtroutes. Dat zijn de plekken waar je langs loopt als je snel naar buiten moet.
Het is altijd goed om extra rookmelders op te hangen in andere kamers. Dan word je sneller gewaarschuwd bij brand en heb je meer tijd om te vluchten.
Let op: Door stoom van koken en douchen kan de rookmelder afgaan, óók als er geen brand is.
Slide 15 - Video
We gaan nu kijken naar een animatie.
In deze animatie zie je waarom niet alleen rookmelders belangrijk zijn, maar ook dichte deuren in huis.
Wat staat er in een vluchtplan?
timer
1:00
Slide 16 - Open vraag
Vertel:
Een vluchtplan bestaat uit afspraken die je met elkaar maakt voor het moment dat er brand zou uitbreken bij jou in huis.
Daar kun je vooraf in alle rust met elkaar over praten. Als je het vluchtplan met elkaar gaat oefenen, kun je kijken of alle afspraken goed werken.
Je bent dan allemaal goed voorbereid op een eventuele brand bij jou thuis.
Vraag:
Wat staat er in een vluchtplan?
De leerlingen kunnen via hun device deze open vraag beantwoorden. Vervolgens worden de antwoorden getoond op het bord.
Je kunt hier kort op ingaan. In de volgende slide staan de verschillende juiste antwoorden.
Vluchtplan
Wie helpt wie?
Veiligste vluchtroute
Vluchtsleutel
Verzamelplaats buiten
Houd binnendeuren dicht.
Houd vluchtroutes vrij.
Slide 17 - Tekstslide
Een vluchtplan bestaat uit afspraken die je met elkaar maakt voor het moment dat er brand zou uitbreken bij jou in huis.
Daar kun je vooraf in alle rust met elkaar over praten. Als je het vluchtplan met elkaar gaat oefenen, kun je kijken of alle afspraken goed werken.
Je bent dan allemaal goed voorbereid op een eventuele brand bij jou thuis.
Wat spreek je af in een vluchtplan?
Wie helpt wie? Niet iedereen kan zichzelf op tijd redden. Dus help elkaar. Denk aan jongere broertjes of zusjes, of de huisdieren. Bijvoorbeeld: Papa neemt broertje Joey mee en mama de kat Snoetje.
Veiligste vluchtweg De vluchtweg of vluchtroute is de route die je 'normaal' loopt om vanaf bijvoorbeeld je slaapkamer, naar buiten te gaan. De veiligste route is de route waar geen rook of vuur is.
Maar als in deze 'normale' route rook of vuur is, is er dan een andere vluchtroute? Is er een balkon waar je naar toe kunt gaan? Of kun je via het raam naar buiten?
Binnendeuren dicht Met de deuren dicht kan de giftige rook zich niet zo snel door het huis verspreiden. Je hebt dan meer tijd om te vluchten.
Vluchtroute vrij houden Zorg er voor dat er geen spullen in de vluchtroute liggen, zoals schoenen op de trap of een tas in de gang. Wanneer het licht is kun je dit prima zien, maar wanneer dit midden in de nacht is, zorgt dit voor een gevaarlijke situatie.
Vluchtsleutel Zorg ervoor dat er altijd een vluchtsleutel bij de deur hangt. Zo hoef je niet te zoeken naar een sleutel en kun je veilig naar buiten.
Verzamelplaats Spreek een verzamelplaats buiten af met elkaar. Zo weten jij en de brandweer zeker dat iedereen veilig buiten is. (Blijf uit de rook!)
112
Er is brand! Je staat veilig buiten en belt 112. Welke informatie heeft de centralist nodig?
- Wie ben je en van wie heb je hulp nodig?
- Waar is het noodgeval?
- Wat is er gebeurd?
- Waarom is het een noodgeval?
- Wacht tot alle vragen gesteld zijn.
timer
3:00
Slide 18 - Tekstslide
Stel:
Je ontdekt dat de accu van je hoverboard in brand is gegaan tijdens het opladen.
Kun je deze brand zelf blussen? Antwoord:
Nee, dit is te gevaarlijk. In een hoverboard zit een Lithium batterij. Deze kun je niet zelf blussen. Het geeft een explosieve verbranding waarbij zeer giftige rook ontstaat.
Wat kun je wel doen?
Als het nog lukt: haal de stroom eraf.
Verlaat de ruimte.
Doe de deur achter je dicht.
Ga samen met je huisgenoten naar buiten.
Bel 112.
Hoe bel je 112?
Dat gaan we nu oefenen met een rollenspel.
Klassikaal voorbeeld:
Een leerling doet alsof hij/zij het alarmnummer belt om dit incident te melden.
De docent speelt de rol van de centralist en stelt de 5 "W" vragen op de slide (wie, waar, wat, waarom, wacht).
Daarna is het de beurt aan de leerlingen.
Maak tweetallen.
Één persoon is de centralist die de vragen stelt.
De andere persoon is degene die de melding doet en de vragen van de centralist beantwoordt.
Wanneer de tweetallen zijn gemaakt en de rollen zijn verdeeld, kun je de timer aanzetten en geef je de leerlingen de tijd om met elkaar te oefenen.
Hoeveel tijd heeft de brandweer gemiddeld nodig om bij brand ter plaatse te komen?
A
Ongeveer 5 minuten
B
Ongeveer 8 minuten
C
Ongeveer 15 minuten
Slide 19 - Quizvraag
Quizvraag:
Hoeveel tijd heeft de brandweer gemiddeld nodig om bij brand ter plaatse te komen?
Antwoord: B. Ongeveer 8 minuten
Als je het alarmnummer belt, dan wordt de dichtstbijzijnde brandweer gewaarschuwd.
De brandweermensen komen naar de brandweerkazerne toe, trekken hun veiligheidskleding aan en stappen in de brandweerauto.
Voordat de auto op pad gaat, zijn er al vaak 5 minuten verstreken na de melding van de brand.
Daarna moet de weg worden afgelegd naar de plek waar de hulp nodig is. Hoe verder de brand van de kazerne af is, hoe langer het duurt voor de brandweer ter plaatste kan zijn. Gemiddeld is het 8 minuten, maar het kan ook 15 minuten duren. Bijvoorbeeld als het heel druk is in het verkeer. Tot die tijd ben je op jezelf aangewezen.
Wat vind je belangrijk om thuis te vertellen over deze les?
Slide 20 - Open vraag
Vertel:
In deze les hebben we verschillende onderwerpen besproken:
Oorzaken van brand.
Gevaren bij brand.
Het maken van een vluchtplan.
Het voorkomen van brand.
Wat er gebeurt als je 112 belt.
Vraag:
Wat vind je belangrijk om thuis te vertellen vanuit deze les?
Wat vond je van deze les?
😒🙁😐🙂😃
Slide 21 - Poll
Met deze poll zie je hoe de leerlingen deze les hebben ervaren.
Vraag ook naar tips om deze les eventueel te verbeteren.
Tips voor het aanpassen of verbeteren van de les kunnen worden gemaild naar: