Week 5: Samenvatten

Communicatie 3
Quiz met jullie vragen!
Terugblik stageopdracht
Samenvatten - theorie
Video
Aan de slag!
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
CommunicatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Communicatie 3
Quiz met jullie vragen!
Terugblik stageopdracht
Samenvatten - theorie
Video
Aan de slag!

Slide 1 - Tekstslide

Quiz time!

Slide 2 - Tekstslide

noem 1 ding dat in het gezondheidspatroon van Gorden staat:
A
Voeding en stofwisseling
B
rekenvaardigheid
C
kleurenvoorkeur

Slide 3 - Quizvraag

Wat houd actief luisteren in?
A
Actief luisteren is als je gewoon wacht tot de ander klaar is met praten.
B
Actief luisteren betekent dat je alles letterlijk herhaalt wat de ander zegt.
C
Actief luisteren betekent dat je met aandacht luistert, laat merken dat je de ander begrijpt.

Slide 4 - Quizvraag

Wat is interpreteren?
A
Interpreteren is het geven van betekenis aan wat je hoort of ziet.
B
Interpreteren is hetzelfde als vertalen van een andere taal.
C
Interpreteren betekent dat je altijd precies weet wat iemand bedoelt zonder te vragen.

Slide 5 - Quizvraag

Wat doe je om contact te maken:
A
Je kijkt expres weg.
B
Om contact te maken, begroet je iemand vriendelijk, maak je oogcontact en toon je interesse in de ander.
C
Je praat alleen over jezelf zodat de ander je goed leert kennen.

Slide 6 - Quizvraag

Hoe kun je laten zien dat je actief luistert tijdens een gesprek?
A
Door ondertussen alvast je volgende vraag te bedenken.
B
Door de zorgvrager regelmatig in de rede te vallen.
C
Door oogcontact te maken, te knikken en samen te vatten.

Slide 7 - Quizvraag

Waarom is het belangrijk om door te vragen tijdens een gesprek?
A
Omdat je dan sneller klaar bent met het gesprek
B
Omdat je dan beter begrijpt wat iemand echt bedoelt (juist)
C
Omdat je dan kunt laten zien dat jij het beter weet

Slide 8 - Quizvraag

Waarom is het belangrijk om naast woorden ook op lichaamstaal en gezichtsuitdrukking te letten bij een gesprek?
A
Omdat mensen vaak iets anders laten zien dan wat ze zeggen.
B
Omdat je dan weet of iemand boos op jou is.
C
Omdat je dan minder hoeft te luisteren naar wat er gezegd wordt.

Slide 9 - Quizvraag


Wat betekent NIVEA?
A
Nooit Iets Verwachten En Aannemen
B
Niet Invullen Voor Een Ander
C
Niemand Is Verantwoordelijk En Alleen

Slide 10 - Quizvraag

Wat betekent ANNA?
A
Alle Nederlanders Niet Antwoorden
B
Altijd Negatief Niet Adviseren
C
Altijd Navragen Nooit Aannemen

Slide 11 - Quizvraag

Waarvoor staat de afkorting oma?
A
oordelen meningen adviezen
B
oordelen meningen aanvaarden
C
opinies meningen adviezen

Slide 12 - Quizvraag

Hoeveel gezondheidspatronen van gorden zijn er?
A
tien
B
elf
C
twaalf

Slide 13 - Quizvraag

Terugblik stageopdracht
Vertel!

Wat zijn jullie ervaringen?

Slide 14 - Tekstslide

Samenvatten
Belangrijk onderdeel van actief luisteren
Structuur geven aan gesprek

Twee manieren:
  • Inhoudelijk niveau
  • Gevoelsniveau

Slide 15 - Tekstslide

Samenvatten
  • Inhoudelijk niveau
je geeft dan een vrij letterlijke weergave van wat de ander gezegd heeft.
  • Gevoelsniveau
 je koppelt terug hoe je denkt dat de ander zich voelt. Hierbij maak je vooral gebruik van de non-verbale signalen van de ander.

Slide 16 - Tekstslide

Samenvatten
Een voorbeeld van samenvatten op twee niveaus Je hoort de ander zeggen: ‘Hij heeft mijn fiets geleend zonder het te vragen.’
Jij vat dit samen:
• op inhoudelijke niveau: ‘Hij leende, zonder te vragen, jouw fiets.’
• op gevoelsniveau: ‘Je bent boos omdat hij zonder te vragen jouw fiets leende…?’

Slide 17 - Tekstslide

Samenvatten
Een samenvatting begint meestal met de woorden:
• Als ik je goed begrijp, dan ... ?
• U heeft het gevoel dat ... ?
• Jij bent van mening, dat ...?

Slide 18 - Tekstslide

Samenvatten
Een goede samenvatting is
• kort: je geeft alleen relevante informatie;
• specifiek: je geeft de kern van het verhaal van de ander weer;
• in eigen bewoording: je zegt de ander niet letterlijk na (als je dat wel doet, ben je aan het 'papegaaien');
• vragend: aan het eind gaat je stem iets omhoog, alsof het om een vraag of uitprobeersel gaat (want je weet niet zeker of je goed hebt samengevat).

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Aan de slag!
Opdrachten in Learnbeat
Verdieping + checking

Slide 21 - Tekstslide