2- Preterito indefinido

Klasseregels:
Ga voor de les naar het toilet.
Ga rustig zitten op je stoel.
Pak je boek, werkboek en schrift. 
Zet je tas op de grond.
Wacht in stilte tot de docent begint met de les.
Wat gebeurd er als je niet luistert?
1x keer waarschuwing.
2x keer nablijven.
3x keer groene kaart ophalen en strafwerk.
Belangrijk!
Spreektoets
Woensdag 18 en vrijdag 20 februari.

Na de vakantie op 4 maart Formatieve toets (Bonus punt)
Presente Perfecto en Indefinido.

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Klasseregels:
Ga voor de les naar het toilet.
Ga rustig zitten op je stoel.
Pak je boek, werkboek en schrift. 
Zet je tas op de grond.
Wacht in stilte tot de docent begint met de les.
Wat gebeurd er als je niet luistert?
1x keer waarschuwing.
2x keer nablijven.
3x keer groene kaart ophalen en strafwerk.
Belangrijk!
Spreektoets
Woensdag 18 en vrijdag 20 februari.

Na de vakantie op 4 maart Formatieve toets (Bonus punt)
Presente Perfecto en Indefinido.

Slide 1 - Tekstslide

Preterito indefinido
Tema: Vriendschap en verliefdheid 
El objetivo de hoy:
Herhaling: Ik kan de vormen van de pretérito indefinido invullen in een zin.

El programa de hoy:
Herhaling van de Indefinido  
Blooket
A trabajar



Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je van de indefinido? (Verleden tijd)

Slide 3 - Open vraag

Vervoeg het werkwoord HABLAR (INDEFINIDO)
yo
nosotros
él
ellos
vosotros
hablé
hablaste
hablamos
habló
hablaron
hablasteis

Slide 4 - Sleepvraag

Vervoeg het werkwoord COMER (INDEFINIDO)
yo
ellos
él
nosotros
vosotros
comiste
comí
comieron
comió
comimos
comisteis

Slide 5 - Sleepvraag

Zet de indefinido van COMER in de juiste volgorde:
Ik at
jij at
hij/zij u at
wij aten
jullie aten
zij aten
comiste
comí
comimos
comió
comisteis
comieron

Slide 6 - Sleepvraag

Vervoeg het werkwoord HABLAR (INDEFINIDO)
yo

él
nosotros
vosotros

ellos
hablé
hablaste
habló
hablamos
hablasteis

hablaron

Slide 7 - Sleepvraag

Wat is de pretérito indefinido?
A
De verleden tijd
B
De toekomende tijd
C
De tegenwoordige tijd
D
Het zelfstandig naamwoord

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van de indefinido?
Este fin de semana ________ mucho.
A
trabajo
B
he trabajado
C
trabajó
D
estoy trabajando

Slide 9 - Quizvraag

Wat zijn signaalwoorden van de pretérito indefinido?
A
ayer
B
este mes
C
el mes pasado
D
en 2001

Slide 10 - Quizvraag

Indefinido:
(yo, hablar) ____con mis padres ayer.
A
hablé
B
hablaste
C
habló
D
hablamos

Slide 11 - Quizvraag

Indefinido:
(yo) vivir
A
viví
B
viviste
C
vivió
D
vivimos

Slide 12 - Quizvraag

Indefinido:
(Tú, comer) _______ una paella
A
Comí
B
comiste
C
comió
D
comimos

Slide 13 - Quizvraag

Pretérito Indefinido van de regelmatige werkwoorden
hablar
comer
vivir
(yo)
hablé
comí
viví
(tú)
hablaste
comiste
viviste
(él, ella, usted)
habló
com
viv
(nosotros/-as)
hablamos
comimos
vivimos
(vosotros/-as)
hablastéis
comistéis
vivistéis
(ellos/-as/ustedes)
hablaron
comieron
vivieron

Slide 14 - Tekstslide

Dit zijn enkele onregelmatige ww in de Pretérito Indefinido. Hoe kan je deze het beste onthouden?

Slide 15 - Tekstslide

Ga naar Blooket
Voer de code in.

Slide 16 - Tekstslide

A trabajar
Maak de oefening van je libro de grammatica.
timer
5:00

Slide 17 - Tekstslide

Hebben we het doel behaald?

El lunes pasado __________ (yo, beber) un zumo de naranja delicioso.

Ayer vosotros __________ ( escuchar) música latina en clase.

El año pasado ellos __________ ( vivir) en una casa muy bonita en Valencia.

Anoche tú __________ ( estudiar) mucho para el examen de hoy.

El sábado pasado nosotros __________ ( comprar) una pizza en el centro.

Slide 18 - Tekstslide

Thuis: Video 
Vind je het vervoegen van de werkwoorden nog lastig? Bekijk dan het fragment (zie volgende slide).

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video


Ayer, yo _____ (hablar) con Juan.
A
hablaste
B
hablé
C
habló
D
hablamos

Slide 21 - Quizvraag

Ellos _______(comer) paella el domingo.
A
comí
B
comiste
C
comió
D
comieron

Slide 22 - Quizvraag

Pedro _____ (vivir) en España el año pasado.
A
viví
B
vivió
C
vivimos
D
viviste

Slide 23 - Quizvraag

Ayer nosotros _______ (estudiar) para mi examen de español
A
estudié
B
estudiaste
C
estudiamos
D
estudiaron

Slide 24 - Quizvraag

Checken
El domingo pasado, nosotros ________(ir) al cine para ver een película nueva. 

El fin de semana  yo __________ (hacer) mis deberes de español.
¿Tú __________ (hablar) con tus padres ayer por la mañana? 
Ellos __________ (vivir) en Madrid hace dos años
Vosotros __________ (comprar) un regalo muy bonito para María. 

Slide 25 - Tekstslide

A trabajar
  • Maak oefening 1 en 2 van je werkblad.
  • Maak oefening 30 b, 31 a en b op p. 78 en 79 van je libro de ejercicios. 
timer
10:00

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Link

Pretérito indefinido de ir
(yo)                                         fui
(tú)                                         fuiste
(él, ella, usted)                  fue
(nosotros)                          fuimos
(vosotros)                           fuisteis
(ellos, ellas, ustedes)    fueron

1. Mis padres _____ a Madrid en verano.

2. Vosotros ______ al mercado de navidad a munster.

3. La semana pasada ____ ellos al nuevo restaurante español.

Slide 28 - Tekstslide