5.10. Ontleden, Wanderlust 4

Willkommen bei Deutsch!
Willkommen bei  
Deutsch!

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Willkommen bei Deutsch!
Willkommen bei  
Deutsch!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programm, Montag 5.10. 
Ontleden
Wanderlust 4

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

die Fälle
D____ Frau küsst d_____ Mann.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wer küsst????
Die Frau küsst den Mann.
Die Frau küsst der Mann.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stappenplan
1. Voorzetsel?
2. Ontleden -> Welk zinsdeel is het? Vragen!
3. Geslacht van het zelfstandig naamwoord of persoonlijk
     voornaamwoord? Meervoud?
4. Der- of ein-groep?
5. Correcte vorm kiezen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de stappen om een zin te ontleden?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stappenplan ontleden
1. Het gezegde
2. Onderwerp
3. Lijdend voorwerp
4. Meewerkend voorwerp

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fälle gebrauchen
Die Schülerin fragt _______ Lehrer.

Satzglieder bestimmen (ontleden)        
1.  gezegde                                -> fragt
2. onderwerp                           -> die Schülerin
3. lijdend voorwerp             -> ___Lehrer ->Akkusativ -> den, einen
4. meewerkend voorwerp      ->  is er niet


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het gezegde   (das Prädikat)
Der Lehrer    gibt    dem Schüler die Note.

-> alle werkwoordvormen in de zin

hier: gibt

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het onderwerp   (das Subjekt)
Der Lehrer     gibt dem Schüler die Note.

-> Wie/Wat + gezegde   ->  Wer/Was gibt?

hier: Der Lehrer   (1de naamval)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het lijdend voorwerp   (das direkte Objekt)
Der Lehrer gibt dem Schüler      die Note.

-> Wie/Wat + gezegde + onderwerp
 ->  Wer/Was wird gegeben?  (Passiv)
hier: die Note    (4de naamval)

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het meewerkend voorwerp   (das indirekte Objekt)
Der Lehrer gibt      dem Schüler     die Note.

-> Aan wie/voor wie + gezegde + onderwerp
 ->  Wem wird gegeben?  (Passiv)
hier: dem Schüler    (3de naamval)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bezitsrelatie   (2de naamval)
Der Lehrer gibt dem Schüler die Note der Woche.
-> Van de / van het  
 ->  Wessen?
hier: der Woche

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Naamwoordelijk deel van het gezegde
Deutsch ist mein Lieblingsfach.
Das Stanislascollege ist meine Lieblingsschule.
->   1. naamval!!!

Deutsch=Lieblingsfach, Stanislas=Lieblingssch.


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sätze mit sein oder haben
Deutsch ist mein Lieblingsfach.
Das Stanislascollege ist meine Lieblingsschule.
->   1. naamval!!!

Ich habe einen Lieblingslehrer.
Er hat einen Fehler.
-> 4. naamval!!!

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hij / Hem
Als je het woord kan vervangen door:

hij (zij)                               ->  onderwerp                         -> 1de nv

hem (haar)                      ->   lijdend voorwerp           -> 4de nv

aan/voor hem (haar)  -> meewerkend voorwerp  ->   3de nav

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hij / Hem
Der Lehrer sieht den Schüler (m).

->  Hij ziet hem
=>   Der Lehrer = ow,   den Schüler = lv

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Die Mutter schickt dem Lehrer eine Mail.
schickt
dem Lehrer
die Mutter
eine Mail
het gezegde
het onderwerp
het lijdend voorwerp
het meewerkend voorwerp

Slide 18 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies


Hat der große Polizist den Dieb verhaftet?
2/7
uitleg/antwoord
A
onderwerp
B
lijdend voorwerp
C
meewerkend voorwerp
D
bezitrelatie

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Meiner Oma hast du die Geschichte nicht erzählt!
3/7
uitleg/antwoord
A
onderwerp
B
lijdend voorwerp
C
meewerkend voorwerp
D
bezitrelatie

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


In der Schule haben die Schülerinnen eine Tasche gestohlen.
4/7
uitleg/antwoord
A
onderwerp
B
lijdend voorwerp
C
meewerkend voorwerp
D
bezitrelatie

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Das ist der Fehler mancher Eltern.
1/7
uitleg/antwoord
A
onderwerp
B
lijdend voorwerp
C
meewerkend voorwerp
D
bezitrelatie

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Die Vase habe ich nicht kaputt gemacht!
6/7
uitleg/antwoord
A
onderwerp
B
lijdend voorwerp
C
meewerkend voorwerp

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Rotkäppchen hat ihrer Großmutter Suppe gebracht.
uitleg/antwoord
7/7
A
onderwerp
B
lijdend voorwerp
C
meewerkend voorwerp

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Handelingsdeel      14 oct
 Werkboek volledig ingevuld 
+ extra opdracht 
inleveren

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Literatur 
Wanderlust 4


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hausaufgabe für Dienstag 6.10.

Machen:  4.4, 5.3 

Nächste Stunde: Buch + Material Wanderlust

Slide 27 - Tekstslide

EHBL Karten austeilen
Die 
Fälle
1. Schritt
4. Schritt
2. Schritt
3. Schritt
onderwerp
leijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
gezegde

Slide 28 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Die 
Fälle
Wie / Wat <i>gezegde</i>?
Wie / Wat <i>gezegde onderwerp?</i>
Van wie?
Aan wie / Voor wie?
bezitrelatie
meewerkend voorwerp
lijdend voorwerp
onderwerp

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Die 
Fälle
1de naamval
4de naamval
2de naamval
3de naamval
bezitrelatie
meewerkend voorwerp
lijdend voorwerp
onderwerp

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 'Wanderlust'
  • Je kan je leeservaring en vragen verwoorden
  • Je kan participeren aan een inhoudelijke discussie over      literatuur
  • Je kan omgaan met onbekende Duitse woorden in een tekst

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Übersetzt:
1. der Abiturient
2. jemandem Bescheid       sagen
3. die Stelle
4. zunächst

5.  nodig hebben
6.  succesvol
7.   moeilijk
8.  van plan zijn

Slide 32 - Tekstslide

1. de examenleerling
2. iemand informeren
3. de plaats, plek, baan
4. allereerst
'
5. brauchen
6. erfolgreich
7. schwierig, schwer
8. vorhaben, beabsichtigen