Nederland en het buitenland (Economie vmbo), les 2: Examentraining

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Examentraining

Nederland en het buitenland: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met casusvragen over import, export en doorvoer, factoren van handel, wisselkoersen, handelspartners, quotes en dekkingsgraad.

Onderdelen in deze les

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Examentraining

Nederland en het buitenland: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Spielvogel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over import, export, wisselkoersen en quotes beantwoorden met een casus.

Deze slide heeft geen instructies

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: de casus. Welk land of bedrijf is het en wat wordt verhandeld?

  • 2. Zoek: het begrip dat past: import, export, doorvoer, wisselkoers, quote of dekkingsgraad.

  • 3. Reken: noteer de gegevens, reken stap voor stap en controleer twee keer.

  • 4. Kies: het antwoord en kijk of de andere opties echt niet kloppen.

Deze slide heeft geen instructies

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Containerschip voor de kust van Rotterdam

Vraagtype 1: import, export of doorvoer

  • Import: kopen uit het buitenland. Export: verkopen aan het buitenland.

  • Doorvoer: goederen reizen via Nederland naar een ander land.

Alle leerwegen. Image credit: Alfvanbeem / Wikimedia Commons, CC0

Een kweker verkoopt tulpen aan een winkel in Japan. Wat is dit voor Nederland?

A

Export

B

Import

C

Doorvoer

D

Invoerverbod

Verkopen aan het buitenland is export. Verwachte fout: import.

Spullen uit China komen in Rotterdam aan en gaan door naar Polen. Wat is dit?

A

Import

B

Doorvoer

C

Export

D

Invoerverbod

De goederen reizen door naar een ander land: doorvoer. Verwachte fout: import.

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Kaasmarkt in Gouda, 2019

Vraagtype 2: waarom handelen landen?

  • Factoren bij import: assortiment, kosten, kwaliteitsverschillen en natuur.

  • Factoren bij export: assortiment, kosten, kwaliteitsverschillen en doorvoer.

Alle leerwegen. Image credit: Kgbo / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Kleding komt veel uit Azië, want de productie daar is goedkoper. Welke factor?

A

Natuur

B

Doorvoer

C

Kwaliteitsverschillen

D

Kosten

Goedkoper maken is een kostenvoordeel. Verwachte fout: kwaliteitsverschillen.

Duitsers kopen Nederlandse bloemen, want ze zijn mooi en vers. Welke factor?

A

Kwaliteitsverschillen

B

Doorvoer

C

Invoerrechten

D

Importquotum

Mooi en vers gaat over kwaliteit. Verwachte fout: doorvoer.

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Euromunten en eurobiljetten

Vraagtype 3: wisselkoers en handelspartners

  • Euro meer waard: import goedkoper, export duurder voor het buitenland.

  • Euro minder waard: precies andersom.

Alle leerwegen. Geen vragen naar kwantitatieve effecten. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein

De euro wordt minder waard. Wat gebeurt er met Nederlandse kaas in de VS?

A

De kaas wordt voor Amerikanen duurder

B

De kaas wordt in Nederland goedkoper

C

De kaas wordt voor Amerikanen goedkoper

D

De prijs verandert niet

Een goedkopere euro maakt export goedkoper voor het buitenland. Verwachte fout: de richting omdraaien.

Met welke groep landen doet Nederland relatief veel handel?

A

Landen in Zuid-Amerika

B

Landen in Afrika

C

Landen van de Europese Unie

D

Landen in Oceanië

De EU heeft een relatief groot aandeel in onze handel.

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Vraagtype 4: quotes en dekkingsgraad

  • Importquote = import : nationaal inkomen x 100%.

  • Dekkingsgraad = export : import x 100%.

Alleen KB en GL/TL.

Land: nationaal inkomen 200 miljard, import 50 miljard. Importquote?

A

25%

B

400%

C

150%

D

75%

50 : 200 = 0,25 dus 25%. Verwachte fouten: andersom delen (400%) of aftrekken (150%).

Een land exporteert voor 90 miljard en importeert voor 120 miljard. Dekkingsgraad?

A

133%

B

30%

C

210%

D

75%

90 : 120 = 0,75 dus 75%. Verwachte fout: andersom delen (133%).

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Import, export of doorvoer

2

Waarom handelen landen?

3

Wisselkoers en handelspartners

4

Quotes en dekkingsgraad

Deze slide heeft geen instructies

HANDEL · OPEN ECONOMIE

Tips voor op het examen

  • Import is kopen uit het buitenland, export is verkopen aan het buitenland.

  • Euro meer waard: import goedkoper. Euro minder waard: export goedkoper voor het buitenland.

  • Quotes: deel door het nationaal inkomen. Dekkingsgraad: export gedeeld door import.

  • Reken twee keer en kijk of de uitkomst logisch is.

Deze slide heeft geen instructies