examentraining havo DNA, erfelijkheid, evolutie

Examentraining Havo
Erfelijkheid
DNA
Evolutie
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Examentraining Havo
Erfelijkheid
DNA
Evolutie

Slide 1 - Tekstslide

Programma
Inleiding
Piekenpatronen: uitleg en oefening
Evolutie: herhaling en oefening
Quiz erfelijkheid

Slide 2 - Tekstslide

De meeste mutaties hebben geen gevolgen. Geef zo veel mogelijk redenen!

Slide 3 - Woordweb

Antwoorden

Cellen met teveel mutaties plegen zelfmoord (apoptose 71L)
Chromosomen komen in paren voor, het andere gen is nog heel
Mutaties leiden niet altijd tot een ander aminozuur in het eiwit.
Een ander aminozuur zit niet persé op de actieve plaats van het eiwit.
Mutatie kan in niet gebruikt DNA zitten.


Slide 4 - Tekstslide

Chromosomen komen voor in paren. Welk chromosoom heeft soms geen partner om mutaties op te vangen?

Slide 5 - Open vraag

Komt een X-chromosomale dominante aandoening meer voor bij mannen of bij vrouwen?
A
Bij mannen
B
Bij vrouwen
C
De kans is voor beiden even groot

Slide 6 - Quizvraag

Piekenpatronen
  • DNA wordt heel vaak gekopieerd
  • DNA wordt in stukjes geknipt
  • Stukjes worden op grootte gesorteerd
  • Allelen van 1 gen: meestal niet precies even groot!

Slide 7 - Tekstslide

Piekenpatronen
  • 1 persoon is 1 lijn
  • plaats van piekje geeft het allel aan 

Slide 8 - Tekstslide

Maken
Handout
2012-2 cardiogenetica
Kijk zelf na!

Slide 9 - Tekstslide

Evolutie
Mutatie en recombinatie zorgen voor variatie in genotypen
Sommige varianten hebben voordeel in de omgeving
Leven langer / krijgen meer nakomelingen
Aandeel in de populatie neemt toe

Slide 10 - Tekstslide

Waboom

Slide 11 - Tekstslide

De waboom heeft een zeer dikke schors. Hierdoor kan de boom na een brand opnieuw uitlopen.
Leg uit hoe de waboom in de loop van de evolutie een steeds dikkere schors heeft gekregen.

Slide 12 - Open vraag

Erfelijkheid oefenen
Verschillende vormen van overerving
Kladpapier en pen/potlood nodig

Slide 13 - Tekstslide

Een zwarte muis en een witte muis krijgen grijze nakomelingen (de F1). Deze worden onderling met elkaar gekruist. Wat zijn de verhoudingen van de fenotypen in de F2?

Slide 14 - Open vraag

Welke eigenschap is dominant, ziek of gezond? Aan welke kruising kun je dat zien?

Slide 15 - Open vraag

Ouders 9 en 10 krijgen nog twee kinderen. Wat is de kans dat ze beiden ziek zijn?

Slide 16 - Open vraag

De vader van een zwangere, kleurenziende vrouw is kleurenblind. Haar man niet.
Ze weten dat het kind een jongen wordt. Hoe groot is de kans dat hij kleurenblind is?
A
0
B
1/4
C
1/2
D
1

Slide 17 - Quizvraag

Janna heeft bloedgroep A. Haar moeder heeft bloedgroep O. Samen met Joost heeft ze 3 kinderen. Joost heeft bloedgroep A en is heterozygoot. Welke fenotypen en genotypen bloedgroepen kunnen voorkomen bij hun kinderen?

Slide 18 - Open vraag

Slide 19 - Tekstslide

In welk DNA ligt het allel dat
deze aandoening veroorzaakt?

Slide 20 - Open vraag