Slabakken een spel waarbij je moet omschrijven, uitbeelden en 1 woord.
Wie raad de meeste woorden?
Slabakken een spel waarbij je moet omschrijven, uitbeelden en 1 woord.
Wie raad de meeste woorden?
Deel 2: Wie is het?!
In deze oefening kijken we hoe goed we elkaar eigenlijk kennen. Want… bekend maakt bemind!
Je krijgt drie briefjes.
Noteer 3 woorden die bij jou passen.
Zelfstandig naamwoord (bv: Ineke, Burgerschap, auto, horeca)
Een werkwoord (bv: gamen, slapen, fietsen, voetballen)
Een idool/persoon (Messi, Max Verstappen, Donald Duck)
Geef iedere leerling de opdracht om drie dingen van zichzelf op te schrijven die ze bijzonder vinden. Wie heeft er een bijzonder talent? Wie is er bijvoorbeeld heel goed in koken?
Schrijf deze drie dingen op en hou ze nog geheim.
Loop als leerkracht rond en help waar nodig.
Vouw de briefjes 2x en doe ze in de pot/slabak.
Hussel ze door elkaar.
Neem de briefjes in, kijk of het bij iedereen gelukt is!
Maak teams, misschien samen met een collega de les geven.
Stel je hebt een team van drie personen, team 1. Team 1 begint en zij hebben 30 seconden de tijd.
Ronde 1: Het woord omschrijven. Het woord op het briefje ga je omschrijven aan je team. Als je het goed hebt, houd je het briefje. Na de 30 seconden start team 2 met deze ronde. Je gaat door tot alle briefjes uit de pot/slabak zijn. Dan is ronde 1 klaar, je noteert de aantal briefjes per team voor ronde 1.
Ronde 2: Nu ga je het woord op het briefje uitbeelden. Je hebt weer 30 seconden en team 1 start. Je gaat door tot alle briefjes zijn gespeeld.
Ronde 3: In deze ronde mag je maar 1 woord gebruiken om het woord te omschrijven.
Deze slide heeft geen instructies
Welke briefjes horen bij wie?
Zijn jullie daar achter gekomen met elkaar?
Ra ra… wie is het?
De leerkracht leest een aantal briefjes voor en de leerlingen proberen te raden om wie het gaat. De leerling wiens kaartje wordt voorgelezen, moet natuurlijk zorgen dat hij niet geraden wordt en doet actief mee met het spel. Na een paar minuten discussie wordt er gestemd. De meeste stemmen gelden. De docent vraagt aan de gekozen leerling of het inderdaad zijn/haar kaartje is. Nu moet hij/zij eerlijk antwoorden. Is hij/zij inderdaad de leerling op de kaart, dan schrijft de leerkracht de naam op het briefje en prikt dat op een prikbord. Is er niet goed geraden, dan gaat het briefje terug in de doos voor een volgende ronde!
Tip: schrijf als leerkracht zelf van te voren ook een briefje en stop die ertussen!
Challenge: Puzzelen maar!
Welke 2 leerlingen kunnen samen het snelst
deze 4 puzzels in elkaar zetten?
Tijdens mentorlessen mag je dit proberen.
Tijd en foto noteren in de Mota app.
Succes!!
Deze slide heeft geen instructies
Nu hebben jullie terug geblikt op de vakantie in deel 1, vervolgens hebben we elkaar (weer) wat beter leren kennen.
Nu is het tijd om de diepte in te gaan en te kijken hoe wij het liefst met elkaar omgaan dit jaar en ons fijn voelen. Wat kunnen we daarover afspreken samen?
Ga snel door naar deel 3!