4.4 Een zorg minder?

4.4 Een zorg minder
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

4.4 Een zorg minder

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
In deze les leer je:
  • Je kunt uitleggen waarvoor je een zorgverzekering nodig hebt.
  • Je kunt uitleggen hoe de zorgverzekering betaalbaar blijft.
  • Je kunt uitleggen hoe solidariteit een rol speelt bij zorgverzekeringen.
  • Je kunt uitleggen waarop je moet letten bij een hoger eigen risico.

Slide 2 - Tekstslide

Theorie

Slide 3 - Tekstslide

Zorgverzekering

Slide 4 - Tekstslide

Hoge premies
De zorg is duur! Hierdoor is de premie hoog.
  • De overheid bepaalt het basispakket.
  • Verzekeraars: acceptatieplicht voor basisverzekering --> weinig concurrentie mogelijk.
  • Verzekeraars sluiten contracten af met zorgverleners. Doel ervan: kosten beperken.
  • Bij aanvullende verzekering: concurrentie tussen verzekeraars. Geen acceptatieplicht.

Slide 5 - Tekstslide

De overheid helpt
Bij een laag inkomen: 
recht op zorgtoeslag = een bijdrage van de overheid in de kosten van je zorgverzekering.

Aanvragen bij de Belastingdienst.

Slide 6 - Tekstslide

Eigen risico
Verplicht eigen risico voor iedereen (€ 385 per jaar).
Doel: afremmen van de vraag naar zorg.

Vrijwillig extra eigen risico van max. € 500 (totaal dus € 885) per jaar.
Voordeel: de premie wordt lager.
Voorwaarde: je moet genoeg geld achter de hand hebben.


Slide 7 - Tekstslide

Solidariteit
Solidariteit = mensen delen de risico’s, de sterken helpen de zwakken.
Solidariteit bij de zorgverzekering (basisverzekering): iedereen betaalt eraan mee, of je nu veel of weinig zorg nodig hebt.

Slide 8 - Tekstslide

Snappen we het?

Slide 9 - Tekstslide

Roterende rijen

Slide 10 - Tekstslide

Roterende rijen

Slide 11 - Tekstslide

Hoe noem je de verzekering die je betaald voor je gezondheidszorg?
A
Zorgtoeslag
B
Huurtoeslag
C
Zorgverzekering
D
Toeslag

Slide 12 - Quizvraag

Zorgtoeslag aanvragen. Waar wordt niet naar gekeken als je een zorgtoeslag aanvraagt?
A
Je inkomen
B
Je leeftijd
C
Je vermogen; spaargeld, bezittingen etc.
D
De kosten van je verzekering

Slide 13 - Quizvraag

Is een zorgverzekering verplicht?
A
ja
B
nee

Slide 14 - Quizvraag

Premie is het geld dat je terugkrijgt van de zorgverzekering.
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quizvraag

Bij een zorgverzekering kun je je eigen risico verhogen.
Je betaalt dan:

A
meer premie
B
minder premie
C
evenveel premie
D
dezelfde premie

Slide 16 - Quizvraag

Je eigen risico bij de zorgverzekering is €385. Je maakt €500 kosten in het ziekenhuis. Hoeveel betaal je zelf?
A
500
B
115
C
385
D
niets

Slide 17 - Quizvraag

Wat is een zorgverzekering?
A
een verzekering voor in de zorg te werken
B
een verzekering waarbij je verzekerd bent tegen medische kosten
C
een verzekering voor medische kosten bij je huisdier
D
een verzekering voor je huis

Slide 18 - Quizvraag

Wanneer je een deel van de schade zelf betaalt heet dat ...
A
Verplicht risico
B
Eigen keuze
C
Eigen risico
D
Risico premie

Slide 19 - Quizvraag

De huisarts valt
A
wel onder het eigen risico
B
niet onder het eigen risico

Slide 20 - Quizvraag

Je eigen Risico is altijd 385 euro.
A
Ja
B
Nee

Slide 21 - Quizvraag

Wat is het verplichte onderdeel van de zorgverzekering?
A
De basisverzekering en het verplichte eigen risico
B
De aanvullende verzekering en het verplichte eigen risico
C
De basisverzekering en het vrijwillige eigen risico
D
De aanvullende verzekering en het verplichte eigen risico

Slide 22 - Quizvraag

Wat betekent eigen risico?
A
Eigen risico om geld mis te lopen
B
Deel van de kosten zelf betalen
C
Risico om teveel te betalen
D
Dat je voorzichtig moet doen

Slide 23 - Quizvraag

Als je bijna nooit ziek bent neem je een zorgverzekering met een ...
A
Hoog eigen risico
B
Laag eigen risico

Slide 24 - Quizvraag

Bij een laag eigen risico betaal je meer premie dan bij een hoog eigen risico.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Vul in: Als .......hoger is, dan ......de premie.
A
de schade, stijgt
B
het eigen risico, daalt
C
het eigen risico , stijgt
D
de schade, daalt

Slide 26 - Quizvraag

Een ander woord voor een verzekeringsovereenkomst is:
A
Polis
B
Eigen risico
C
Verzekering
D
Premie

Slide 27 - Quizvraag

Iemand met een hoog eigen risico
A
Verwacht veel kosten
B
Verwacht weinig kosten

Slide 28 - Quizvraag

Iedereen in Nederland krijgt zorgtoeslag.
A
waar
B
niet waar

Slide 29 - Quizvraag

Zorgtoeslag moet je altijd terugbetalen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 30 - Quizvraag

Waar kun je zorgtoeslag aanvragen?
A
Bij de gemeente
B
Bij de zorgverzekeraar
C
Bij de belastingdienst
D
Bij de hypotheker

Slide 31 - Quizvraag

Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de zorgtoeslag.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

Wat is zorgtoeslag?
A
een bedrag dat verzekeraars betalen
B
een bedrag dat de verzekernemer betaalt
C
een bedrag dat je betaalt wanneer je zorg gebruikt
D
een bijdrage van de overheid om de zorgkosten te kunnen betalen

Slide 33 - Quizvraag

Een ander woord voor verzekeringsmaatschappij is ...
A
Verzekeraar
B
Verzekerde

Slide 34 - Quizvraag

Ik verzeker mijn telefoon. Ik ben dan de.....
A
verzekeraar
B
verzekeringsmaatschappij
C
verzekerde
D
verzekering

Slide 35 - Quizvraag

Wat zijn poliskosten
A
Kosten van de overheid
B
Kosten om de polis te maken en te versturen.
C
Kosten die de verzekeraar betaald
D
Kosten die de verzekeringsmaatschappij moet betalen.

Slide 36 - Quizvraag

Aan de slag
Paragraaf 4.4 vraag 1 t/m 11
Rekenen blz. 13 vraag 15 t/m 18 
Herhalingsopgave          of            plusopdrachten
Vraag 23 t/m 28           of             vraag 21 t/m 26

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video