taaldomeinen en taalmethodes

Taaldomeinen en taalmethodes

Beroepstaak OA 2E beginner
Taalontwikkeling
Taaldomeinen
Taalmethodes + SLO doelen (kerndoelen)



1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Taaldomeinen en taalmethodes

Beroepstaak OA 2E beginner
Taalontwikkeling
Taaldomeinen
Taalmethodes + SLO doelen (kerndoelen)



Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan het eind van de les:
- Heb je getoetst wat je nog weet over de taalontwikkeling bij kinderen door mee te doen aan de quiz.
- Kun je twee van de vier fases van de taalontwikkeling noemen.
- Kun je de vier taaldomeinen benoemen.
- Weet je wat je moet doen voor de opdrachten van beroepstaak OA 2E en heb je deze opdracht gemaakt in de les.
- Weet je welke bronnen je daarvoor kunt gebruiken.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Taalontwikkeling:
Het proces dat kinderen doorlopen bij het leren van een taal.

In deze ontwikkeling spelen kindfactoren een rol, maar ook het taalaanbod (van volwassenen) is erg belangrijk.
Als onderwijsassistent zorg jij voor een rijke taalomgeving om zo de taalontwikkeling te stimuleren. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je nog/al van de taalontwikkeling bij kinderen?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Baby's zitten in de voortalige periode
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Na 11 maanden begint een baby met brabbelen
A
waar
B
niet waar

Slide 8 - Quizvraag

na 7 maanden
In de vroegtalige periode leert een baby zijn eerste woordjes.
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In hun derde jaar gaan kinderen hele zinnen praten
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het belangrijkst deel van de taalontwikkeling vindt plaats tussen 3 en 6 jaar
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quizvraag

eerste 6 jaar
Om goed te kunnen spreken hebben kinderen een goed geheugen en goede motoriek nodig
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vanaf 4 jaar gebruiken kinderen voorzetsels in een zin
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

tussen 2 en 3 jaar
Als een kind van jongs af aan tweetalig wordt opgevoed, verloopt de taalontwikkeling hetzelfde als bij een kind dat één taal leert
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De voltooiingsfase (laatste fase van de taalontwikkeling) start vanaf 7 jaar
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quizvraag

5 jaar
Een voorbeeld van 'denkpraten' is: Ik ga een boterham voor je smeren, zal ik er smeerkaas op doen?
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quizvraag

doenpraten

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Taalontwikkeling per leeftijd (boek ped. did. begeleiden hfst.2)
Voortalige fase 0-1 jaar
3 maanden :brabbelen
6 maanden: echolalie/sociaal brabbelen
9 maanden: actief nadoen van klanken en woorden
1 jaar: éénwoordzin



Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Taalontwikkeling per leeftijd
Vroegtalige fase 1-2 jaar
- Woorden krijgen betekenis (semantisch aspect)
- Begrijpt zo'n 200 woorden
- Woorden hebben betrekking op personen, voorwerpen, dieren, handelingen
- Tweewoordenzinnen

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Taalontwikkeling per leeftijd
Differentiatiefase 2-5 jaar
- Leert dat zinnen uit meerdere woorden bestaan (syntactisch aspect)
- Driewoordenzinnen met voorzetsels
- Kan simpele emoties benoemen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Taalontwikkeling per leeftijd
Fase van voltooiing : vanaf 5 jaar
- Ontdekt geschreven taal
- Gaat letters tekenen
- Leren lezen
- Automatiseren van letters
- Moeite met lezen als gesproken taal nog niet op niveau is

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Taalstimulering: Wat kun je doen als onderwijsassistent?
- Stel open vragen aan kinderen. Bijvoorbeeld bij het meespelen in de hoeken in groep 1/2 of bij het buitenspelen.
- Stimuleer de interactie onderling. Laat leerlingen samenwerken en/of samen spelen 
- Wees bewust van je eigen taal. Gebruik zelf afwisselende woorden voor de woordenschat en geef het goede voorbeeld qua zinsbouw. 
- Lees voor en stimuleer het leesplezier. Lees interactief voor en stimuleer leerlingen om zelf te lezen. 
-Investeer in de woordenschatontwikkeling. Leg moeilijke woorden uit of vraag naar synoniemen. Herhaal dit regelmatig, zodat ze het kunnen onthouden

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Domeinen van taal
In het Referentiekader Taal staat voor vier domeinen beschreven wat de leerlingen eind groep acht moeten beheersen:
Mondelinge taalvaardigheid: gesprekken, luisteren en spreken;
Lezen: zakelijke teksten en fictie teksten;
Schrijven;
 Begrippenlijst en taalverzorging.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Taalmethodes en taaldomeinen
Je kiest één  taalmethode en kiest hieruit 1 les:
- Taalactief groep 5
- Uk en Puk
- GRIP op lezen
- S TAAL

Bekijk de les en zoek welke taaldomein(en) in de les voorkomen en op welke manier. Schrijf dit op.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies