8.3 nieuw.pptx

8.3 democratisering Nederland

Opkomst van emancipatiebewegingen

Voortrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

Opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

1 / 27
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

8.3 democratisering Nederland

Opkomst van emancipatiebewegingen

Voortrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

Opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.


Macht van de koning Willem I en het parlement




1848 onrust in Europa


Willem III en de parlementaire democratie




1853 test van de nieuwe grondwet



Ruzie om pauselijk besluit

  • Grondwettelijk mocht de paus een kerkprovincie inrichten

  • Protestanten kwamen in opstand

  • DE APRILBEWEGING smeekschrift aan de koning en handtekeningenactie

  • Willem III liet merken dat hij het met de protesten eens was.

  • Katholieken waren in veel opzichten nog steeds tweederangsburgers, ze begonnen een emancipatiestrijd.



Kabinet moet meerderheidssteun hebben in de Tweede kamer

Het ontstaan van politieke partijen

  • Vanaf 1848

    • Conservatieven: tegen grondwet

    • Liberalen: voor beperking macht koning

    • Protestanten

    • Katholieken

    • Socialisten (vanaf ongeveer 1875)


De organisatie in politieke partijen kwam door

  • schoolstrijd

    • Kiesrecht

    • Sociale kwestie



schoolstrijd



Kiesrecht



Sociale kwestie



Nieuwe partijen door Kiesrecht, schoolstrijd, sociale kwestie


  • Confessionelen

  • Socialisten

  • Liberalen




Aletta Jacobs

  • Vrouwenrechten

  • Emancipatie (Eerste feministische golf)

  • Toelaten meisjes tot mbo en hbo

  • 1871 Aletta Jacobs toegelaten tot universiteit (eerste vrouw)

  • Thorbecke gaf haar toestemming

  • Opende na studie huisartsenpraktijk

    • Voor voorbehoedsmiddelen

    • Voorvechtster vrouwenkiesrecht

    • 1885 wilde ze op de kieslijst van Amsterdam geplaatst worden > verzoek afgewezen



Minderheidskabinet olv van Cort van der Linden 1913



  • Nationale eenheid kwam door

    • Neutrale positie WO I

    • Voedsel rantsoenen

    • Bedrijven sluiten > werkeloosheid

    • Leger in paraatheid


GEVOLG> politieke samenwerking vereist

2 kwesties moeten worden opgelost

  • Schoolstrijd

    • kiesrecht


Oplossing



Wat was een kenmerk van Willem I's regeringsstijl?

A

Autoritair leiderschap

B

Federale staatsstructuur

C

Volksoverleg

D

Democratische besluitvorming

Wie was verantwoordelijk voor de grondwet van 1848?

A

Johan Rudolf Thorbecke

B

Willem I

C

Johan van Oldenbarnevelt

D

Pieter Jelles Troelstra

Welke verandering bracht de grondwet van 1848?

A

Afschaffing van de persvrijheid

B

Minder rechten voor burgers

C

Meer parlementaire bevoegdheden

D

Herstel van monarchie

Wat werd versterkt door de grondwet van 1848?

A

De macht van de koning

B

De rol van de Tweede Kamer

C

De invloed van de aristocratie

D

De militaire macht

Wat was een doel van Thorbecke?

A

Beperken van burgerrechten

B

Versterken van absolutisme

C

Democratisering van de politiek

D

Afschaffen van de grondwet

Wat was de schoolstrijd?

A

Strijd om grondrechten

B

Strijd om onderwijsfinanciering

C

Strijd om kiesrecht

Wat gebeurde er in 1917 bij de pacificatie?

A

Oprichting van de VN

B

Eerste Wereldoorlog eindigt

C

Invoering van algemeen kiesrecht en oplossen schoolstrijd.

Wat is een kernpunt van het liberalisme?

A

Individuele vrijheid en rechten

B

Klassenstrijd

C

Religieuze geboden

D

Collectieve gelijkheid

Wat streeft het socialisme na?

A

Gelijke verdeling van welvaart

B

Vrije marktprincipes

C

Individuele economische vrijheid

D

Maximalisatie van winst

Wat is een uitgangspunt van het confessionalisme?

A

Totale gelijkheid

B

Strikte scheiding van kerk en staat

C

Religieuze waarden in politiek

D

Economische liberalisering

Waarvoor strijdt het feminisme?

A

Traditionele rolverdeling

B

Economische ongelijkheid

C

Minderheidsgroepen uitsluiten

D

Gelijke rechten voor vrouwen