Tussen vraag en antwoord

Tussen vraag en antwoord
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdienstSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Tussen vraag en antwoord

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Enkele afspraken

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerplan?
LPD:
2. In kaart brengen hoe mensen verschillen bij het maken van keuzes (begrijpen).
3. Onderscheiden hoe het leven beïnvloed wordt door gegevenheid, eigen keuzes en die van anderen (analyseren)
4. Concretiseren hoe levensbeschouwelijke keuzes tot uiting komen in woord en daad (begrijpen)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. WBL

  • Teams > Godsdienst > Class Notebook 
    > eigen mapje > 2. Werkbladen en impulsen >   2. Tussen vraag en antwoord

  • Lees de tekst in puntje 1 en beantwoord  bijhorende vragen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen de volgende vragen:
'Hoe laat begint de les morgen?'
'Wat is de zin van het leven?'

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Levensvragen 

= vragen waarop geen eenvoudig of definitief antwoord bestaat. 
Ze gaan over het leven, de mens en de wereld.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. WBL

  • Teams > Godsdienst > Class Notebook 
    > eigen mapje > 2. Werkbladen en impulsen >  2.  Tussen vraag en antwoord

  • Maak de opdracht in puntje 2. 'Gewoon een vraag… of toch niet?'

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stel dat er duizenden zeesterren liggen op
een strand. Zou jij er eentje teruggooien?

Slide 9 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Waarom doen mensen volgende dingen?

  • Een jongere zet zich in als vrijwilliger.
  • Iemand traint jarenlang voor een marathon.
  • Een moeder zorgt dag en nacht voor haar ziek kind.
  • Een gelovige bidt elke dag.
  • ...

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is zingeving?
Gaat over de zoektocht van mensen naar wat voor hen het leven de moeite waard maakt, naar wat je leven betekenis, richting en waarde geeft.
                                 
                                                
                                                    = continu proces !

Slide 11 - Tekstslide

De ontwikkeling van je eigen zingevingsstructuren 
wordt beïnvloed door je socioculturele omgeving, 
maar het is ook een persoonlijke constructie, waar eigen levenservaringen aan bijdragen.
(Leijssen, 2004).


Een zinvol leven = gekenmerkt door meerdere bronnen (mensen,  dingen en acties)  waaruit mensen zin halen.

Er zijn vier zingevingsdimensies: 
1) de fysische
2) de psychische
3) de sociale 
4) de transcendente dimensie
2. WBL

  • Teams > Godsdienst > Class Notebook 
    > eigen mapje > 2. Werkbladen en impulsen >  2. Tussen vraag en antwoord

  • Maak de opdracht in puntje 3. Antwoorden in zicht'.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

2. WBL

  • Teams > Godsdienst > Class Notebook 
    > eigen mapje > 2. Werkbladen en impulsen >  2.1. Mens-, wereld- en godsbeelden

  • We lezen eerst het artikel. 

  • Beantwoord daarna de bijhorende vragen in  puntje 1. Een veelheid aan beelden

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef in je eigen woorden een definitie van het woord 'wereldbeeld'.

Slide 16 - Open vraag

LLN noteren dit in hun werkbladen.
Levensbeschouwing

Slide 17 - Tekstslide

Mens- wereld- en godsbeelden veranderen doorheen de tijd en zijn cultureel gebonden. 
Worden bepaald/beïnvloed door onze ervaringen, opvoeding, mensen rondom ons ...

Een wereldbeeld omvat ideeën over hoe de wereld in elkaar zit, de samenhang van gebeurtenissen en de plaats van de mens daarin.

Een godsbeeld verwijst naar de manier waarop mensen God of het goddelijke zien. Het kan gaan om eigenschappen van God, zoals goedheid, eenheid en licht, en de rol van God in het leven van individuen.


De wereld is.../ zou moeten zijn...

Slide 18 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Waarom vergelijkt de auteur mensbeelden, godsbeelden en wereldbeelden met een bril?

Slide 19 - Open vraag

Iemands mensbeeld/godsbeeld/wereldbeeld is als een bril waarmee hij de wereld, medemensen en situaties bekijkt: ze kleuren alles wat hij ziet, denkt, voelt en beslist
Het gaat dus over je eigen kijk op mens, wereld en eventueel God.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Enkele voorbeelden...

Slide 22 - Tekstslide

vb. Wereldbeelden kunnen optimistisch tot pessimistisch zijn, realistisch tot surrealistisch, seculier tot religieus...
vb. de wereld is een mooie, harmonieuze plek of een harde, onrechtvaardige plek.

vb. Godsbeelden kunnen gaan over eigenschappen van God, zoals goedheid, eenheid en licht, maar ook de rol van
 God in het leven van individuen.
Wanneer we het hebben over een godsbeeld, denken we vaak meteen aan een gelovige God, maar eigenlijk heeft iedereen een antwoord op grote levensvragen: Waar komt alles vandaan? Wat geeft zin aan het leven? Wat is echt belangrijk? Ook wie niet gelooft, heeft daar ideeën over. Die ideeën lijken soms op wat we in de godsdienst een godsbeeld noemen.
Wanneer iemand zegt: 'Ik geloof niet in God', is de volgende vraag eigenlijk: 'In welke God geloof je niet?' Vaak blijkt dat mensen een bepaald beeld van God afwijzen. Ook dat vertelt iets over hun godsbeeld. Ook niet-gelovigen hebben dus vaak een godsbeeld. Het verschil is dat zij dat godsbeeld niet aanvaarden of afwijzen. Wanneer iemand zegt "ik geloof niet in God", zegt hij vaak tegelijk iets over welk beeld van God hij niet geloofwaardig vindt.


Mensbeelden zijn geen vrijblijvende filosofische bespiegelingen."
Wat bedoelt de auteur met deze uitspraak?

Slide 23 - Open vraag

Mensbeeld, godsbeeld en wereldbeeld zijn nauw met elkaar verbonden. 
De auteur bedoelt dat ideeën over de mens gevolgen hebben voor hoe we omgaan met anderen. Ze blijven niet enkel theorie.
Mens-, wereld- en godsbeelden


"Je mensbeeld heeft invloed op je wereldbeeld en je godsbeeld heeft invloed op/zegt veel over je mens- en wereldbeeld." 

Slide 24 - Tekstslide

vb. 
Mensbeeld: Mensen zijn van nature goed en willen elkaar helpen. OF Mensen willen meestal het goede doen.
Wereldbeeld: De wereld is een plek waar samenwerking mogelijk is. Problemen kunnen opgelost worden als mensen elkaar vertrouwen en samenwerken.
Godsbeeld: God is liefdevol, barmhartig en geeft mensen kansen om te groeien. OF Er is misschien geen God, maar mensen hebben de verantwoordelijkheid om zelf voor elkaar te zorgen.
Gevolg: Als iemand een fout maakt, denk je niet meteen dat hij slechte bedoelingen had. Je gelooft dat hij kan leren uit zijn fouten.
OF
Gevolg: Iemand zet zich in voor vrijwilligerswerk omdat hij gelooft dat mensen elkaar kunnen helpen en de wereld samen beter kunnen maken.

vb. Stel dat iemand gelooft dat God een liefdevolle Vader is. Wat zegt dat volgens jou over zijn kijk op mensen en op de wereld?

vb. ODYSSEUS
De Grieken zagen de goden als machtige wezens die invloed hadden op de wereld en het leven van mensen. De goden lijken vaak op mensen: ze worden boos, jaloers, verliefd of wraakzuchtig. vb. Poseidon houdt Odysseus jarenlang tegen omdat hij boos is op hem. Athena helpt Odysseus omdat zij hem bewondert.
➡ Godsbeeld: de goden sturen mee het lot van de mensen en hebben menselijke eigenschappen.
De mens wordt gezien als moedig en slim, maar ook kwetsbaar. Odysseus kan veel bereiken dankzij zijn verstand en doorzettingsvermogen, maar hij blijft afhankelijk van de goden en van het noodlot.
➡ Mensbeeld: de mens is sterk en verstandig, maar niet almachtig.
De wereld wordt voorgesteld als een gevaarlijke plaats vol uitdagingen, monsters en onvoorspelbare gebeurtenissen. Mensen moeten hun weg zoeken doorheen die wereld en hebben daarbij soms de hulp van de goden nodig.
➡ Wereldbeeld: de wereld is een plaats vol gevaren waarin mensen voortdurend worden getest.

vb. Nicolaus Copernicus (1473-1543) was een Poolse astronoom, wiskundige en geestelijke die vooral bekend werd omdat hij een nieuw beeld van het heelal ontwikkelde. Heliocentrisme i.p.v. Geocentrisme.
Copernicus zei eigenlijk tegen de mensen van zijn tijd: 'Jullie denken al meer dan duizend jaar dat de aarde het middelpunt van alles is, maar dat klopt niet.' Dat was een enorme schok, omdat het niet alleen de sterrenkunde veranderde, maar ook hoe mensen naar zichzelf en hun plaats in het heelal keken.
In het middeleeuwse wereldbeeld vormden theocentrisme (God centraal) en geocentrisme (aarde centraal) vaak één geheel.

Veel mensen dachten:

God heeft de aarde in het centrum van het heelal geplaatst, dus de mens heeft een bijzondere plaats in Gods schepping.

Godsbeeld:

God heeft een vaste orde geschapen.
De mens staat centraal in die orde.
De hemel wordt gezien als de volmaakte verblijfplaats van God.
Na Copernicus

Toen bleek dat de aarde rond de zon draait, stelde dat nieuwe vragen:

Als de aarde niet het middelpunt van het heelal is, wat betekent dat dan voor de plaats van de mens in Gods schepping?

Daardoor veranderde het godsbeeld van sommige mensen.

Nieuwe accenten:

God wordt nog groter en machtiger gedacht, omdat Hij niet enkel de aarde maar een enorm heelal geschapen heeft.
De mens wordt minder gezien als het centrum van alles.
Sommige mensen gaan de Bijbel minder letterlijk interpreteren.

Copernicus veranderde dus niet alleen het wereldbeeld, maar ook het godsbeeld: God werd minder gezien als de Schepper van een heelal dat rond de mens draait, en meer als de Schepper van een immens universum waarin de mens slechts een klein deel vormt.




Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Einde van deze les :-) 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou je na deze les moeten kunnen of weten?
  • Het  onderscheid kunnen maken tussen feitelijke vragen (bv. “Hoe laat begint de les morgen?”) en existentiële/levensvragen (bv. “Wat is de zin van het leven?”).
  • Weten wat men bedoelt met levensvragen en  er voorbeelden van kunnen geven en herkennen.
  • Bereid zijn om na te denken over levensvragen.
  • Respect tonen voor uiteenlopende antwoorden op levensvragen.
  • Kunnen uitleggen wat zingeving betekent en  dat het een continu proces is.
  • De begrippen mens-, wereld- en godsbeeld kunnen verduidelijken (elk apart en in hun samenhang) en er een voorbeeld van geven en herkennen/ bespreken.
  • Kunnen uitleggen dat mensbeelden geen vrijblijvende filosofische bespiegelingen zijn, maar wel degelijk een invloed hebben op  wereldbeelden en godsbeelden, maar ook je levenshouding en keuzes.
  • Bereid zijn zelf kritisch na te denken over je eigen mens-, wereld- en godsbeeld.
  • Weten dat mensen verschillen qua mens-, wereld- en godsbeeld.
  • Weten dat mensbeelden, godsbeelden en wereldbeelden geen statisch gegeven zijn en ook afhankelijk zijn van een tijdsgeest.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies