vb.
Mensbeeld: Mensen zijn van nature goed en willen elkaar helpen. OF Mensen willen meestal het goede doen.
Wereldbeeld: De wereld is een plek waar samenwerking mogelijk is. Problemen kunnen opgelost worden als mensen elkaar vertrouwen en samenwerken.
Godsbeeld: God is liefdevol, barmhartig en geeft mensen kansen om te groeien. OF Er is misschien geen God, maar mensen hebben de verantwoordelijkheid om zelf voor elkaar te zorgen.
Gevolg: Als iemand een fout maakt, denk je niet meteen dat hij slechte bedoelingen had. Je gelooft dat hij kan leren uit zijn fouten.
OF
Gevolg: Iemand zet zich in voor vrijwilligerswerk omdat hij gelooft dat mensen elkaar kunnen helpen en de wereld samen beter kunnen maken.
vb. Stel dat iemand gelooft dat God een liefdevolle Vader is. Wat zegt dat volgens jou over zijn kijk op mensen en op de wereld?
vb. ODYSSEUS
De Grieken zagen de goden als machtige wezens die invloed hadden op de wereld en het leven van mensen. De goden lijken vaak op mensen: ze worden boos, jaloers, verliefd of wraakzuchtig. vb. Poseidon houdt Odysseus jarenlang tegen omdat hij boos is op hem. Athena helpt Odysseus omdat zij hem bewondert.
➡ Godsbeeld: de goden sturen mee het lot van de mensen en hebben menselijke eigenschappen.
De mens wordt gezien als moedig en slim, maar ook kwetsbaar. Odysseus kan veel bereiken dankzij zijn verstand en doorzettingsvermogen, maar hij blijft afhankelijk van de goden en van het noodlot.
➡ Mensbeeld: de mens is sterk en verstandig, maar niet almachtig.
De wereld wordt voorgesteld als een gevaarlijke plaats vol uitdagingen, monsters en onvoorspelbare gebeurtenissen. Mensen moeten hun weg zoeken doorheen die wereld en hebben daarbij soms de hulp van de goden nodig.
➡ Wereldbeeld: de wereld is een plaats vol gevaren waarin mensen voortdurend worden getest.
vb. Nicolaus Copernicus (1473-1543) was een Poolse astronoom, wiskundige en geestelijke die vooral bekend werd omdat hij een nieuw beeld van het heelal ontwikkelde. Heliocentrisme i.p.v. Geocentrisme.
Copernicus zei eigenlijk tegen de mensen van zijn tijd: 'Jullie denken al meer dan duizend jaar dat de aarde het middelpunt van alles is, maar dat klopt niet.' Dat was een enorme schok, omdat het niet alleen de sterrenkunde veranderde, maar ook hoe mensen naar zichzelf en hun plaats in het heelal keken.
In het middeleeuwse wereldbeeld vormden theocentrisme (God centraal) en geocentrisme (aarde centraal) vaak één geheel.
Veel mensen dachten:
God heeft de aarde in het centrum van het heelal geplaatst, dus de mens heeft een bijzondere plaats in Gods schepping.
Godsbeeld:
God heeft een vaste orde geschapen.
De mens staat centraal in die orde.
De hemel wordt gezien als de volmaakte verblijfplaats van God.
Na Copernicus
Toen bleek dat de aarde rond de zon draait, stelde dat nieuwe vragen:
Als de aarde niet het middelpunt van het heelal is, wat betekent dat dan voor de plaats van de mens in Gods schepping?
Daardoor veranderde het godsbeeld van sommige mensen.
Nieuwe accenten:
God wordt nog groter en machtiger gedacht, omdat Hij niet enkel de aarde maar een enorm heelal geschapen heeft.
De mens wordt minder gezien als het centrum van alles.
Sommige mensen gaan de Bijbel minder letterlijk interpreteren.
Copernicus veranderde dus niet alleen het wereldbeeld, maar ook het godsbeeld: God werd minder gezien als de Schepper van een heelal dat rond de mens draait, en meer als de Schepper van een immens universum waarin de mens slechts een klein deel vormt.