Sociale steun -> Investeren in een sociaal netwerk (of beter nog, in het sociaal kapitaal), want de familie, een vriendenclub, een vereniging van oud-collega’s, enzovoorts, kunnen later voordelen hebben, en helpen om de uitdagingen in de derde en vierde levensfase het hoofd te bieden (Poldermans, 2008).
Powerful aging -> bewegen en vitaal blijvenWoonsituatie sociale integratieDia 10
Zelfzorg: activiteiten die jij doet bij incidentele gezondheidsproblemen bv een paracetamol bij hoofdpijn
Zelfredzaamheid: is het vermogen van mensen om zichzelf te redden met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg (ADL)
Zelfmanagement: een stem hebben in de ondersteuning die jij nodig hebt voor het leven met een chronische aandoening.
Specifieke aandachtspunten bij ouderen met een verhoogde kwetsbaarheid: – Gevoel van veiligheid Op het moment dat ouderen thuis niet langer het gevoel hebben dat zij zich op een veilige en vertrouwde plek bevinden, is dit een belangrijke factor in de afweging of het thuis wonen nog houdbaar is. Dat gevoel van veiligheid kan met de omgeving te maken hebben: een verloederende buurt, maar ook met simpele dingen als slechte of gladde trottoirs of obstakels op de weg naar de winkels of andere voorzieningen. Ook factoren achter de voordeur spelen mee: niet langer het gevoel hebben dat je in staat bent om snel hulp in te roepen in noodsituaties, moeite hebben met je dag te structuren en voor jezelf te zorgen, en gevoelens van isolement en aan je lot overgelaten te zijn, maken extra angstig.
De andere term is zelfmanagement, die is – volgens de visie die we in Rotterdam hanteren – echt voorbehouden aan mensen met een chronische aandoening. Mensen met een chronische aandoening hebben met andere opgaven / taken te maken dan iemand die maar kort in zorg is. . Dit noemen we adaptieve opgaven of aanpassingstaken. Je kunt die taken verdelen in drie vormen van zelfmanagement.
!!!!!! Echter generaliseren we deze gegevens over zelfmanagement in leerjaar 1 naar de mens in de fase van late volwassenheid. in jaar 1 de theorie toepassen op de late levensfase, omdat een aantal adaptieve opgaven juist in deze levensfase ook mooi naar voren komt.
Dia 12
Verschil zelfredzaamheid en zelfmanagement:
Wat is zelfredzaamheid?
Waarom kan het van belang zijn om de zelfredzaamheidsradar samen met je patient in te vullen?
In hoeverre draagt dit bij aan zelfmanagement?-> bespreek deze vragen met de studenten.
Dia 13
Hier zie je een schematische weergave van wat zelfmanagement inhoudt. Neem de verschillende bolletjes door met de studenten.
Je ziet dat zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning niet alleen in de late levensfase terugkomt. Het hoort thuis in alle levensfasen.
Bovenstaande afbeelding is gelijk een tool die gebruikt kan worden om zelfmanagement van de (in dit geval) oudere in kaart te brengen. De oudere vult zelf in wat op hem/ haar van toepassing is. Hier kunnen bepaalde risico’s uit voort komen (-> relatie met risicosignalering en geriatric giants)
Definitie zelfmanagement: Zelfmanagement gaat om omgaan met de lichamelijke, psychische en sociale uitdagingen die de aandoening (of levensfase) stelt;
Het gaat om het inpassen in het dagelijkse leven;
De zorgvrager voert eigen regie over het zorgproces;
Streven is het optimale kwaliteit van leven.
Je ziet dat hierbij geschreven wordt vanuit de mens met een gezondheidsprobleem, vaak chronisch. In het geval van de oudere en vooral ook de kwetsbare oudere kan het zinvol zijn het zelfmanagement te ondersteunen zodat de oudere zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven leven/ wonen of zo zelfstandig mogelijk
Termen als eigen regie, zelfredzaamheid zijn hierin belangrijk: ze maken deel uit van het zelfmanagement, zijn een onderdeel van.
Persoonsgerichte zorg
Wederkerigheid :
Vraagverlegenheid : je weet niet hoe je de vraag moet stellen zonder dat de ander daar verlegen van wordt. Dat kan aan beide kanten voorkomen. Er wordt niet helder verwoord waar er eigenlijk behoefte aan is en aan de andere kant zeg je toe iets voor iemand te doen maar eigenlijk komt het je helemaal niet