Hst 9 Ziekte urinewegen

Ziekte urinewegen
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Ziekte urinewegen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ZZB.2SA
Week 1
Algemene oncologie
4
Week 2
Dementie
13
Week 3
M. Parkinson
12
Week 4
Infectieziekten
2
Week 5
Aandoeningen luchtwegen
7
Week 6
Aandoeningen spijsvertering
8
Week 7
Aandoeningen urinewegen
9
Week 8
Slaapstoornissen
5
Week 9
Multimorbiditeit

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Je kunt beschrijven wat de oorzaken, symptomen en behandeling zijn van: 
  • Urineweginfecties, 
  • Urineretentie, 
  • Vergroot prostaat
  • Urine-incontinentie 
  • Nierstenen 





Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet het urinewegstelsel er ook alweer uit?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Blaas
Nier
Urinebuis
Urineleider

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Urineweg infecties
  • Binnenkant urinewegen bekleed met slijmvlies
  • Slijmvlies beschermt cellen tegen urine
  • Slijmvlieslaag is ontstoken bij urineweginfectie



Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 types:
Urinebuisontsteking
Blaasontsteking
Nierbekkenontsteking 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een urineweginfectie komt evenveel voor bij mannen als bij vrouwen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar komen de bacteriën voornamelijk vandaan die een blaasontsteking veroorzaken?
A
Handen
B
Darmen
C
wc
D
zwembad

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

een blaasontsteking komt door optrekkende kou
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Urine retentie
Retentie = vasthouden ​

Deel van urine blijft achter in blaas 
Vaker vrouwen dan mannen ​
Gevaar = stuwing => nierschade​

2 vormen:
  • Acute retentie ​
  • Chronische retentie





Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Acute retentie
Plotseling niet kunnen plassen, terwijl blaas vol zit​
Hevige buikpijn, sterke aandrang, ellendig voelen ​

Door: ​
Plotse toename urineproductie​
Lang zitten (diepe stoel / autorit) ​
Te lang ophouden urine​
Gebruik medicijnen (antidepressiva / antiparkinsonmiddelen)​

Oplossing = katheter + onderzoek naar oorzaak ​











Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Chronische retentie
Ontstaat heel langzaam​. Blaasspier heeft kracht niet meer om volledig te legen ​
Verschijnselen:​
  1. Moeizaam op gang komen urinelozing​
  2. Slappe urinestraal + druppelen ​
  3. Nachtelijke incontinentie door te volle blaas ​
  4. Overdag ook? = overloopblaas ​
  5. Verschillende oorzaken: bijv. prostraatvergroting, blaasspier te slap, bekkenbodem te gespannen







Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Prostaat
  • Prostaat is een klier
  • Zo groot als walnoot
  • maakt vocht aan. 
  • Samen met zaadcellen vormt het sperma. 
  • In prostaatvocht stoffen die zaadcellen beschermen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergroot prostaat
  • Prostaat neemt in omvang toe. 
  • Urinebuis wordt dichtduwt.
  • Duurt langer voordat de urine komt en de straal neemt in kracht af  (soms druppelsgewijs). 
  • Snel nieuwe aandrang, door urineretentie.
  • Hoger risico blaasontsteking. 
  • 's Nachts vaak plassen. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Urine incontinentie
Ongewild urineverlies ​
Meer op oudere leeftijd​
Vaker vrouwen dan mannen ​

Verschillende vormen:
  1. Stressincontinentie ​(inspanningsincontinentie)
  2. Urge-incontinentie (aandrangincontinentie) ​
  3. Druppelincontinentie (overloopblaas) ​
  4. Neurogene blaas (door verlamming sluitspieren) ​







Slide 19 - Tekstslide

Stressincontinentie (Met 'stress' wordt druk in buikholte bedoelt)
Urge-incontinentie (aandrangincontinentie) ​
Druppelincontinentie (overloopblaas) ​
Neurogene blaas (door verlamming sluitspieren) ​
1. Stress incontinentie
  • Met 'stress' wordt druk in buikholte bedoelt. 
  • Urineverlies bij drukverhoging buik ​zoals hoesten, niezen, tillen, sporten.
  • Verzwakking spieren / steunweefsel bekkenbodem 

Vooral bij vrouwen na zware bevalling​, in menopauze (blaasverzakking)​, op leeftijd met overgewicht​

Behandeling = herstel bekkenbodemfunctie (oefenen spieren) ​ 









Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Urge incontinentie
Vermindering blaasspierfunctie / spanning inwendige kringspier ​

Hyperactieve blaas: als blaas beetje gevuld is, meteen aandrang​
Bij aandrang voelen meteen urineverlies​

Behandeling: ​
blaastraining (vergroten blaascapaciteit) ​
bekkenbodemspieroefeningen ​
Blaasremmende medicijnen (oxybutynine en flavoxaat) ​







Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Druppel incontinentie
Bij chronische retentie ​

Blaas vult zich steeds meer ​
Uiteindelijk veel spanning op blaas: sluitspier ontspant: overloopblaas​

Bij mannen met vergrote prostaat / vrouwen met grote verzakking​



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Neurogene blaas
Bij ziekten van zenuwstelsel: zenuwen naar blaas raken verstoord / vallen uit​


2 vormen: ​
- Overactieve blaas: patiënt voelt aandrang maar kan niet ophouden​ (zoals bij baby's)
- Hypotone blaas: spier reageert niet op prikkels, blaas loopt leeg bij maximale vulling​


Behandeling: incontinentiemateriaal​






Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Filmpje nierstenen
Vragen:
Hoe ontstaat een niersteen?
Wat zijn de symptomen?
Wat is de behandeling?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

TM opdrachten maken
Anatomie: 1, 3a, 3b, 8a, 10, 15a, 15b, 
19a, 23a, 23b, 24

Pathologie (urinewegen en geslachtsorganen):
1a,b,c. 2. 6. 8. 10a,b,c. 11a,b. 12. 13a,b,c,d,e. 14a,b

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies