Alles over de balans H3 A3

De balans



Uitleg balans en oefenen
Economie
Alexander Sibon
Niftarlake
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolLeerjaar 3

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

De balans



Uitleg balans en oefenen
Economie
Alexander Sibon
Niftarlake

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een balans?
De balans is een moment opname van alle bezittingen die een bedrijf heeft en de wijze waarop deze bezittingen zijn gefinancierd. 

Slide 2 - Tekstslide

Waarom gebruiken we het?
Met een balans kan je snel zien hoe gezond een bedrijf is. Heeft een bedrijf veel schulden of een duur pand maar weinig geld op de bank of kas? Dan kan het nodig zijn om in te grijpen. Ook kan je door balansen van verschillende maanden of jaren te vergelijken zien hoe het bedrijf zich ontwikkeld.

Slide 3 - Tekstslide

Balans Autohandelaar Lek 1-1-2021

Slide 4 - Tekstslide

Hoe ziet een balans er uit en welke onderdelen zijn er?
De bovenstaande balans van een autohandelaar laat dus zien welke bezittingen het bedrijf heeft en hoe het bedrijf gefinancierd is.

De linkerkant, debet, geeft de bezittingen weer en de rechterkant, credit, waar de bezittingen mee zijn betaald (gefinancierd).

Alle waarden op de balans zijn de waarde op de datum die boven de balans staat.
De totale waarden van beide kanten moet gelijk aan elkaar zijn.


Slide 5 - Tekstslide

Onderdelen debetkant
Gebouw: pand in bezit van het bedrijf
Inventaris: inrichting van het pand zoals de machines in de werkplaats, meubels, computers etc.
Voorraad auto’s: de inkoopwaarde van de auto’s die het bedrijf bezit
Kas: hoeveel contant geld (cash) het bedrijf heeft
Bank: hoeveel geld het bedrijf op de bank heeft staan
Debiteuren: klanten van het bedrijf die nog moeten betalen

Slide 6 - Tekstslide

Onderdelen creditkant
Eigen vermogen: waarde van investering eigenaar in bedrijf en de winst of het verlies
Hypotheek: lening voor aankoop gebouw
6%-lening bank: een lening afgesloten voor andere uitgaven dan gebouw tegen 6% rente
Crediteuren: leveranciers die het bedrijf nog moet betalen


Slide 7 - Tekstslide

Hoe verandert de balans?
De waarden van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden veranderen door het jaar heen bij financiële gebeurtenissen. Hierna een aantal financiële gebeurtenissen die je kan tegenkomen:

Slide 8 - Tekstslide

Hoe verandert de balans?
1. Verkoop
2. Inkoop
3. Afschrijving
4. Betaling kosten
5. Aflossing en rente hypotheek / lening
6. Opname eigen vermogen

Bij elk van deze gebeurtenissen veranderen er minimaal 2 onderdelen van de balans. Hierna staat voor elk van deze soorten een voorbeeld:

Slide 9 - Tekstslide

1. Verkoop
Er worden in het hele jaar 2021 80 auto’s verkocht met een gemiddelde verkoopprijs van € 10.000,- en betaald per bank. De gemiddelde inkoopprijs van deze auto’s is € 6.000,-. Geef de balansmutatie:



Slide 10 - Tekstslide

1. 80 auto's verkocht. Verkoopprijs €10.000, inkoopprijs €6.000. Hoeveel is de brutowinst?

Slide 11 - Open vraag

1. Verkoop
De voorraad verandert voor de inkoopwaarde van de verkochte auto’s. € 6.000 x 80 = € 480.000.
Het banksaldo verandert voor de totale verkoopwaarde (omzet). € 10.000 x 80 = € 800.000.
Het verschil is de brutowinst en dat getal komt bij het eigen vermogen op want dat is voor de eigenaar.


Slide 12 - Tekstslide

2. Vul de mutatiebalans in

Slide 13 - Tekstslide

2. Neem de lege tabel over en vul in met de juiste bedragen:

Slide 14 - Open vraag

Verkoop

Slide 15 - Tekstslide

2. Inkoop
Gedurende het jaar worden ook auto’s ingekocht om de voorraad aan te vullen. In totaal gaat het om € 520.000,- aan auto’s die worden betaald per bank. Geef de balansmutatie:



Slide 16 - Tekstslide

3. Vul de mutatiebalans in

Slide 17 - Tekstslide

3. Neem de lege tabel over en vul in met de juiste bedragen:

Slide 18 - Open vraag

Inkoop

Slide 19 - Tekstslide

3. Afschrijving
Gebouwen en inventaris worden ouder en moeten na een periode vervangen worden. Bijvoorbeeld door slijtage. De autohandelaar heeft in 2021 net het nieuwe pand gekocht en verwacht er 20 jaar gebruik van te maken. Geef de balans mutatie:

De waarde van het gebouw was € 250.000 en daalt nu met 1/20. € 250.000 / 20 = € 12.500. Afschrijvingen zien we als kosten en gaan dus af van het eigen vermogen.

Slide 20 - Tekstslide

4. Vul de mutatiebalans in

Slide 21 - Tekstslide

4. Neem de lege tabel over en vul in met de juiste bedragen:

Slide 22 - Open vraag

Afschrijving

Slide 23 - Tekstslide

4. Betaling kosten
Gedurende het jaar maakt een bedrijf nog andere kosten zoals voor gas, water, elektriciteit of personeel. In 2021 is er in totaal voor € 80.000 aan kosten gemaakt en betaald per bank.

Alle kosten gaan af van het eigen vermogen want gaan af van de winst.

Slide 24 - Tekstslide

5. Vul de mutatiebalans in

Slide 25 - Tekstslide

5. Neem de lege tabel over en vul in met de juiste bedragen:

Slide 26 - Open vraag

Betaling kosten

Slide 27 - Tekstslide

5. Aflossing en rente hypotheek / lening
De hypotheek en lening die zijn afgesloten moeten ook worden afbetaald en er wordt rente betaald over de lening. De hypotheek wordt net als het gebouw in 20 jaar afgelost en er wordt elk jaar over de schuld 4% rente betaald. Aflossing en rente worden betaald per bank



Slide 28 - Tekstslide

5. Vul de mutatiebalans in

Slide 29 - Tekstslide

5. Neem de lege tabel over en vul in met de juiste bedragen:

Slide 30 - Open vraag

5. Aflossing en rente hypotheek / lening
Aflossing: De hypotheek was oorspronkelijk € 236.000 en er wordt elk jaar dan 1/20 terugbetaald. Dit gaat van de hypotheekschuld af op 31/12.
Rente: De hypotheek schuld was op 1/1 € 236.000 en er wordt daarover 4% rente betaald. Rente zijn kosten en gaan dus af van het eigen vermogen.

Slide 31 - Tekstslide

Aflossing en rente hypotheek

Slide 32 - Tekstslide

6. Opname eigen vermogen
De ondernemer werkt natuurlijk ook niet voor niks en neemt als salaris een deel van de winst op om van te leven. Er is € 218.060 winst gemaakt (€ 320.000 brutowinst op verkoop - € 12.500 - € 80.000 - € 9.440). Hiervan neemt de ondernemer € 100.000 op per bank.

Slide 33 - Tekstslide

6. Vul de mutatiebalans in

Slide 34 - Tekstslide

6. Neem de lege tabel over en vul in met de juiste bedragen:

Slide 35 - Open vraag

Opname eigen vermogen

Slide 36 - Tekstslide

Hoe komt de eindbalans op 31 december 2021 er uit te zien?
Elke periode begin je met een balans en eindig je met een balans. De beginbalans staat op de eerste pagina en gedurende het jaar zijn er financiële gebeurtenissen geweest die van invloed zijn op de balans. Om de eindbalans op te stellen tel je de mutatiebalansen op bij de beginbalans.

Ter controle: als je alles hebt aangepast moeten de totalen weer gelijk zijn. 

Slide 37 - Tekstslide

7. Neem over en stel de eindbalans op per 31-12-2021

Slide 38 - Tekstslide

7. Neem de lege balans over en vul in met de juiste bedragen per 31 december 2021.

Slide 39 - Open vraag

Balans Autohandelaar Lek 31-21-2021

Slide 40 - Tekstslide

Mutaties debetkant
Gebouw: Was € 250.000 - € 12.500 (afschrijving) = € 237.500.
Inventaris: niks mee gebeurt.
Voorraad auto’s: was € 200.000 - € 480.000 verkocht + € 520.000 ingekocht = € 240.000.
Kas: niks mee gebeurt.
Bank: was € 50.000 + € 800.000 - € 520.000 - € 80.000 - € 21.240 - € 100.000 = € 128.760.
Debiteuren: niks mee gebeurt.

Slide 41 - Tekstslide

Mutaties creditkant
Eigen vermogen: was € 236.000 + € 320.000 - € 12.500 - € 80.000 - € 9.440 - € 100.000 = € 354.060.
4%-hypotheek: was € 280.000 - € 11.800 (aflossing) = € 268.200.
6%-lening bank: niks mee gebeurt.
Crediteuren: niks mee gebeurt.


Slide 42 - Tekstslide