Examentraining 27

Op eerste vordering door het bevoegd gezag
moet u ter inzage geven...
A
Het rijbewijs en kentekenbewijzen van elk voertuig waarmee u rijdt.
B
Het rijbewijs en kentekenbewijzen van elk motorvoertuig waarmee u rijdt.
C
Het rijbewijs en kentekenbewijzen van elk motorvoertuig en gekoppelde aanhangwagen waarmee u rijdt.
1 / 50
volgende
Slide 1: Quizvraag
RijopleidingBeroepsopleiding

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Op eerste vordering door het bevoegd gezag
moet u ter inzage geven...
A
Het rijbewijs en kentekenbewijzen van elk voertuig waarmee u rijdt.
B
Het rijbewijs en kentekenbewijzen van elk motorvoertuig waarmee u rijdt.
C
Het rijbewijs en kentekenbewijzen van elk motorvoertuig en gekoppelde aanhangwagen waarmee u rijdt.

Slide 1 - Quizvraag

Wie is verplicht mee te werken aan een onderzoek naar de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties.
A
De 17 jarige en zijn begeleider.
B
De bestuurder van de segway en de begeleider van het paard.
C
De bestuurder van de scootmobiel en de begeleider van vee.

Slide 2 - Quizvraag

Aan wie kan een rijverbod worden opgelegd?
A
Aan de bestuurder van de segway.
B
Aan de begeleider van de 17 jarige.
C
Beide antwoorden zijn juist.

Slide 3 - Quizvraag

Wat is rijgeschiktheid?
A
De beschikking hebben tot een voertuig.
B
De beschikking hebben tot voldoende mentale vermogens.
C
Geslaagd zijn voor het rijbewijs.

Slide 4 - Quizvraag

Wanneer kan iemand worden opgeroepen voor
een rijtest bij het CBR.
A
Iemand die ouder dan 80 jaar is.
B
Iemand die een technische aanpassing aan zijn voertuig nodig heeft.
C
Iemand die alcohol of drugs heeft gebruikt

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een rijtest?
A
Een aangepast praktijkexamen.
B
Bij een rijtest wordt er gekeken of de kandidaat voldoende rijvaardig is.
C
Bij een rijtest wordt er gekeken of de kandidaat voldoende rijgeschikt is.

Slide 6 - Quizvraag

Bij rijgeschiktheid wordt gekeken naar...
A
Mentale vermogens en rijbekwaamheid.
B
Rijbekwaamheid en fysieke geschiktheid.
C
Fysieke geschiktheid en mentale vermogens.

Slide 7 - Quizvraag

Stelling: enkel oudere bestuurders worden opgeroepen voor een rijtest.
A
Waar.
B
Niet waar.

Slide 8 - Quizvraag

Wanneer moet je richting geven als je weg rijdt na een stop buiten het verkeer?
A
Net voor dat je weg wilt rijden geef je richting aan.
B
Je geeft richting aan op het moment dat je wegrijdt.
C
Je geeft richting op het moment dat je nog niet kan en wacht tot dat andere bestuurders je er tussen laten.

Slide 9 - Quizvraag

Waar moet je de gevaren hoek verplicht
plaatsen als je met pech komt te staan?
A
Op een afstand van 30 meter aan de rechterzijde.
B
Als u rechts op de helling van een heuvel staat de gevarendriehoek op de daling plaatsen.
C
Als u rechts op de daling van de heuvel staat de gevarendriehoek rechts op de helling plaatsen.

Slide 10 - Quizvraag

Bij uitspoor staan de banden voornamelijk naar buiten de banden slijten dan voornamelijk ...
A
Aan de binnenzijde.
B
Aan de buitenzijde.
C
Op het midden van het loopvlak.

Slide 11 - Quizvraag

Bij toespoor staan de banden voornamelijk naar binnen de banden slijten dan voornamelijk ...
A
Aan de binnenzijde.
B
Aan de buitenzijde.
C
Op het midden van het loopvlak.

Slide 12 - Quizvraag

Links van u komt een personenauto dat licht- en geluidssignalen geeft u moet nu ...
A
Voorlaten gaan want het is een voorrangsvoertuig.
B
Voorrang geven want het is een voorrangsvoertuig.
C
Het is geen herkenbaar politievoertuig ik hoef hem geen voorrang te geven.

Slide 13 - Quizvraag

Van links steekt de militaire colonne over, uw verkeerslicht staat op groen.
Mag je de militaire colonne doorsnijden?
A
Ja, je hebt groen licht.
B
Nee, je moet stoppen bij de haaientanden.
C
Nee, je mag ze niet doorsnijden.

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de toelatingssnelheid op deze weg?
A
60 km/h.
B
70 km/h.
C
80 km/h.

Slide 15 - Quizvraag

U ziet deze bordencombinatie welk
voertuig mag u hier wel inhalen?
A
De vrachtauto die melk inzamelt (RMO).
B
De brommobiel.
C
Het landbouwvoertuig met 2 aanhangwagens.

Slide 16 - Quizvraag

Hoe hard mag een bromfietser hier?
A
30 km/h.
B
40 km/h.
C
45 km/h.

Slide 17 - Quizvraag

Wat kan je hier verwachten?
A
Auto`s die hard komen aanrijden.
B
Inhalende motoren.
C
Een bochtige weg.

Slide 18 - Quizvraag

Welk rijbewijs heeft u nodig?
De auto weegt 3000 kg en
de aanhangwagen weegt 2000 kg
A
Rijbewijs B.
B
Rijbewijs BE.
C
Rijbewijs C.

Slide 19 - Quizvraag

Je rijdt op een kruispunt af waar je links af wil, voor je naderen andere bestuurders, wat doe je?
A
Stop zo ver voor het kruisingsvlak zodat je andere bestuurders niet hindert.
B
Je zet je neus op het kruisingsvlak zodat andere bestuurders zien dat je het kruispunt op wilt rijden.
C
Je rijdt heel snel er nog voor, voor de doorstroming.

Slide 20 - Quizvraag

Mag u hier iemand in of uit laten stappen?
A
Ja, je mag in en uit stappen.
B
Nee, je mag daar alleen laden en lossen.
C
Nee, je mag daar niet stilstaan .

Slide 21 - Quizvraag

Welk licht mag je voeren
bij sneeuw?
A
Grootlicht.
B
Mistlicht voor.
C
Dagrijlicht.

Slide 22 - Quizvraag

Je bent een fietser met een passagier achterop welke verlichting moeten jullie voeren bij nacht?
A
Oranje licht voor en rood achterlicht.
B
Geel licht voor en rood achterlicht.
C
Wit knipperend licht voor en rood achter licht.

Slide 23 - Quizvraag

Je rijdt op een gecombineerde in- uitvoegstrook jij wilt invoegen en een andere bestuurder wilt uitvoegen, je ...
A
Gaat harder rijden en komt ervoor om in te voegen.
B
Laat de andere bestuurder eerst voor je uitvoegen en voegt daarna zelf in.
C
Rijdt met dezelfde snelheid door.

Slide 24 - Quizvraag

Waar houd je rekening mee?
A
Vanaf dit bord moet je rekening houden met harder rijdend verkeer op de andere rijstroken.
B
Vanaf dit bord kunnen bestuurders van rijstrook wisselen.
C
Vanaf dit bord mag je de spitsstrook gebruiken.

Slide 25 - Quizvraag

Wat duidt dit
symbool aan?
A
Tunnel.
B
Viaduct.
C
Brug.

Slide 26 - Quizvraag

Wat duidt dit
symbool aan?
A
Tunnel.
B
Viaduct.
C
Brug.

Slide 27 - Quizvraag

Waarom liggen er overwegend enkel binnen de bebouwde kom fietsstraten?
A
Er is meestal geen ruimte voor een fietspad of fietsstrook.
B
Buiten de bebouwde kom zijn fietsstraten onveilig.
C
Binnen de bebouwde kom is er een maximum snelheid van 50 km/h.

Slide 28 - Quizvraag

Mag een taxi een passagier uit laten stappen op de fietsstrook zonder deze zelf te gebruiken?
A
Ja , je mag daar in- en uit laten stappen.
B
Nee, je mag niet stoppen op de fietsstrook.
C
Nee, je mag niet stoppen langs de fietsstrook.

Slide 29 - Quizvraag

Je hebt een meerstrooks rotonde en sorteert, voor het oprijden op de linker rijstrook voor, waar wissel je van rijstrook?
A
Voor dat je op de helft bent schuif je op naar rechts.
B
Na dat je de helft voorbij bent schuif je een rijstrook op naar rechts.
C
Direct na het oprijden schuif je een rijstrook op naar rechts.

Slide 30 - Quizvraag

Vanaf welke afstand moet een kandidaat bij het CBR praktijkexamen een kenteken kunnen lezen?
A
Ongeveer 25 meter.
B
Ongeveer 40 meter.
C
Ongeveer 50 meter.

Slide 31 - Quizvraag

Wat is de maximumsnelheid voor land- en bosbouw voertuigen binnen de bebouwde kom?
A
25 km/h
B
45 km/h
C
40 km/h

Slide 32 - Quizvraag

Welke verlichting is verplicht bij een zicht van minder dan 20 meter?
A
Mislicht voor en achter.
B
Mistlicht achter.
C
Dimlicht.

Slide 33 - Quizvraag

Wanneer moet een kandidaat een
BNOR examen afleggen?
A
Wanneer de kandidaat 4 x een CBR examen heeft gedaan.
B
Wanneer de kandidaat 5 x een CBR examen heeft gedaan.
C
Wanneer de kandidaat 6 x een CBR examen heeft gedaan.

Slide 34 - Quizvraag

U rijdt op een één richtingsweg wie kunt u als tegenligger op de rijbaan verwachten?
A
Enkel fietsers.
B
Fietsers, bromfietsers en bestuurders van het gehandicaptenvoertuig.
C
Fietsers, snor- en bromfietsers.

Slide 35 - Quizvraag

U rijdt op de autosnelweg, voor u rijdt een vrachtauto wat is inzichtelijk het best om te doen?
A
Achter de vrachtauto blijven rijden op voldoende afstand.
B
U gaat inhalen.
C
Ik blijf achter de vrachtauto dan heb ik de vluchtstrook aan de rechterkant.

Slide 36 - Quizvraag

u rijdt hier met de vrachtauto. Met welke snelheid rijdt u hier maximaal?
A
80 km/h.
B
100 km/h.
C
130 km/h.

Slide 37 - Quizvraag

Een bestelbusje stopt bij de bushalte om pakketten te bezorgen, wat is juist?
A
Pakketbezorgers hebben vrijstelling van gordelplicht en parkeren.
B
Hij mag hier iemand in- of uit laten stappen.
C
Hij mag hier enkel kleinere pakketten bezorgen.

Slide 38 - Quizvraag

Sommige rotondes zijn breder gemaakt,
waarom is dit gedaan?
A
Voor de doorstroming.
B
Voor de snelheid.
C
Voor vrachtauto`s.

Slide 39 - Quizvraag

Rechts naast de rijbaan ligt een fiets- bromfietspad.
Waardoor heeft u minder zicht op dit pad?
A
Door de geleiderail.
B
Door de coulissewerking.
C
Door de snelheid.

Slide 40 - Quizvraag

Met welke snelheid rijdt het gehandicaptenvoertuig maximaal op het trottoir?
A
6 km/h.
B
12 km/h.
C
25 km/h.

Slide 41 - Quizvraag

U gaat de snelweg verlaten, op welke afstand van de uitrijstrook moet u richting aangeven?
A
100 meter.
B
200 meter.
C
300 meter.

Slide 42 - Quizvraag

Welke bestuurder mag als eerste?
A
De invoegende bestuurder.
B
De uitvoegende bestuurder.
C
Ze mogen gelijktijdig.

Slide 43 - Quizvraag

U gaat invoegen, op welk moment moet u de richtingaanwijzer uitzetten?
A
Zodra u met de daadwerkelijke verplaatsing bent begonnen.
B
Zodra u de verplaatsing in zijn geheel heeft voltooid.
C
Zodra u met alle vier de wielen over de markering bent.

Slide 44 - Quizvraag

Na het VOP staat een auto waarbij mensen koffers inladen. U komt tot stilstand voor het VOP voor een overstekende voetganger.
Hoe stelt u het voertuig op?
A
Op de rechterrijstrook.
B
Gedeeltelijk op de linkerrijstrook.
C
Op de linkerrijstrook.

Slide 45 - Quizvraag

U ziet een politievoertuig met blauwe zwaai en knipperlichten maar zonder sirene.
Moet u deze voor laten gaan?
A
Ja.
B
Nee.

Slide 46 - Quizvraag

U rijdt op de rechter rijstrook van een autosnelweg met 4 rijstroken. U wilt naar de meest linkerrijstrook. Hoe moet u dat doen?
A
In een vloeiende beweging.
B
Per rijstrook opschuiven.
C
Per rijstrook opschuiven, nadat u een klein stukje rechtuit bent gereden.

Slide 47 - Quizvraag

U wacht bij een open brug mag u dan de telefoon handheld gebruiken?
A
Ja
B
Nee.

Slide 48 - Quizvraag

Uw rijbewijs is verlopen u vraagt via een RDW goedgekeurde fotograaf een nieuw rijbewijs aan.
Na hoeveel dagen kunt u het ophalen bij de gemeente?
A
2 werkdagen.
B
3 werkdagen.
C
5 werkdagen.

Slide 49 - Quizvraag

U vraagt voor het eerst een rijbewijs aan.
Waar kunt u deze aanvragen?
A
Bij een door de RDW goedgekeurde fotograaf.
B
Bij de RDW.
C
Bij de gemeente.

Slide 50 - Quizvraag