bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden

Adverbs & adjectives
1 / 52
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2

In deze les zitten 52 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Adverbs & adjectives

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

een bijvoeglijk naamwoord 
Zegt iets over een 
zelfstandig naamwoord
  • mens
  • dier
  • plant
  • ding
VB
  • de spannende film
  • de mooie actrice
  • het nieuwe theater
  • de goede zanger

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

een bijwoord 
zegt iets over een 
werkwoord
dus hoe je iets doet
VB
  • de actrice speelt goed
  • het meisje zingt mooi
  • de stuntman springt hoog

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

The director shouted angrily at the actors
A
angrily zegt iets over wat voor persoon de director is.
B
angrily zegt iets over de manier waarop de director schreeuwt. (shouted)

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The incredible band performed badly during the festival.
A
incredible= bijwoord
B
incredible = bijvoeglijk naamwoord

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The band performed incredibly during the festival.
A
incredibly= bijwoord
B
incredibly = bijvoeglijk naamwoord

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The crowd cheered loudly after the spectacular performance.
A
loudly = bijwoord
B
loudly = bijvoeglijk naamwoord

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The DJ played an upbeat set for thousands of fans.
A
upbeat = bijwoord
B
upbeat = bijvoeglijk naamwoord

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Her hair falls .... without her trying.
A
bijwoord
B
bijvoeglijk naamwoord

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maybe we're ... strangers maybe it's not forever.
A
bijwoord
B
bijvoegelijk naamwoord

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I bruise .... so be gentle.
A
bijwoord
B
bijvoegelijk naamwoord

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tell me .... would you still love me the same
A
bijwoord
B
bijvoegelijk naamwoord

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

That planet Earth turns ...
A
bijwoord
B
bijvoegelijk naamwoord

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je maakt een bijwoord :
door -ly achter het bijvoegelijk naamwoord te zetten
VB
the slow car  → the car drives slowly
the beautiful actress → the actress sang beautifully

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijwoord = bijvoeglijk naamwoord + ly
           slow - slowly
Er zijn 3 uitzonderingen
1
2
3
woorden die op -le eindigen
woorden die eindigen op medeklinker + y
woorden die eindigen op -ic

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

woorden die eindigen op -le
  • gentle
  • noble
De e verdwijnt en wordt een y
→ le wordt ly 
1

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2
Woorden die eindigen op medeklinker + y
  • Happy
  • angry
  • lucky
  • hungry
De griekse y wordt vervangen door - ily
  • Happily
  • angrily
  • luckily
  • hungrily

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3
Woorden die eindigen op -ic
  • fantastic
  • comic
  • economic
ipv -ly komt er -ally achter het woord
fantastically
comically
economically

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uit je hoofd leren : good -well

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Billie Eilish is a GOOD singer.
Billie Eilish sings very WELL.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

uit je hoofd  leren: fast - fast

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

uit je hoofd leren: Long - long

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


The band performed __________ during their world tour

A
confident
B
confidently

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The actress delivered a __________ performance in the award-winning film.
A
powerful
B
powerfully

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The producer created a __________ soundtrack for the movie.

A
memorable
B
memorably

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The audience reacted __________ to the surprise guest appearance.
A
enthusiastic
B
enthusiastically

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The singer handled the criticism __________ during the press conference.
A
professional
B
professionally

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The director chose a __________ cast for the ambitious project.

A
diverse
B
diversely

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The band __________ announced their reunion on social media.

A
surprising
B
surprisingly

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The actor delivered his lines __________ despite the pressure.

A
natural
B
naturally

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The DJ created a __________ transition between the tracks.

A
smooth
B
smoothly

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The actress smiled __________ while photographers shouted her name.

A
graceful
B
gracefully

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The celebrity handled the unexpected question __________.
( / calmly)
A
calm
B
excellently

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The pop star __________ changed her image after the album release.
A
dramatic
B
dramatically
C
dramaticly

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

The celebrity handled the unexpected question
A
calm
B
calm
C
calmily
D
calmly

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


He is an ------actor.
A
excellent
B
excellently

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


They learn English -------
A
easy
B
easily

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

They think English is an -----language.
A
easy
B
easily

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lazy cat Tombili
This lazy cat's name was Tombili. Everyday, he lazily sat on this curb. The people loved this chubby cat and his relaxed attitude. They quickly took photos of him. When he sadly passed away, people put a  beautiful statue of him at this urban location. 

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2B

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Show what you know
8 vragen over .....?

Slide 41 - Tekstslide

De leerlingen krijgen vijf vragen/feiten over 1 onderwerp, persoon, begrip of gebeurtenis.

Van de vijf vragen moeten ze er tenminste drie goed hebben beantwoord. 
liggen
Hij/ zij het
hele
ww
volt
deel
woord
1
verleden 
tijd
lays
layed
lies
lied
lain
to lie
lay
to lied
layd

Slide 42 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

The audience applauded loudly, ______ the performance was clearly successful.

2
A
but
B
because
C
however
D
such as

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

B. because
Because betekent “omdat”.
Het tweede deel van de zin (the performance was successful) geeft de directe reden waarom er applaus was. Er wordt dus antwoord gegeven op de vraag waarom het applaus plaatsvond.

Het applaus gebeurde omdat de voorstelling succesvol was.


Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

also
to applaud
audience
autograph
backstage
3
also
to applaud
audience
autograph
backstage
To show approval by clapping your hands
People who watch or listen to a performance
Something extra or in addition
A signed name of a famous person
A place behind the stage, hidden from the public

Slide 45 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

The audience saw the celebrity on the red carpet.
→ Make it negative.
4

Slide 46 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

The singer gave an interview backstage.
→ Turn it into a question.
5

Slide 47 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

The singer looked glamorous on the red carpet, ______ she felt nervous backstage.

6
A
therefore
B
so
C
but
D
since

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

C. but  → De zangeres zag er glamoureus uit op de rode loper, maar ze voelde zich zenuwachtig.
Het verbindingswoord laat zien dat het tweede deel van de zin in contrast staat met het eerste deel. Aan de buitenkant ziet de zangeres er zelfverzekerd en glamoureus uit, maar van binnen voelt ze zich zenuwachtig.

Waarom is but hier logisch?
Looking glamorous wekt de verwachting dat iemand zich zelfverzekerd voelt.
Feeling nervous is het tegenovergestelde van die verwachting.
But benadrukt dit onverwachte verschil.

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

zich
vergissen
Hij/ zij het
hele
ww
volt
deel
woord
7
verleden 
tijd
to mistake
to mistook
to 
gismake
mistakes
mistooks
mistook
mistoken
gismaken
mistaken

Slide 50 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

1. The actors are in                   dressing room preparing for the show.


2. Look!                   walking down the red carpet right now.


3. Is                    a review of the show in the newspaper?
8
there
they're
their

Slide 51 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

• their = van hen (bezit)
• they’re = they are
• there = daar / er is / er zijn

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies