NT2 16 april

NT2 16 april
  • We starten met de presentaties.
  • Daarna gaan we op de laptop oefenen met woorden van werk.
  • Zelfstandig aan de slag met Taalcomleet of theaterlezen met mevr. Lub.
  • Om 10.27 opruimen en samen een spel óf verder werken.  
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2PraktijkonderwijsLeerjaar 1,2,4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

NT2 16 april
  • We starten met de presentaties.
  • Daarna gaan we op de laptop oefenen met woorden van werk.
  • Zelfstandig aan de slag met Taalcomleet of theaterlezen met mevr. Lub.
  • Om 10.27 opruimen en samen een spel óf verder werken.  

Slide 1 - Tekstslide

Presentaties
  • Tijdens de presentaties is het publiek stil.
  • Het publiek bedenkt bij elke presentatie een vraag. 
  • Aan het eind van de presentatie kies ik wie er een vraag gaat stellen. 
  • Je mag ook een tip en een top bedenken.  

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Voorkennis testen
voorkennis = wat je zelf al weet
Ga naar www.lessonup.app
log in met de pincode
gebruik je eigen naam!

Slide 4 - Tekstslide

Woorden die bij solliciteren en werk horen.

Slide 5 - Woordweb

Wat betekent "de bedrijfsnaam"?

Slide 6 - Open vraag

Wat betekent vacature?
A
Dat je bijna vakantie hebt.
B
Dat je een prik krijgt
C
Dat er mensen worden gezocht om te werken.
D
Dat is de baas van een bepaalde afdeling.

Slide 7 - Quizvraag

Wat betekent "locatie"?

Slide 8 - Open vraag

Wat betekent dienstverband?
A
Hoeveel uur je gaat werken en of het tijdelijk of vast is.
B
Dat is speciaal verband voor als je op je werk gewond raakt.
C
Dat is een muziekband die bij een bedrijf in dienst is
D
Dat is als je avonddienst hebt.

Slide 9 - Quizvraag

Wat is een arbeidscontract?

Slide 10 - Open vraag

Wat is een salaris?
A
Dat is een merk van een auto.
B
Dat is de baas van de manager.
C
Dat is het geld dat je verdient met werk.
D
Dat is een soort belasting.

Slide 11 - Quizvraag

Fulltime betekent:
A
Dat je minder dan 40 uur werkt
B
Dat je 40 uur werkt in de week.

Slide 12 - Quizvraag

Wie is de werkgever?

Slide 13 - Open vraag

Parttime betekent:
A
Dat je 40 uur werkt in de week.
B
Dat je minder dan 40 uur werkt in de week.

Slide 14 - Quizvraag

Werken op oproepbasis betekent:
A
Dat je 40 uur per week werkt.
B
Dat je minder dan 40 uur per week werkt.
C
Je bepaalt samen met je baas wanneer en hoe vaak je werkt.

Slide 15 - Quizvraag

Wat betekent functie-eisen?
A
welk werk je gaat doen
B
Wat je moet kennen en kunnen

Slide 16 - Quizvraag

Wie is de werknemer?

Slide 17 - Open vraag

Wat betekent functieomschrijving of taakomschrijving?
A
Welk werk je gaat doen.
B
Wat je moet kennen of kunnen.

Slide 18 - Quizvraag