Familieleden in het Nederlands
Familieleden in het Nederlands
Deze slide heeft geen instructies
Leerdoel
Ik kan familieleden in het Nederlands benoemen en eenvoudige woorden over familie gebruiken.
Deze slide heeft geen instructies
But first?????
Quiz about Oliver Tree, speciaal voor Boris!
Deze slide heeft geen instructies
Huiswerk
Welke 10 woorden uit het boek (Hotel Hallo) op bladzijde 28, heb je omcirkeld en ken je nog niet?
Deze slide heeft geen instructies
Welke woorden weet je nog van de vorige les over school?
Gebruik deze woordwolk als voorkennisactivatie. Verwachte woorden: vader, moeder, broer, zus, opa, oma, oom, tante.
Wat is familie?
Familie zijn de mensen die bij je gezin en familiekring horen.
Je kunt praten over:
ouders (parents)
kinderen (children)
grootouders (grand parents)
andere familieleden (other family members)
Gebruik deze slide om het thema te openen. Houd het eenvoudig: familie kan klein of groot zijn, maar in deze les gaat het om basiswoorden.
Ouders
vader = je papa
moeder = je mama
Samen noem je ze vaak je ouders.
Voorbeeld: Mijn vader en moeder zijn thuis.
Je mag kort noemen dat 'papa' en 'mama' informeler zijn, maar houd op de slide de kernwoorden vader en moeder centraal.
Kinderen in het gezin
broer = een mannelijke sibling
zus = een vrouwelijke sibling
broertje = jonge broer
zusje = jonge zus
Leg uit dat -tje of -je vaak iets kleins of jongs aangeeft. Vermijd ingewikkelde grammaticale uitleg.
Grootouders
opa = vader van je vader of moeder
oma = moeder van je vader of moeder
Opa en oma zijn je grootouders.
Voorbeeld: Ik ga naar opa en oma.
Deze slide heeft geen instructies
Meer familieleden
oom = broer van je vader of moeder
tante = zus van je vader of moeder
Deze woorden gebruik je vaak bij familiebezoek.
Houd de definities eenvoudig. In het dagelijks taalgebruik kunnen deze woorden soms ook breder gebruikt worden, maar dat hoeft hier niet uitgewerkt te worden.
Kinderen van oom en tante
neef = zoon van je oom of tante
nicht = dochter van je oom of tante
neefje = jonge neef
nichtje = jonge nicht
Wijs erop dat neef en nicht soms moeilijk te onthouden zijn. Laat de klas het verschil tussen zoon en dochter goed horen.
Hoe noem je vader en moeder samen?
grootouders
ouders
familie
visite
Controleert de kernwoorden uit de eerste woordenset. 'Familie' is bewust als afleider opgenomen omdat leerlingen dat snel te algemeen kiezen.
Een baby in de familie
Een baby is een heel jong kind.
geboren betekent: op de wereld gekomen.
Voorbeeld: Er is een baby geboren.
Koppel dit aan familiesituaties: een nieuwe baby betekent vaak dat iemand broer, zus, oom, tante, opa of oma wordt.
De familiefoto
Een familiefoto laat zien wie bij de familie hoort.
Op een foto kun je bijvoorbeeld zien:
vader en moeder
broer of zus
opa en oma
Gebruik deze slide om woorden samen te brengen: laat zien dat één beeld veel familiewoorden activeert.
Woorden bij elkaar
familie: alle familieleden samen
ouders: vader en moeder
grootouders: opa en oma
visite: bezoek thuis
feest: moment om samen te vieren
Deze slide helpt om losse woorden te groeperen in betekenisvolle sets. Goed moment om verbanden te benoemen.
Voorbeelden met familie
Mijn broer en zus zijn thuis.
Mijn oom en tante komen op visite.
Mijn oma is jarig.
Er is een baby geboren in de familie.
Lees de zinnen langzaam voor zodat leerlingen de woorden in context horen. De focus blijft op woordenschat, niet op grammaticale analyse.
Wie is een nicht?
dochter van oom of tante
zus van je moeder
zoon van oom of tante
broer van je vader
Test het onderscheid neef/nicht en oom/tante, omdat die woorden vaak door elkaar gehaald worden.
Vul de woorden over familie in
Mijn oom en tante komen op visite. Hun dochter is mijn nicht. In de familie is ook een baby geboren.
Deze oefening verbindt familieleden met woorden uit contextzinnen: visite, nicht, baby, geboren.
Welk woord vind jij het moeilijkst om te onthouden?
neef
nicht
oom
tante
Deze slide heeft geen instructies
Begrippenlijst
familie - mensen die bij je gezin en familiekring horen
vader - je papa
moeder - je mama
broer - mannelijke sibling
zus - vrouwelijke sibling
broertje - jonge broer
zusje - jonge zus
Deze slide heeft geen instructies
Begrippenlijst
oom - broer van je vader of moeder
tante - zus van je vader of moeder
neef - zoon van je oom of tante
nicht - dochter van je oom of tante
neefje - jonge neef
nichtje - jonge nicht
opa - vader van je vader of moeder
Deze slide heeft geen instructies
Begrippenlijst
oma - moeder van je vader of moeder
visite - bezoek thuis
verjaardag - de dag dat iemand jarig is
feest - een gezellige bijeenkomst
familiefoto - foto van de familie
baby - heel jong kind
geboren - op de wereld gekomen
Deze slide heeft geen instructies
En nu....
De Quiz!!!!
Deze slide heeft geen instructies