ontwikkeling van persoonlijkheid en zelfbeeld

hoofdstuk 7
Volg de slides aandachtig en stap per stap. Bekijk elke video en beantwoord indien nodig de vragen. (Ook alles moet ingevuld zijn in je werkboek).
Duid de zaken uit de slides zeker aan in je werkboek!
Vergeet niet, ik kan jullie vooruitgang in LessounUp volgen, dus doe wat er verwacht wordt...  Succes!!

Heb je vragen of zit je vast? Ik blijf aanwezig in de Google Meet.  

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
GedragswetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

hoofdstuk 7
Volg de slides aandachtig en stap per stap. Bekijk elke video en beantwoord indien nodig de vragen. (Ook alles moet ingevuld zijn in je werkboek).
Duid de zaken uit de slides zeker aan in je werkboek!
Vergeet niet, ik kan jullie vooruitgang in LessounUp volgen, dus doe wat er verwacht wordt...  Succes!!

Heb je vragen of zit je vast? Ik blijf aanwezig in de Google Meet.  

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Welke karaktertrekken herken je in de cartoons op pagina 93?
  • Lees de 3 cartoons

  • Noteer onder elke cartoon 3 zaken:
  1. welke karaktertrek uit The Big Five herken je?
  2. wordt er op de schaal hoog of laag gescoord?
  3. leg kort uit
  • bv. hij scoort hoog/laag op de schaal van extraversie want hij heeft niet graag veel mensen om zich heen.

Slide 3 - Tekstslide

Bovenaan pg. 94 lees je de twee vragen:
  1. "Bedenk enkele beroepen waarbij extraversie een belangrijke eigenschap is."

  2. "Bedenk enkele beroepen waarbij  zorgvuldigheid een belangrijke eigenschap is."

=>  Noteer de antwoorden op deze vragen in je werkboek.

Slide 4 - Tekstslide

Welke waarden zijn vermoedelijk belangrijk voor de volgende personen? Pg 94
Kies uit: stiptheid, creativiteit, bereidheid tot helpen, eerlijkheid, precisie, leergierigheid.
  1. Iemand die hoog scoort op vriendelijkheid: ....
  2. Iemand die hoog scoort op openheid: .....
  3. Iemand die hoog scoort op zorgvuldigheid: ....
=>  Noteer deze antwoorden op deze vragen in je werkboek.

Maw: iemands persoonlijkheid bepaalt ook mee welke waarden die persoon belangrijk vindt

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Waar of niet waar?
Volwassenen scoren hoger op de persoonlijkheidstrek ‘zorgvuldigheid’ dan jongeren.
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Waar of niet waar?
Ouderen scoren lager op de persoonlijkheidstrek ‘vriendelijkheid’ dan jongeren.
A
waar
B
niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Inleidende vraagjes bovenaan pg 95.
  1. "Welke eigenschappen herken je bij jezelf?"
    Onderstreep ze en vul eventueel aan.
  2. "Hoe weet je dat je deze eigenschap hebt?"
    Noteer in je werkboek.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Ik ben 1m75.
Dit behoort tot...
A
Zelfwaarneming
B
Zelfwaardering
C
Zelfvertrouwen
D
Geen van bovenstaande

Slide 11 - Quizvraag

Iemand moet aan het bord komen om de wiskunde oefening op te lossen, ik steek meteen mijn hand op, want ik ben goed in wiskunde.
Dit behoort tot...
A
Zelfwaarneming
B
Zelfwaardering
C
Zelfvertrouwen
D
Geen van bovenstaande

Slide 12 - Quizvraag

Ik vind echt dat ik goed ben in hockey!
Dit behoort tot...
A
Zelfwaarneming
B
Zelfwaardering
C
Zelfvertrouwen
D
Geen van bovenstaande

Slide 13 - Quizvraag

'Ik kan totaal niet turnen, ik ben zo stijf'
Dit behoort tot...
A
Zelfwaarneming
B
Zelfwaardering
C
Zelfvertrouwen
D
Geen van bovenstaande

Slide 14 - Quizvraag

'Morgen KO van GW, ik ga sowieso buizen, ik heb goed geleerd, maar het is zo moeilijk, het gaat me toch weer niet lukken...'
Dit behoort tot...
A
Zelfwaarneming
B
Zelfwaardering
C
Zelfvertrouwen
D
Geen van bovenstaande

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

1

Slide 17 - Video

01:14
Heeft deze dame een realistisch zelfbeeld? Leg uit.

Slide 18 - Open vraag

Maak de 3 oefeningen op pg 96.
"Hebben de personen in de volgende voorbeelden een gezond, een laag of een hoog zelfbeeld?"
Noteer de antwoorden in je werkboek en vul deze antwoorden ook in op de volgende slides.

Slide 19 - Tekstslide

Voorbeeld 1 (Saskia) pg 96
A
laag zelfbeeld
B
gezond zelfbeeld
C
hoog zelfbeeld

Slide 20 - Quizvraag

Voorbeeld 2 (Lucas) pg 96
A
laag zelfbeeld
B
gezond zelfbeeld
C
hoog zelfbeeld

Slide 21 - Quizvraag

Voorbeeld 3 (Silke) pg 96
A
laag zelfbeeld
B
gezond zelfbeeld
C
hoog zelfbeeld

Slide 22 - Quizvraag

Ik heb nooit gelijk 
Ik kan niks. 
Ik heb altijd gelijk
Zichzelf onderschatten. 
Ik ben in alles echt de beste, niemand is beter dan mij. 
Ik zal het nooit kunnen. 
Zichzelf overschatten
Zichzelf goed inschatten. 

Slide 23 - Sleepvraag

Slide 24 - Tekstslide

a) omgevings- en opvoedingssfactoren (pg 97)
Kinderen vormen een beeld van zichzelf door wat er tegen hen gezegd wordt. Voor al ouders zijn belangrijk.
Ouders met een ondersteunende opvoedingsstijl zorgen voor een positief zelfbeeld.
Vul de twee vragen in op pg. 97: "Welke opvoedingsstijl herken je in de volgende voorbeelden?" (deze kan je terugvinden op pg 36). Vul de antwoorden ook in op volgende slides.

Slide 25 - Tekstslide

Welke opvoedingsstijl herken je in voorbeeld 1 op pg. 97?
A
autoritaire opvoedingsstijl
B
ondersteunende opvoedingsstijl
C
onverschillige opvoedingsstijl
D
permissieve opvoedingsstijl

Slide 26 - Quizvraag

Bij voorbeeld 2 op pg 97 hoort de ondersteunende opvoedingsstijl, maar hier neigen de ouders te veel naar ...
A
verwenning
B
overbescherming
C
verwaarlozing
D
mishandeling

Slide 27 - Quizvraag

b) maatschappelijke omgevingsfactoren: stereotypen (pg 97)
stereotypen = simplistische veralgemeningen van eigenschappen die door de maatschappij worden toegekend aan alle leden van een bepaalde groep. (zie ook CW pg 56)
gevolg = na verloop van tijd geloof je de stereotypen & gedraag je er zelfs naar!

Slide 28 - Tekstslide

c) factoren in de persoon zelf (pg 98)
  • leeftijd
    Tieners hebben een kwetsbaar zelfbeeld: ze zijn vatbaar voor de meninge van anderen & negatieve opmerkingen kunnen het zelfbeeld een dreun geven
  • succes op  ontwikkelingstaken
    Zie pg 61: Havighurst (6 ontwikkelingstaken)
    Kies een ontwikkelingstaak en vul de vraag in op pg 98.
  • beperkingen en begrenzingen
    Tieners met een beperking, leerstoornis,... kunnen last hebben van een laag zelfbeeld

Slide 29 - Tekstslide

d) sociale vergelijking (pg 98)
Door je te vergelijken met anderen, ga je kijken of je beter of minder bent in bepaalde zaken.
Bv: omdat je minder volgers op Instagram hebt dan je vriendin, ga je denken dat je minder populair bent. Dit kan voor een laag zelfbeeld zorgen.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

externaliseren - internaliseren
  • externaliserend gedrag is naar buiten gericht gedrag, dat storend is voor de omgeving, zoals ongehoorzaamheid, driftbuien, druk gedrag, agressie. 
  • internaliserend gedrag is bijvoorbeeld faalangst, somberheid & een depressie. Het gedrag is naar binnen gericht en het kind zelf heeft er vooral last van. 
  • Wat denken jullie: welk gedrag komt vaker voor bij jongens? En bij meisjes?
    => vul de vragen en antwoorden in op pg 99.

Slide 32 - Tekstslide