Genotsmiddelen

Genotsmiddelen

1 / 49
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGASVBuitengewoon secundair onderwijsOpleidingsvorm 3

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Genotsmiddelen

Open de les met de vraag welke genotsmiddelen leerlingen al kennen. De interactieve woordweb-werkvorm wordt in een latere stap toegevoegd; deze slide blijft daarom visueel en eenvoudig.

Wat leer je vandaag?

  • De leerling weet dat het misbruik van genot- en geneesmiddelen gevolgen heeft voor de eigen gezondheid, de gezondheid van anderen, de sport- en de leerprestaties en de sociale relaties.

  • De leerling schat risico’s bij gebruik van genotmiddelen en medicijnen in en maakt op een bewuste manier keuzes met het oog op een gezonde levensstijl.

  • De leerling reageert assertief in verschillende aanbodsituaties.

De andere doelen komen in de les terug: soorten genotsmiddelen, legaal of illegaal, softdrugs of harddrugs, en nadenken over schadelijkheid.

Wat denk jij dat een genotsmiddel is?

Gebruik dit als startwoordweb. Laat leerlingen losse woorden of korte woordgroepen geven, zoals koffie, alcohol, sigaret of chocolade.

Wat is een genotsmiddel?

Een genotsmiddel is een stof die invloed heeft op je lichaam of gevoelens.


Mensen gebruiken het vaak omdat het een aangenaam gevoel kan geven.

.

Benadruk dat niet elk genotsmiddel even gevaarlijk is. Leerlingen kennen vaak alledaagse voorbeelden zoals koffie of chocolade, waardoor het begrip concreet wordt.

Een genotsmiddel is altijd verboden!

A

Nee, helemaal niet.

B

JA, de politie kan jou oppakken hiervoor

C

Ja, maar ze controleren niet

Deze slide heeft geen instructies

Welk genotsmiddel heb jij zelf in huis?
Tip: heel wat genotsmiddelen worden algemeen gebruikt en zijn helemaal niet illegaal

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een genotsmiddel?

Voorbeelden: koffie, alcohol, sigaretten, cannabis en chocolade.

Er zijn middelen die je een goed gevoel geven maar waardoor je wel nog steeds een helder hoofd hebt:
Koffie (cafeïne), Cola (suiker en cafeïne), Chocolade (theobromine)

.

Benadruk dat niet elk genotsmiddel even gevaarlijk is. Leerlingen kennen vaak alledaagse voorbeelden zoals koffie of chocolade, waardoor het begrip concreet wordt.

Waarom gebruiken mensen het?

Mensen gebruiken genotsmiddelen om verschillende redenen.


Denk aan gevoel, groep of gewoonte.

Laat leerlingen meerdere redenen noemen, zoals nieuwsgierigheid, ontspanning, plezier, energie krijgen, erbij horen of problemen vergeten. De open vraag zelf wordt later interactief uitgewerkt.

Redenen om te gebruiken

  • nieuwsgierigheid

  • ontspanning

  • plezier

Vaak genoemd

Ook mogelijk

  • energie krijgen

  • erbij horen

  • problemen vergeten

Deze slide ondersteunt de latere sleepoefening. Maak duidelijk dat redenen niet hetzelfde zijn als goede keuzes of veilige keuzes.

Zijn alle genotsmiddelen even gevaarlijk?

A

Nee

B

Ja, allemaal gevaarlijk

C

Nee, alle genotsmiddelen zijn niet gevaarlijk

D

Ja

Deze slide heeft geen instructies

Zijn alle genotsmiddelen even gevaarlijk?

Nee. Er zijn grote verschillen.


Sommige middelen geven beperkte risico's.

Andere middelen kunnen snel ernstige schade veroorzaken.

Gebruik deze slide als correctie op de stelling. Vermijd zwart-witdenken: legaal betekent niet automatisch veilig, en schadelijkheid verschilt per middel, hoeveelheid en gebruik.

Niet elk middel is even schadelijk

Toon of benoem de voorbeelden koffie, chocolade, bier, sigaret en cocaïne. Laat leerlingen vergelijken welk middel volgens hen het schadelijkst is; de stemactiviteit wordt later toegevoegd.

Schadelijkheid verschilt

Niet alle genotsmiddelen zijn even schadelijk.


Sommige hebben beperkte risico's.

Andere kunnen ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.

Je kunt hier voorbeelden geven: koffie werkt anders dan sigaretten of cocaïne. Houd het eenvoudig en leg de nadruk op kritisch nadenken.

Waarom gebruiken mensen genotsmiddelen?

Verwachte antwoorden voor klassengesprek: nieuwsgierigheid, ontspanning, plezier, energie krijgen, erbij horen, problemen vergeten. Benadruk dat een reden niet hetzelfde is als een goede keuze.

Welk middel lijkt jou het schadelijkst?

1

Koffie

2

Chocolade

3

Bier

4

Cocaïne

Deze slide heeft geen instructies

Welke uitspraak klopt?

A

Alle genotsmiddelen zijn even gevaarlijk

B

Schade verschilt per middel

C

Legale middelen zijn altijd veilig

D

Illegaal is altijd dodelijk

Toetst het kerninzicht van deze eerste subtopic: niet alle genotsmiddelen zijn even schadelijk.

Voorbeeld: koffie

Koffie is ook een genotsmiddel.


Het beïnvloedt je lichaam en geeft vaak meer alertheid.

Gebruik dit als inhoudelijke basis voor de quizvraag 'Is koffie een genotsmiddel?'. Het correcte antwoord is ja.

Voorbeeld: alcohol

Alcohol is een genotsmiddel.


Het heeft invloed op je lichaam, gedrag en gevoelens.

Gebruik dit als inhoudelijke basis voor de quizvraag 'Is alcohol een genotsmiddel?'. Het correcte antwoord is ja.

Een legaal genotsmiddel is ...

A

Iets dat door de wet verboden is

B

Iets dat is toegestaan in de wet

C

Iets dat gevaarlijk is

D

Iets waarvoor je naar de gevangenis moet

Deze slide heeft geen instructies

Een illegaal genotsmiddel is ...

A

Iets dat door de wet verboden is

B

Iets dat is toegestaan in de wet

C

Iets dat gevaarlijk is

D

Iets wat je op elke school kan kopen

Deze slide heeft geen instructies

Legaal en illegaal

Legaal betekent: toegelaten volgens de wet.


Illegaal betekent: verboden volgens de wet.


Voorbeelden: koffie en alcohol zijn legaal. Heroïne is illegaal.

Houd het juridisch onderscheid eenvoudig. Zeg erbij dat wetten per land kunnen verschillen, maar dat we in deze les met de algemene indeling werken.

Koffie en de wet

Koffie is legaal.


Je mag het volgens de wet kopen en gebruiken.

In de interactieve versie wordt hier gevraagd: legaal of illegaal?

Cannabis en de wet

Cannabis wordt in deze les gezien als illegaal.


Het is dus niet gewoon vrij toegelaten volgens de wet.

De regels rond cannabis kunnen verschillen naargelang land en context. Houd het hier eenvoudig en sluit aan bij de lesdoelen.

Heroïne en de wet

Heroïne is illegaal.


Het is verboden volgens de wet.

Deze slide heeft geen instructies

Alcohol en de wet

Alcohol is legaal.

(Maar er zijn wel regels over).


Legaal betekent niet automatisch onschadelijk.

Dit is een belangrijk moment om het verschil te benadrukken tussen wettelijk toegelaten en veilig of gezond.

"Legaal betekent niet automatisch onschadelijk." Wat bedoelen we hier mee?

Deze slide heeft geen instructies

Video: jongeren en gebruik

Gebruik hier een korte video over alcohol, roken of drugsgebruik bij jongeren. Kies een veilig, informatief fragment in eenvoudige taal.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent legaal?

A

Verboden door de wet

B

Gevaarlijk voor je lijf

C

Toegelaten door de wet

D

Alleen voor volwassenen

Veel leerlingen verwarren legaal met veilig of met een leeftijdsgrens.

Vul de juiste woorden in

Een middel kan legaal zijn en toch schadelijk. Alcohol is legaal. Heroïne is illegaal volgens de wet.

legaal
Alcohol
Heroïne
veilig
koffie
cannabis
harddrug

Sluit aan bij de slides over koffie, cannabis, heroïne en alcohol. Leg nog eens uit: legaal betekent niet automatisch onschadelijk.

Softdrugs en harddrugs (makkelijk te verdelen, maar klopt niet altijd)

  • grotere gezondheidsrisico's

  • grotere kans op ernstige problemen


Dit is een vereenvoudigde indeling.

  • meestal minder risico

  • meestal minder kans op zware afhankelijkheid

Softdrugs

Harddrugs

Benadruk dat deze indeling eenvoudig is en niet betekent dat softdrugs veilig zijn. Beide groepen kunnen schade veroorzaken.

Cannabis

Cannabis wordt meestal ingedeeld als softdrug.

PAS OP: het blijft gevaarlijk, is ongezond en kan meerdere psychische problemen uitlokken.
Ook kan een verslaving ervoor zorgen dat je nog heel weinig kan doen.

Gebruik dit als basis voor de quizvraag: softdrug of harddrug?

Deze slide heeft geen instructies

Cocaïne

Cocaïne wordt ingedeeld als harddrug.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Heroïne

Heroïne wordt ingedeeld als harddrug.

Deze slide heeft geen instructies

Wat hebben we geleerd?

  • wat genotsmiddelen zijn

  • waarom mensen ze gebruiken

  • het verschil tussen legaal en illegaal

  • het verschil tussen softdrugs en harddrugs

Gebruik deze slide als korte herhaling voor de klas voordat de opdracht start.

Welke combinatie klopt?

A

Cannabis = harddrug

B

XTC = softdrug

C

Heroïne = softdrug

D

Cocaïne = harddrug

Distractors komen uit de middelen die net besproken zijn. Zo controleer je of de indeling echt begrepen is.

Vul de juiste woorden in

Softdrugs hebben meestal minder risico en minder kans op zware afhankelijkheid. Harddrugs hebben grotere gezondheidsrisico's en meer kans op ernstige problemen.

minder risico
grotere gezondheidsrisico's
ernstige problemen
meer energie
legale middelen
minder schade
verboden gebruik

Herneemt bijna letterlijk de kernwoorden van de uitlegslide, zodat leerlingen de basisbegrippen verankeren.

Wat is het verschil tussen softdrugs en harddrugs?

Bespreek antwoorden zoals: softdrugs zijn niet veilig, harddrugs hebben meestal grotere risico's, en de indeling is vereenvoudigd.

Onderzoeksopdracht

Jullie krijgen een lijst met 20 genotsmiddelen.

Zoek op:

  1. legaal of illegaal

  2. softdrug of harddrug

Schrijf elk middel in het juiste vak op het werkblad.


Groene stift = volgens jullie minder schadelijk

Rood stift= volgens jullie zeer schadelijk

Leg mondeling uit dat leerlingen ook kritisch moeten nadenken over schadelijkheid en niet alleen over de indeling.

Succes met de opdracht

Rond de les af en geef een duidelijke overgang naar het werkmoment.

Wat heb jij vandaag geleerd?

Laat leerlingen één korte lesinhoud noemen, bijvoorbeeld: wat een genotsmiddel is, legaal of illegaal, of softdrugs en harddrugs.

Wat hielp jou het best om dit te begrijpen?

Gebruik de antwoorden om zicht te krijgen op welke werkvormen voor deze klas goed werkten: video, voorbeelden, quiz, woordweb of klassengesprek.

Wat vond jij nog moeilijk aan deze les?

Geeft de leraar input over onduidelijkheden, bijvoorbeeld legaal versus veilig of softdrugs versus harddrugs.

Begrippen

genotsmiddel - een stof die invloed heeft op je lichaam of gevoelens en die mensen gebruiken voor een aangenaam gevoel

legaal - toegelaten volgens de wet

illegaal - verboden volgens de wet

softdrug - drug met meestal minder risico en minder kans op zware afhankelijkheid

harddrug - drug met grotere gezondheidsrisico's en grotere kans op ernstige problemen

schadelijkheid - hoeveel schade een middel kan veroorzaken

afhankelijkheid - moeilijk kunnen stoppen met gebruiken

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies