14.4 Zenuwcellen herh 5H

Nectar 14.4
14.4 Zenuwcellen
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Nectar 14.4
14.4 Zenuwcellen

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud hoofdstuk
14.1 De ene spier is de andere niet
14.2 Je gezichtszintuig
14.3 Zenuwstelsel
14.4 Zenuwcellen
14.5 Hormonen

Daarna nog: herhalen H6 (Voeding, vertering en gezondheid)

Slide 2 - Tekstslide

Doel 14.4

  • Je kunt de onderdelen van een zenuwcel beschrijven
  • Je kunt uitleggen hoe een impuls ontstaat en over een zenuwcel voortbeweegt
  • Je kunt uitleggen hoe zenuwcellen berichten aan elkaar doorgeven
  • Je kunt uitleggen wat een reflex is en hoe het werkt

Slide 3 - Tekstslide

Reactiesnelheid
https://www.veiligheid.nl/valpreventie/voorlichtingsmateriaal/reactietest

(google reactietest valpreventie)

Wat is jullie reactiesnelheid?

Slide 4 - Tekstslide

Wat weet je nog over een reflex?
Maak de oefening van de volgende dia's

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

Slide 7 - Link

Reflex

Slide 8 - Tekstslide

Reflexboog
De aansturing van de spieren/klieren zonder betrokkenheid van de grote hersnenen (niet bewust).
Loopt meestal via het ruggenmerg en meteen weer terug.

Sommige reflexen zijn aangeboren, sommigen aangeleerd.

Slide 9 - Tekstslide

                           Bouw van een zenuwcel: namen? 
                     Weet je ze nog?

Slide 10 - Tekstslide

Heb je de namen goed?
1= dendriet
2= cellichaam
3=celkern
4=axon
5=synaps/einde axon

Slide 11 - Tekstslide

Neuronen
Cellichaam: kern en 
celorganellen

Slide 12 - Tekstslide

Zenuwcellen
Zenuwcellen hebben een cellichaam (waar de kern zit) en uitlopers (lange 'armen' van de cel)

Slide 13 - Tekstslide

Neuronen
Dendriet: uitloper die signalen opvangt van andere neuronen of zintuigcellen en richting het cellichaam stuurt

Slide 14 - Tekstslide

Neuronen
Axon: uitloper die signalen van het cellichaam doorstuurt naar andere neuronen of een spier/ klier

Slide 15 - Tekstslide

Neuronen
Myelineschede: isolerende laag rondom uitlopers (dendrieten of axonen)


Slide 16 - Tekstslide

Cellen van Schwann
Vormen de myelineschede om de lange uitlopers van neuronen.



Slide 17 - Tekstslide

Sensorisch neuron

Slide 18 - Tekstslide

Schakelneuron

Slide 19 - Tekstslide

Motorisch neuron

Slide 20 - Tekstslide

Impuls
Zenuwcellen zijn electrisch geladen, de binnenkant is veel negatiever dan de buitenkant.

Als er een impuls ontstaat gaan er opeens veel positieve deeltjes (Na+) via natriumkanalen naar binnen en verandert de lading.

Slide 21 - Tekstslide

The Wave
Een impuls verplaatst zich als een soort 'wave' langs het membraan van een zenuwcel, één kant op.


Slide 22 - Tekstslide

Sprongsgewijze geleiding

Slide 23 - Tekstslide

De actiepotentialen worden sprongsgewijs doorgegeven. In welke richting?
Bij een actiepotentiaal draait de lading om: binnen wordt + ipv - door Na+ instroom (=depolarisatie)

Slide 24 - Tekstslide

The Wave
Door de myleineschede kan de impuls veel sneller over een lange uitloper omdat de delen met de isolatie (cel van Schwann) kunnen worden overgeslagen. De impuls springt van insnoering naar insnoering.

Dit levert een hele snelle reactiesnelheid op.

Slide 25 - Tekstslide

Een sterkere prikkel en dan?
Hoe weten je hersenen 
dat een prikkel sterker was 
(bijvoorbeeld meer suiker 
of meer licht)?


Slide 26 - Tekstslide

Welk deel van een zenuwcel leidt impulsen van het cellichaam af?
A
Dendriet
B
Axon

Slide 27 - Quizvraag

Welke zenuwcellen liggen in hun geheel in het centrale zenuwstelsel?
A
bewegingszenuwcel
B
gevoelszenuwcel
C
schakelcellen
D
geen van alle

Slide 28 - Quizvraag

Waar ligt het cellichaam van de gevoelszenuwcel/ sensorisch neuron?
A
in het centrale zenuwstelsel
B
buiten het centrale zenuwstelsel

Slide 29 - Quizvraag

Neuronen
Synaps: plaats waar neuronen signalen aan elkaar doorgeven



Slide 30 - Tekstslide

Neuronen
Neurotransmitter: chemische stof die berichten tussen zenuwcellen doorgeeft


Slide 31 - Tekstslide

Wat gebeurt er in de synaps? Tabel 88G

Slide 32 - Tekstslide

Neurotransmitter bindt aan receptoren

Slide 33 - Tekstslide

Neurotransmitters
Stimulerende neurotransmitter:
Natrium kanalen gaan open: Na+ stroomt naar binnen 
Drempelwaarde bereikt? Impuls

Remmende neurotransmitter:
Natrium kanalen blokkeren: geen impuls.

Slide 34 - Tekstslide

Nog extra uitleg synaps nodig?
Bekijk het volgende uitlegfilmpje (op volgende dia)

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

Motorisch eindplaatje
synaps van motorisch neuron
naar spiervezels.

Maakt altijd stimulerende
neurotransmitter.

Slide 37 - Tekstslide

Kan een terugtrek-reflex nog optreden als in de reflexboog de zenuwcellen R zijn uitgeschakeld? En als in de grote hersenen de bewegingscentra zijn uitgeschakeld?
A
Ja Ja
B
Ja Nee
C
Nee Ja
D
Nee Nee

Slide 38 - Quizvraag

Reflex
Beschrijf stap voor stap wat er gebeurt als je in een legoblokje stapt. Vermeld ook het type cellen dat betrokken is.

Slide 39 - Tekstslide

Doel 14.4

  • Je kunt de onderdelen van een zenuwcel beschrijven
  • Je kunt uitleggen hoe een impuls ontstaat en over een zenuwcel voortbeweegt
  • Je kunt uitleggen hoe zenuwcellen berichten aan elkaar doorgeven
  • Je kunt uitleggen wat een reflex is en hoe het werkt

Slide 40 - Tekstslide

Begrippen 14.4

cellichaam, dendriet, axon, ionentransport, ladingsverschil, natriumkanalen, impuls, myelineschede, cellen van Schwann, insnoering, sprongsgewijze geleiding, reactiesnelheid, synaps, stimulerende/ remmende neurotransmitter, receptoren, pijnreceptor, motorische eindplaatje, reflex, reflexboog

Slide 41 - Tekstslide