Meetkunde - H2 - 3M - 2122

MEETKUNDE - H2 - G&R 12e

1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 16 videos.

time-iconLesduur is: 299 min

Onderdelen in deze les

MEETKUNDE - H2 - G&R 12e

Slide 1 - Tekstslide

Afspraken werk
  * Kantlijn
  * Als je begint in hoofdstuk, vermeld het hfd. 
  * Nummer vraag voor de kantlijn
  * Schrijven met pen, tekenen met potlood (én geo of passer)
  * Elke berekening op een nieuwe regel
  * Nakijken met een ander kleurtje
  * Niet doodlen in schrift; neem kladblok mee


Slide 2 - Tekstslide

A.  Ik kan werken met de koershoekmeter
 
      Ik ken de namen van alle windrichtingen
 
B.   Ik weet wat schaal is en kan er op de juiste 
       wijze mee rekenen.
       Ik ken ook de vuistregel om een afstand hemelsbreed 
       uit te rekenen.
Wat moet ik kennen/ kunnen na paragraaf 2.1 ?

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

A.    Koers 
Hoe kom ik van A naar B wanneer ik met een vliegtuig of met een boot reis?
Er staan dan geen borden die de juiste richting aangeven.

Wel krijg je vóór vertrek gegevens over de koers die je moet aanhouden. De koers zegt iets over de richting die je moet volgen.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Koershoek tekenen/ meten
  1. Teken de Noordpijl uit het beginpunt
  2. Teken de lijn tussen beginpunt en eindpunt
  3. Leg de 0 van je geo op het begin met met de liniaal precies over de noordpijl 
  4.  Lees nu rechtsom (met de klok mee) op de schaal af waar de andere lijn op de schaal ligt.
  5. Meet de hoek tussen de noordpijl  en de lijn                            naar het eindpunt. (let op scherp (<90o)en stomp (>90o) )

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

DENK AAN!
  <---

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

 B.  Schaal

Op een kaart wordt meestal met een schaal gewerkt.

  • Wat betekent schaal 1 : 800 000?
  • Hoeveel is dan 5,5 cm op de kaart?
  • Bij een schaal kun je ook een schaallijn tekenen. Bij bovenstaand voorbeeld ziet dit er zo uit:
  • Hiermee kun je de afstanden makkelijker schatten.
  • Dit is lastig als je de afstand over de weg wilt weten. 
  • Vuistregel:afstand over de weg        1,2 x afstand hemelsbreed


Slide 11 - Tekstslide

Schaal berekenen

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

C.    Ik weet en kan uitleggen wat hoogtelijnen op een 
        kaart zijn en waar ze voor dienen.
         Ik kan een kaart met hoogtelijnen lezen en interpreteren.
         (Ik weet wat NAP is en waarvoor dat gebruikt wordt)

D.      Ik kan op de juiste wijze een verticale doorsnede tekenen 
          van een hoogtekaart.
Wat moet ik kennen/ kunnen na paragraaf 2.2 ?

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

   Hoogtelijnen op een kaart
  • Alle punten op één lijn hebben dezelfde hoogte 
  • Voor een punt tussen twee lijnen kan je de hoogte schatten / berekenen
  • Waar lijnen dicht bij elkaar liggen is het steiler dan op plaatsen waar ze verder van elkaar afliggen.

THEORIE C

Slide 17 - Tekstslide

Hoogtelijnen
Wat voor soort vragen kun je verwachten?

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

THEORIE D

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Verticale doorsnede tekenen

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

2.3 Doorsneden en lichaamsdiagonaal
In een kubus kun je verschillende diagonaalvlakken maken.

Slide 25 - Tekstslide

E.     Ik weet wat een diagonaalvlak of doorsnede is en ik
        kan een diagonaalvlak of doorsnede op de juiste wijze                 tekenen./ berekenen mbv.  de stelling van Pythagoras.

F.    Ik kan een lichaamsdiagonaal berekenen met de  
         Verlengde Stelling van Pythagoras
Wat moet ik kennen/ kunnen na paragraaf 2.3 ?

Slide 26 - Tekstslide

Wanneer gebruik je de stelling van Pythagoras? (voorkennis)
A
Wanneer je een hoek wilt berekenen.
B
Als je de overstaande zijde wilt berekenen.
C
Als je twee zijdes van een rechthoekige driehoek weet en de derde wilt berekenen
D
Als je de schuine zijde wilt berekenen.

Slide 27 - Quizvraag

Slide 28 - Link

Diagonalen
Diagonaal (2D) is een lijnstuk dwars door een vlakfiguur die twee hoekpunten met elkaar verbindt. 

Lichaamsdiagonaal (3D) is een lijnstuk 
dat vanuit één hoekpunt dwars door de 
ruimtefiguur naar een ander hoekpunt 
loopt die niet in hetzelfde grensvlak ligt.

Slide 29 - Tekstslide

 Lichaamsdiagonaal







Hierbij gebruik je de stelling van Pythagoras. Als je een lichaamsdiagonaal uitrekent, dan gebruiken we de verlengde stelling van Pythagoras.

52

Slide 30 - Tekstslide

Lichaamsdiagonaal
Hoe berekenen we de lichaamsdiagonaal?

Verlengde stelling van Pythagoras:

AB2+BC2+CG2=AG2
AB2+BC2+CG2=AG

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

2.4 Aanzichten

Slide 33 - Tekstslide

  • Ik weet welke 6 aanzichten er zijn en kan ze herkennen.

  • Ik kan verschillende aanzichten van een kubus en andere ruimtefiguren tekenen

  • Ik kan samengestelde aanzichten van een kubus en andere ruimtefiguren tekenen


Wat moet ik kennen/ kunnen na paragraaf 2.4 ?
G

Slide 34 - Tekstslide

Aanzichten

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

aanzichten



Slide 37 - Tekstslide

Wat valt je op bij de aanzichten van dit vogelhuisje?

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

Hoe ziet het vooraanzicht eruit?
A
B
C

Slide 40 - Quizvraag

Hoeveel kubussen zijn er
gebruikt?
A
17
B
18
C
19
D
20

Slide 41 - Quizvraag

welke van de aanzichten is het zijaanzicht?
A            B             C
A
.
B
.
C
.

Slide 42 - Quizvraag

Geef de aanzichten de juiste naam.
Zij-aanzicht
Boven-aanzicht
Voor-aanzicht

Slide 43 - Sleepvraag

Slide 44 - Video

Slide 45 - Tekstslide

H.    Ik  kan de hoeken berekenen van een   
        driehoek en een  vierhoek  m.b.v. de 
        regels voor hoeken
Wat moet ik kennen/ kunnen na paragraaf 2.5 ?

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Video

   2.5regels voor hoeken                             dit staat achter berekening:
  • De som van de 3 hoeken van een driehoek is 180°
  • De som van de 4 hoeken van een vierhoek is 360°
  • De basishoeken van een gelijkbenige driehoek    
       zijn gelijk aan elkaar 
  • alle hoeken van gelijkzijdige drIehoek zijn gelijk         aan elkaar  (60°)
  • Overstaande hoeken zijn gelijk aan elkaar
  • Een volle hoek is 360°
  • Een gestrekte hoek is 180°
  • Een rechte hoek is 90°
  • lijnsymmetrie, draasisymmetrie en schuifsymmetrie
-  (hoekensom driehoek)
-  (hoekensom vierhoek)
-  (lijnsymmetrie) 

- (draaisymmetrie)

- (overstaande hoeken)
- (volle hoek)
- (gestrekte hoek)
- (rechte hoek)
-(f-hoek) of (z-hoek)
- (schuifsymmetrie)
Denk eraan: gelijke tekens =>  gelijke hoeken , gelijke zijden of evenwijdig!

Slide 48 - Tekstslide

Er zijn verschillende soorten hoeken, de standaard hoeken die hiernaast staan moet je kennen.
 L A = rechte hoek
L B = scherpe hoek
L C = stompe hoek
L D = gestrekte hoek
L E = volle hoek

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Video

Slide 51 - Video

Slide 52 - Video

Slide 53 - Link