10.2 Zwanger en bevallen

Lesdoelen
  • Kunnen benoemen wat bevruchting is en waar dit plaatsvindt.

  • Kunnen benoemen wat innesteling is.

  • De groei en ontwikkeling van een embryo en foetus kunnen beschrijven.


1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Lesdoelen
  • Kunnen benoemen wat bevruchting is en waar dit plaatsvindt.

  • Kunnen benoemen wat innesteling is.

  • De groei en ontwikkeling van een embryo en foetus kunnen beschrijven.


Slide 1 - Tekstslide

Wanneer is een vrouw zwanger?
  • Er is maar één zaadcel nodig om een eicel te bevruchten.

  • We spreken van bevruchting wanneer de celkern van de zaadcel samensmelt met de celkern van de eicel.

  • Bevruchting vindt plaats in de eileider.

  • Er ontstaat een bolletje cellen die zich vast zet in het baarmoederslijmvlies, dit noemen we innesteling.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Hoe groeit de baby  in de baarmoeder?
  • 1. De eerste 12 weken:
Het ongeboren kind noem je in deze periode embryo. In deze weken ontstaan alle organen (ontwikkeling

  • 2. Van week 12 tot de geboorte:
Het ongeboren kind noem je in deze periode foetus. Na de 12 weken vindt er alleen nog groei plaats

Slide 4 - Tekstslide

Hoe groeit een kind in de baarmoeder?
  • Op de plaats waar het embryo is ingenesteld groeit de placenta.

  • Het embryo is via de navelstreng verbonden met de placenta.

  • Het vruchtwater met de vruchtvliezen beschermen tegen stoten.

Slide 5 - Tekstslide

Hoe groeit een kind in de baarmoeder?
  • In de navelstreng zitten 3 bloedvaten. 2 navelstrengslagaders en 1 navelstrengader.

  • Via de navelstrengader krijgt het kind zuurstof en voedingsstoffen van de moeder.

  • Via de 2 navelstrengslagaders  gaan CO2 en andere afvalstoffen terug naar het bloed van de moeder.

Slide 6 - Tekstslide

De kans op afwijkingen door infectie
rodehond-virus

Slide 7 - Tekstslide

Lesdoelen
  • De 3 fasen van een bevalling kunnen  noemen en uitleggen.

  • De verschillende methodes voor prenataal onderzoek kunnen noemen.

  • Kunnen uitleggen hoe eeneiige en twee-eiige tweelingen ontstaan en ontwikkelen.


Slide 8 - Tekstslide

De 3 fasen van een bevalling

Slide 9 - Tekstslide

Hoe gaat de bevalling?
  • Soms gaat de geboorte moeilijk. Het kindje ligt bijvoorbeeld gedraaid, de placenta ligt voor de baarmoedermond of de doorgang is te nauw.

  • De arts kan besluiten om een keizersnee te doen.

Slide 10 - Tekstslide

De baby laten onderzoeken
  • Onderzoek aan de baby voor de geboorte heet prenataal onderzoek.

Er zijn verschillende soorten prenataal onderzoek:
  • Echo
  • Vlokkentest en vruchtwaterpunctie

Slide 11 - Tekstslide

Vlokkentest en vruchtwaterpunctie

Slide 12 - Tekstslide

Het ontstaan van tweelingen

Slide 13 - Tekstslide

Tweelingen

  • Een eeneiige tweeling ontstaat uit één bevruchte eicel, die zich tijdens het delen in tweeën splitst. Beide kinderen hebben precies dezelfde erfelijke informatie.

Slide 14 - Tekstslide

Tweelingen

  • Een twee-eiige tweeling ontstaat wanneer er bij de eisprong 2 eicellen tegelijk vrijkomen. Beide eicellen worden bevrucht. De erfelijke informatie is hierbij dus ook niet gelijk.

Slide 15 - Tekstslide