5.4 De Nederlandse Opstand gwp

de Nederlandse opstand
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

de Nederlandse opstand

Slide 1 - Tekstslide

Wat is de beeldenstorm?
A
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de katholieke kerk.
B
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de protestante kerk.
C
Het neerzetten van velen beelden in de katholieke kerk.
D
Een storm die alles verwoestte in de Nederlanden.

Slide 2 - Quizvraag

Lesdoel opstand
  • Ik kan uitleggen hoe de Nederlanden tussen 1500 en 1600 bestuurd werden
  • Ik kan twee oorzaken van de Nederlandse opstand noemen (waardoor de Nederlanders in opstand komen).
  • Kun je uitleggen hoe  de Nederlanders in opstand komen

Slide 3 - Tekstslide

Wat is de beeldenstorm?
A
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de katholieke kerk.
B
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de protestante kerk.
C
Het neerzetten van velen beelden in de katholieke kerk.
D
Een storm die alles verwoestte in de Nederlanden.

Slide 4 - Quizvraag

Erfopvolging
  • 14de: Bourgondiërs verwerven Nederlanden
  • Na de plotselinge dood van Karel de Stoute (1477) aast Lodewijk XI op de Nederlanden
  • Om sterker te staan trouwt Maria van Bourgondië met Maximiliaan van Habsburg
  • Hun zoon Filips de Schone trouwt met Johanna, de Spaanse kroonprinses
  • Zoon Karel V verenigt alle gebieden  in één groot rijk

Slide 5 - Tekstslide

Het Habsburgse Rijk
  • Maria van Bourgondië
  • Maximiliaan van Oostenrijk 


  • Ferdinand van Aragon
  • Isabella van Castilië 

Slide 6 - Tekstslide

Wat is de beeldenstorm?
A
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de katholieke kerk.
B
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de protestante kerk.
C
Het neerzetten van velen beelden in de katholieke kerk.
D
Een storm die alles verwoestte in de Nederlanden.

Slide 7 - Quizvraag

De Nederlanden rond 1550

- onderdeel van het Habsburgse Rijk
- geleid door keizer Karel V
- zeventien gewesten met eigen wetten 

Gewesten werken samen in de Staten-Generaal
- Belastingen voor de vorst
- Advies aan de vorst


Slide 8 - Tekstslide

Karel V landsheer 1515-1555
- versterkt centraal bestuur (centralisatiepolitiek)
- vervolging protestanten

Voor wie is dat een probleem? (en dus onvrede)
- groeiende macht en vervolgingen is bedreiging van de privileges van de bestuurders van steden 
- vervolgingen voor  protestanten

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Wat is de beeldenstorm?
A
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de katholieke kerk.
B
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de protestante kerk.
C
Het neerzetten van velen beelden in de katholieke kerk.
D
Een storm die alles verwoestte in de Nederlanden.

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Wie zou er waarschijnlijk eens zijn geweest met de Nederlandse opstand?
A
Luther
B
Calvijn

Slide 15 - Quizvraag

Wat is een andere naam voor de Nederlandse Opstand?
A
Negentigjarige Oorlog
B
Zeventigjarige Oorlog
C
Tachtigjarige Oorlog
D
Zestigjarige Oorlog

Slide 16 - Quizvraag

Wat is geen oorzaak van de Nederlandse opstand?
A
Nederlandse burgers willen stemrecht.
B
Er is honger in de Nederlanden.
C
De adel heeft minder macht.
D
Ketter vervolgingen.

Slide 17 - Quizvraag

Wat was de beeldenstorm?
A
Vernielingen in de katholieke kerk
B
Beelden vernielen in de storm
C
De katholieke kerk slopen1
D
Storm vernielen met beelden

Slide 18 - Quizvraag

Wie volgde Karel V op?
A
Margaretha van Parma
B
Calvijn
C
Fillips II
D
Francis de V

Slide 19 - Quizvraag

Is Karel V voor of tegen centralisatie?
A
Voor
B
Tegen

Slide 20 - Quizvraag

Wat is de beeldenstorm?
A
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de katholieke kerk.
B
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de protestante kerk.
C
Het neerzetten van velen beelden in de katholieke kerk.
D
Een storm die alles verwoestte in de Nederlanden.

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Val van Antwerpen (1585)
Gevolgen;
- Het zuiden in handen van de Spanjaarden
- Rijke protestantse kooplieden vluchten naar 
Amsterdam!

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Sleep de gebeurtenis naar het juiste jaartal!
1566
1568
1572
1581
1588
Begin van de opstand
De Beeldenstorm
Filips wordt afgezet als vorst
De noordelijke gewesten roepen de Republiek uit
Inname van Den Briel

Slide 36 - Sleepvraag

Successen voor de opstandelingen
Spaanse successen
1572
inname van Den Briel
1576
Pacificatie van Gent
1578
Alteratie van Amsterdam
1581
Plakkaat van Verlatinghe
1579
Unie van Utrecht
1584
moord op Willem van Oranje
1585
Val van Antwerpen
1588
uitroeping van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1579
Unie van Atrecht
1588
Spaanse Armada wordt verslagen

Slide 37 - Sleepvraag

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Op het plaatje zie je een....
A
republiek
B
monarchie
C
koninkrijk
D
dictatuur

Slide 40 - Quizvraag

De Opstand begon in
A
1566 met de Beeldenstorm
B
1600 met de slag bij Nieuwpoort
C
1572 met de verovering van Den Briel
D
1568 met de slag bij Heiligerlee

Slide 41 - Quizvraag

Welke protestantse leider had het meeste succes in de Nederlanden?
A
Calvijn, want volgens hem was de vorst belangrijk.
B
Calvijn, want het volk mocht in opstand komen tegen vorst.
C
Luther, want volgens hem was de vorst belangrijk.
D
Luther, want het volk mocht in opstand komen tegen vorst.

Slide 42 - Quizvraag

Het aanbieden van het smeekschrift is een onderdeel van ...
A
de politieke oorzaken van de Opstand
B
de economische oorzaken van de Opstand
C
de godsdienstige oorzaken van de Opstand
D
de directe aanleiding van de Opstand

Slide 43 - Quizvraag

Wat zien we op de afbeelding?
A
Spaanse soldaten
B
Hagenpreken
C
De opstand
D
De beeldenstorm

Slide 44 - Quizvraag

Bij de alteratie van Amsterdam....
A
Sloot de stad zich aan bij de opstand
B
Werd de stad katholiek
C
Verloor Amsterdam de vrije handel
D
Werden daarna de katholieken opgehangen

Slide 45 - Quizvraag

In 1588 worden de gewesten van de Unie van Utrecht onafhankelijk. Hoe heet deze nieuwe staat?
A
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
B
De Republiek der Nederlanden.
C
Het koninkrijk der Zeven Verenigde Nederlanden.
D
Unie van Utrecht

Slide 46 - Quizvraag

De Republiek werd uitgeroepen in
A
1581
B
1576
C
1578
D
1588

Slide 47 - Quizvraag

Wat is geen oorzaak van de Nederlandse opstand?
A
Nederlandse burgers willen stemrecht.
B
Er is honger in de Nederlanden.
C
De adel heeft minder macht.
D
Ketter vervolgingen.

Slide 48 - Quizvraag

Wat is de beeldenstorm?
A
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de katholieke kerk.
B
Het vernielen van beelden en kostbaarheden van de protestante kerk.
C
Het neerzetten van velen beelden in de katholieke kerk.
D
Een storm die alles verwoestte in de Nederlanden.

Slide 49 - Quizvraag