De avant-garde (ca. 1890–1940) was geen op zichzelf staande stijl, maar een verzamelnaam voor een reeks kunststromingen.
De avant-garde was een explosie van experimenten waarbij kunstenaars de traditionele regels braken door te focussen op emotie (Expressionisme), vorm (Kubisme), snelheid (Futurisme), absurditeit (Dada), pure abstractie (Constructivisme) of dromen (Surrealisme).
Kunstenaars: Marcel Duchamp, Hannah Höch, Kurt Schwitters.
5. Abstracte Kunst / Suprematisme & Constructivisme (vanaf ca. 1910)
Verschillende avant-garde kunstenaars lieten de herkenbare werkelijkheid volledig los.
Suprematisme: Richtte zich in Rusland op pure geometrische vormen en spirituele abstractie (denk aan het zwarte vierkant van Malevitsj).
Constructivisme: Was ook Russisch, maar veel meer gericht op design, architectuur en kunst die nuttig moest zijn voor de (communistische) samenleving.
Kunstenaars: Kazimir Malevitsj, Piet Mondriaan, Vladimir Tatlin.
6. Surrealisme (ca. 1924 - 1940)
Het surrealisme kwam voort uit Dada, maar richtte zich op de psychologie, geïnspireerd door de droomtheorieën van Sigmund Freud. Kunstenaars probeerden het onderbewustzijn, dromen en fantasieën visueel te maken, wat leidde tot bizarre, onlogische en magische scènes.
Kunstenaars: Salvador Dalí, René Magritte, Max Ernst.
Kort samengevat: De avant-garde was een explosie van experimenten waarbij kunstenaars de traditionele regels braken door te focussen op emotie (Expressionisme), vorm (Kubisme), snelheid (Futurisme), absurditeit (Dada), pure abstractie (Constructivisme) of dromen (Surrealisme).