Taaldorp

Taaldorp
- rondje oefenen hôtel
- tafels in speeddate opstelling
- aanwijzend voornaamwoord, maken blz 22 encore
- Vertalen  dialoog vêtements
- doeltaal 
- corriger vêtements
- rondje oefenen vêtements
- ex 3 en 4 van docteur
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo lwoo, havoLeerjaar 5

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Taaldorp
- rondje oefenen hôtel
- tafels in speeddate opstelling
- aanwijzend voornaamwoord, maken blz 22 encore
- Vertalen  dialoog vêtements
- doeltaal 
- corriger vêtements
- rondje oefenen vêtements
- ex 3 en 4 van docteur

Slide 1 - Tekstslide

- maken blz 17 ex 1 t/m 4
- vertalen docteur
- nakijken docteur

Slide 2 - Tekstslide

Mercredi
- herhaling zinnen
- leren 10 min (hôtel)
- oefenen (hôtel)
- leren 10 min docteur
- oefenen docteur
- leren 10 min winkel
- oefenen winkel

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

aujourd'hui
- uitleg en oefenen met Imparfait

Slide 5 - Tekstslide

L'imparfait

Aan het einde van de les kan ik de imparfait herkennen & gebruiken om aan te geven dat iets in het verleden heeft plaatsgevonden. 

Slide 6 - Tekstslide

IMPARFAIT

(onvoltooid verleden tijd)

In het Nederlands is de o.v.t.  Bijvoorbeeld:

lopen >> ik liep

hebben> ik had

gaan >> ik ging


Slide 7 - Tekstslide

Wanneer gebruik je de IMPARFAIT?

Je gebruikt de imparfait om te vertellen hoe iets was of om te vertellen over gewoontes uit het verleden.

Gewoonte: Tous les jours, j'allais chez ma grand-mère. (Ik ging)

Beschrijving: Le concert était super. (was)


Slide 8 - Tekstslide

IMPARFAIT

(onvoltooid verleden tijd)


1. nous-vorm van het werkwoord

2. "ons" eraf

3. juiste uitgang erachter (jeais/tuais/il/elle/onait/nousions/vousiez/ils/ellesaient)


Slide 9 - Tekstslide

Stam+uitgang
Exemples:
Je (porter) portais          (nous portons)
Elle (avoir) avait               (nous avons)
Tu (aller) allais                  (nous allons)
Nous (faire) faisions     (nous faisons)



Slide 10 - Tekstslide

Let op
De imparfait van het werkwoord "être" is onregelmatig.
Ik was = J'étais
ét is de stam
ais is de uitgang bij "je"
Exemple:
Nous étions
Er was: c'était

Slide 11 - Tekstslide

Combineer de personen met de juiste uitgangen van de imparfait
-ais
-ais
- ait
- ions
- iez
-aient
Je
Tu
il/elle/on
Nous
Vous
Ils / elles

Slide 12 - Sleepvraag

Nous (imparfait) ___
A
avons
B
avions
C
aivons
D
avoins

Slide 13 - Quizvraag

vous (avoir, imparfait)
A
avions
B
avez
C
aviez
D
avons

Slide 14 - Quizvraag

Imparfait
Welke vorm is GEEN imparfait?
A
C'était
B
Nous chantons
C
Il y avait
D
Je voulais

Slide 15 - Quizvraag

Encore
maak de opdrachten

Slide 16 - Tekstslide