Taalblok 4: tekstdoelen en tekstverbanden

Taalblok 4

Les 1: tekstdoelen

1 / 33
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Taalblok 4

Les 1: tekstdoelen

Je hoort het woord 'tekstdoel'. Wat is een tekstdoel?

Een tekstdoel!

  • Iedere tekst heeft een tekstdoel. 

  • Tekstdoel = de reden waarom iemand een tekst schrijft. 

                         -> zegt wat de schrijver wil bereiken!

Welke tekstdoelen ken je?

Soorten tekstdoelen

  • Informeren

  • Overtuigen

  • Activeren

  • Ontspannen

  • Ontroeren



Koppel de betekenis aan het tekstdoel.

Informeren

Overtuigen

Activeren

Ontspannen

Ontroeren

Iemand informatie geven.

Iemand vermaken.

Gevoelens bij iemand oproepen

Iemand iets laten doen.

Iemand iets laten denken.

Wat is het tekstdoel?

Een korte quiz

A

informeren

B

overtuigen

C

activeren

D

ontspannen


A

informeren

B

overtuigen

C

activeren

D

ontspannen

A

informeren

B

overtuigen

C

activeren

D

ontroeren

Het belangrijkste doel van reclame is ...?

A

informeren

B

overtuigen

C

activeren

D

ontroeren

Nu is het aan jullie!

Vul bij elke tekst het passende tekstdoel in op p. 134 - 138. 

10

minute

00

second

Taalblok 4

Les 2: Tekstverbanden

Tekstverband

Letterlijk: Hoe zinnen in een tekst met elkaar verbonden zijn

=> Welke samenhang heeft een tekst.


Waarom is dit belangrijk?

Tekstverbanden bepalen het schema bij het samenvatten.

Signaalwoorden

zijn woorden of woordgroepen die de samenhang tussen zinnen en alinea's in een tekst aangeven. Ze maken de structuur van een tekst duidelijk.

Soorten verbanden

Chronologisch verband: elke alinea of elk tekstdeel bevat gegevens uit één bepaalde periode. Alle informatie staat in volgorde van tijd


Opsommend verband: vertellen van verschillende zaken na elkaar. De volgorde waarin de verschillende zaken worden opgesomd, is minder belangrijk.


Oorzaak-gevolg: ontdek je waardoor iets komt en wat er dan gebeurt. In een tekst kunnen verschillende oorzaken of gevolgen vermeld worden.


Soorten verbanden

Probleem-oplossing: lees je eerst het probleem. Daarna ontdek je de mogelijke oplossing(en) voor het probleem.


Bij vergelijkend verband brengt de schrijver over een bepaald onderwerp gelijkenissen en verschillen, voor- en nadelen aan.

Chronologisch verband

Vergelijkend verband

Opsommend verband

Oorzaak-gevolg verband

daarentegen

daarom

Ten tweede

bovendien

hierdoor

lang geleden

Gelijkaardig

Benoem het verband.

A

Opsommend

B

Probleem-oplossing

C

Vergelijkend

D

Oorzaak-gevolg

Benoem het verband.

A

Chronologisch

B

Oorzaak-gevolg

C

Vergelijkend

D

Opsommend

Benoem het verband.

A

Answer A

B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D

Benoem het verband.

A

Answer A

B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D

Benoem het verband.

A

Chronologisch

B

Opsommend

C

Vergelijkend

D

Oorzaak-gevolg

Wat betekent oprichten in de context van de vorige vraag?

A

Omhoogheffen, omhoogbrengen

B

Bouwen

C

Stichten

Benoem het verband.

A

Oorzaak-gevolg

B

Opsommend

C

Vergelijkend

D

Probleem-oplossing

Benoem het verband.

A

Vergelijkend

B

Oorzaak-gevolg

C

Opsommend

D

Probleem-oplossing

Benoem het verband.

A

Chronologisch

B

Vergelijkend

C

Oorzaak-gevolg

D

Probleem-oplossing

Benoem het verband.

A

Oorzaak-gevolg

B

Opsommend

C

Vergelijkend

D

Probleem-oplossing

Benoem het verband.

A

Vergelijkend

B

Chronologisch

C

Oorzaak-gevolg

D

Opsommend