10.4 Voortplanting met bloemen 8-2-2021

Wat gaan we doen in deze les?
  • Laatste gesprekken onderzoeksplan
  • Zelf bezig met 10.4 (lessonup doornemen/opdrachten maken) 
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Wat gaan we doen in deze les?
  • Laatste gesprekken onderzoeksplan
  • Zelf bezig met 10.4 (lessonup doornemen/opdrachten maken) 

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we leren vandaag?
  • Waarom een plant bloemen heeft.
  • Hoe voortplanting bij planten gaat.
  • Waarom vruchten zaden hebben.
  • Hoe planten hun zaden verspreiden

Slide 2 - Tekstslide

Bloemen
Net als mensen hebben planten voortplantingscellen. Deze zitten in de bloemen.

Mannelijke cellen: stuifmeelkorrels
Vrouwelijke cellen: eicellen

Slide 3 - Tekstslide

Bloemen
De mannelijke voortplantingsorganen zijn meeldraden. Een meeldraad bestaat uit een meeldraad en helmknop 
In de helmknop ontstaan de stuifmeelkorrels.

Slide 4 - Tekstslide

Bloemen
Het vrouwelijke voortplantingsorgaan is de stamper. De stamper bestaat uit de stempel, stijl en vruchtbeginsel.
In het vruchtbeginsel (begin van de vrucht) liggen zaadbeginsels (begin van de zaadjes). In elk zaadbeginsel zit 1 eicel.

Slide 5 - Tekstslide

Bloemen
De gekleurde bladeren van een bloem, kroonbladeren, lokken insecten naar de bloem.
De groene bladeren, kelkbladeren, beschermden de bloem toen die nog in de knop zat. 
Ook nectar uit nectarkliertjes lokken insecten.

Slide 6 - Tekstslide

eicel
zaadbeginsel
stempel
stijl
helmknop
helmdraad

Slide 7 - Sleepvraag

kroonblad
kelkblad
stamper
meeldraad

Slide 8 - Sleepvraag

Hoe goed snap je de uitleg
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 9 - Poll

Ga bezig met blz. 102 en 103.
Kies uit:
  • Opdracht 7 t/m 12 maken
  • Samenvatting maken
  • Woordweb maken
  • Tekening met alle begrippen erin maken

Slide 10 - Tekstslide

Bestuiving en bevruchting
Voor de bevruchting moet er bestuiving plaatsvinden. Daarbij gaat stuifmeel van de meeldraden naar de stamper van een andere bloem (van hetzelfde soort). Dat kan op twee manieren:
1. Insectenbloemen
De bloemen lokken insecten door nectar.
Zij nemen het plakkerige stuifmeel en 
brengen het in de zoektocht naar nectar
op de stempel van een andere bloem.

Slide 11 - Tekstslide

Bestuiving en bevruchting
Voor de bevruchting moet er bestuiving plaatsvinden. Daarbij gaat stuifmeel van de meeldraden naar de stamper van een andere bloem (van hetzelfde soort). Dat kan op twee manieren:
1. Insectenbloemen
2. Windbloemen
De wind zorgt ervoor dat de stuifmeelkorrels 
van de bloem weg waaien. De stuifmeelkorrels
blijven in de lucht zweven en komen zo bij de
stampers van andere bloemen terecht.

Slide 12 - Tekstslide

Bestuiving en bevruchting

Slide 13 - Tekstslide

Windbloem
Insectenbloem

Slide 14 - Sleepvraag

Bestuiving en bevruchting
Na de bestuiving vindt de bevruchting plaats.
1. De stuifmeelkorrels komt op de stempel en blijft liggen.
2. Er groeit een buisje van de stuifmeelkorrel naar het vruchtbeginsel. Dit is de stuifmeelbuis. Deze neemt de kern van de stuifmeelkorrel mee naar het vruchtbeginsel.
3. De stuifmeelbuis eindigt bij een  eicel. De kernen van de stuifmeelkorrel (mannelijk) en de eicel (vrouwelijk) smelten samen. Tada! Een bevruchte eicel.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Eicel
Kern eicel
Kern stuifmeel
Stempel
Stijl
Stuifmeelbuis
Stuifmeelkorrel
Vruchtbeginsel
Zaadbeginsel

Slide 17 - Sleepvraag

Hoe goed snap je de uitleg
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 18 - Poll

Ga bezig met blz. 101
Kies uit:
  • Opdracht 1 t/m 6 maken
  • Samenvatting maken
  • Woordweb maken
  • Tekening met alle begrippen erin maken

Slide 19 - Tekstslide