Beeldspraak

Beeldspraak


1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Beeldspraak


beeldspraak

- vergelijking (met als)

- asyndetische vergelijking

- metafoor

- personificatie

- synesthesie

- metonymia

Vergelijking

De werkelijkheid / een object wordt vergeleken met een beeld.


De meest bekende vergelijkingen zijn de vaste vergelijkingen:

  • zo trots als een pauw.

  • zij lijken als twee druppels water op elkaar.

Asyndetische vergelijking

Dit is een vergelijking zonder een verbindingswoord tussen beeld en object.


Vergelijking: Hij is zo sterk als een beer.

Asyndetische vergelijking: Hij, een beer, kan dat wel tillen. 


Metafoor

Een vergelijking zonder verbindingswoord en zonder object
Voorbeeld:

  • Als student woonde ik in een zwijnenstal.


Spreekwoorden en uitdrukkingen zijn ook vaak metaforen

Voorbeeld:

  • Daar komt de aap uit mouw.

Synesthesie

Waarnemingen van verschillende zintuigen worden in een uitdrukking gebruikt. Synesthesie kan worden gezien als een bijzondere vorm van de metafoor:


  • schreeuwende kleuren, bittere woorden, warme stem.

Personificatie

Een voorwerp dat niet leeft, menselijke eigenschappen geven. 


  • De toekomst lacht me tegemoet -> de toekomst kan niet lachen, dus personificatie

  • Het schip danst op de golven -> een schip kan niet dansen, dus personificatie

Metonymia

Je zegt niet letterlijk wat je bedoelt, maar je gebruikt een vervangend woord. Dit vervangende woord staat in de werkelijkheid in direct verband met het bedoelde object of concept.

  • Ik lust nog wel een kopje!

  • Zij heeft de hele avond naar DI-RECT geluisterd.

Hij gedraagt zich als een klein kind.

A

vergelijking

B

metafoor

C

asyndetische vergelijking

D

metonymia

De hekkensluiter in de eredivisie zal sowieso degraderen.

A

vergelijking

B

metafoor

C

personificatie

D

synesthesie

Mijn fietslampje weigerde dienst.

A

Metafoor

B

Personificatie

C

Vergelijking

D

metonymia

Het gevaar loert op elke straathoek.

A

asyndetische vergelijking

B

metafoor

C

personificatie

D

metonymia

De tuin snakt naar een goede regenbui.

A

Vergelijking

B

Personificatie

C

Metafoor

D

Metonymia

Met scherpe woorden werd hij terecht gewezen.

A

vergelijking

B

metafoor

C

personificatie

D

synesthesie

De wind stoeide met mijn haren.

A

Vergelijking met als

B

Asyndetische vergelijking

C

Personificatie

D

metafoor

Ajax had een moeilijke wedstrijd.

A

vergelijking

B

metafoor

C

metonymia

D

personificatie

Hij vroeg de ouders om de hand van hun dochter.

A

metafoor

B

metonymia

C

vergelijking

D

personificatie

Die Rembrandt vind ik mooi.

A

Vergelijking

B

Metonymia

C

Metafoor

D

Personificatie

Dit boek bespreekt alle vormen van beeldspraak.

A

asyndetische vergelijking

B

metafoor

C

metonymia

D

personificatie

Hij schoot de bal tegen de touwen.

A

Vergelijking

B

Metonymia

C

Personificatie

D

Metafoor