16 feb: les 43, 44

Welkom klas mavo 1C!
Pak erbij: 
laptop: log in op LessonUp
map: huiswerk van les 43 open
planner + pen: nog dicht
timer
4:00
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Welkom klas mavo 1C!
Pak erbij: 
laptop: log in op LessonUp
map: huiswerk van les 43 open
planner + pen: nog dicht
timer
4:00

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag donderdag 8 februari
  • Eerst huiswerk bespreken van les 43.
  • Leg je huiswerk open op tafel.
  • Daarna uitleg van les 44.

Slide 2 - Tekstslide

2a. Geef een betekenis van 'fanaten' in 'Drie fanaten vertellen waarom basketbal zo leuk is.'
timer
0:30

Slide 3 - Open vraag

2b. Geef een betekenis van 'constant' in 'Mijn broertje pest mijn zusje constant.'
timer
0:30

Slide 4 - Open vraag

2c. Geef een betekenis van 'negatieve' in 'De negatieve recensies over dat spel zorgen ervoor dat het slecht verkoopt.'
timer
0:30

Slide 5 - Open vraag

2d. Geef een betekenis van 'nimmer' in 'Dat gaat nimmer nooit niet gebeuren.'

timer
0:30

Slide 6 - Open vraag

5. Wat betekent 'terecht' in zin a en b? Geef het verschil aan.
a. De straf die die jongen kreeg, is helemaal terecht.
b. Na uren zoeken is de hond nog steeds niet terecht.
timer
1:30

Slide 7 - Open vraag

Moeilijk woord?
Stap 1: kijk naar de context > de andere woorden in de zin.
Stap 2: Gebruik een woordraadstrategie:
  • Is er een synoniem van het woord?
  • Is er een tegenstelling van het woord?
  • Is het woord een samenstelling van twee of drie woorden? Wat betekenen die aparte woorden?
  • Ken je het woord uit een andere taal?
Herhaling les 43

Slide 8 - Tekstslide

8. Geef de drie moeilijke woorden die jij uit de tekst bij opdracht 10 hebt gehaald. Verzin er ook een synoniem bij.
timer
1:00

Slide 9 - Open vraag

Les 44
Lesdoel: Ik weet wat ik moet doen als ik een onbekend woord lees in een tekst. 

Slide 10 - Tekstslide

Les 44 woordenboek
De betekenis van een onbekend woord vind je in een woordenboek (papier of online). 
Bij welk woord zoek je? >>> In de vragen hierna geef je de zoekterm die je zoekt in een woordenboek. 

Slide 11 - Tekstslide

1. Bij welk woord zoek je als je wil weten wat 'arrestanten' betekent in
'De arrestanten wisten te ontsnappen.'
timer
0:30

Slide 12 - Open vraag

2. Bij welk woord zoek je als je wil weten wat 'inkomensbeleid' betekent in
'De regering heeft een nieuw inkomensbeleid bedacht.'
timer
0:30

Slide 13 - Open vraag

3. Bij welk woord zoek je als je wil weten wat 'constructieve' betekent in
'De premier wil constructieve gesprekken.'
timer
0:30

Slide 14 - Open vraag

4. Bij welk woord zoek je als je wil weten wat 'concurreert' betekent in
'YouTube concurreert met Spotify.'
timer
0:30

Slide 15 - Open vraag

Laptop dicht
Pak erbij: map en pen
Ga naar een pagina met de Cornellmethode.

Slide 16 - Tekstslide

1. Aantekeningen maken:
Bij welke zoekterm zoek je als je de oranje woorden niet kent?
'De arrestanten wisten te ontsnappen.'
'In de luwtes van de berg waait het niet.'

Staat het woord in het meervoud
Zoek dan bij het enkelvoud: arrestant, luwte

Slide 17 - Tekstslide

2. Aantekeningen maken:
Bij welke zoekterm zoek je als je de oranje woorden niet kent?
'De regering heeft een nieuw inkomensbeleid bedacht.'
'De nieuwe stagiair kwam uit een achterstandswijk.'

Bestaat het zelfstandig naamwoord uit meerdere delen?
Zoek dan bij verschillende woorden:
inkomensbeleid > inkomen + beleid
achterstandswijk > achterstand + wijk

Slide 18 - Tekstslide

3. Aantekeningen maken:
Bij welke zoekterm zoek je als je de oranje woorden niet kent?
'De premier wil constructieve gesprekken.'
'De docent spreekt op een neerbuigende toon.'

Is het onbekende woord een bijvoeglijk naamwoord
Kijk dan bij de onverbogen vorm (zonder 'e'):
constructieve > constructief
neerbuigende > neerbuigend

Slide 19 - Tekstslide

4. Aantekeningen maken:
Bij welke zoekterm zoek je als je de oranje woorden niet kent?
'YouTube concurreert met Spotify.'
'Op het schoolkamp werd tot laat in de avond nog gekeet.'

Is het onbekende woord een werkwoord
Kijk dan bij de infinitief (hele werkwoord): 
concurreert > concurreren 
gekeet > keten

Slide 20 - Tekstslide

Les 44
Lesdoel: Ik weet wat ik moet doen als ik een onbekend woord lees in een tekst. 
Ik weet ook wat de juiste zoektermen zijn om te zoeken naar een onbekend woord in een woordenboek.

Slide 21 - Tekstslide

Pak je planner erbij!
maandag 12 februari, 2e lesuur
  • Leesboek De laatsten meenemen
  • Huiswerk: Les 44, opdracht 4, 5, 13 en 14

Slide 22 - Tekstslide