Quiz MAVO - Mythes en bronnen

MAVO

Mythes en bronnen

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappelijke vormingSecundair onderwijs

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

MAVO

Mythes en bronnen

Een verhaal dat gebaseerd is op echte personen en gebeurtenissen, maar in de loop van de tijd is uitvergroot, verdraaid of vereenvoudigd en dus niet volledig waar is, noemen we een:

A

fabeltje

B

legende

C

mythe

D

sprookje

Napoleon was maar 1m57 groot en dus belachelijk klein voor zijn tijd.

A

feit

B

mythe

Zo groot was Napoleon echt:

A

1m65

B

1m70

C

1m75

D

1m80

Napoleon leefde van 1769 tot 1821, dus tijdens:

A

de klassieke oudheid

B

de moderne tijd

C

de middeleeuwen

D

de vroegmoderne tijd

Cleopatra nam elke dag een bad in ezelinnenmelk.

A

feit

B

mythe

Hoeveel ezels heb je nodig om dagelijks een bad te vullen met ezelinnenmelk?

A

200

B

400

C

700

D

1000

Cleopatra leefde van 69 v.Chr. tot 30 v.Chr., dus tijdens:

A

de prehistorie

B

het oude nabije oosten

C

de klassieke oudheid

D

de middeleeuwen

Keizer Nero:

  1. stak zelf de brand in Rome aan.

  2. speelde viool terwijl Rome brandde.

A

1 en 2 zijn mythes

B

1 is feit, 2 is mythe

C

1 is mythe, 2 is feit

D

1 en 2 zijn feit

Toen Rome brandde, was keizer Nero zelf niet in Rome. Hij keerde terug om de slachtoffers te helpen.

A

feit

B

mythe

Keizer Nero leefde van 37 tot 68 n.Chr., dus tijdens:

A

de hedendaagse tijd

B

de vroegmoderne tijd

C

de klassieke oudheid

D

de middeleeuwen

De film '300' is een ... bron over de Slag bij Thermopylae (480 v.Chr.) tussen de Spartanen en de Perzen.

A

primaire

B

secundaire

Het dagboek van Anne Frank is een ... bron over de ervaringen van een Joods meisje tijdens Wereldoorlog 2.

A

primaire

B

secundaire

De tv-serie 'Cleopatra' uit 1999 is een ... bron over het leven van Cleopatra.

A

primaire

B

secundaire

Waar of niet waar?

1. Een primaire bron is altijd betrouwbaar.
2. Een primaire bron is altijd een ooggetuige.

A

1 en 2 zijn waar

B

1 is waar, 2 is niet waar

C

1 is niet waar, 2 is waar

D

1 en 2 zijn niet waar