LPD 5 Winkelvormen, functies, branche



LPD 5


DE LEERLINGEN SITUEREN BRANCHES, WINKELVORMEN EN FUNCTIES IN DE RETAILSECTOR


1 / 63
volgende
Slide 1: Slide
newEditorWinkelmedewerkerEconomieSecundair onderwijs

In deze les zitten 63 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les



LPD 5


DE LEERLINGEN SITUEREN BRANCHES, WINKELVORMEN EN FUNCTIES IN DE RETAILSECTOR


Je leert de soorten winkelvormen, hun assortiment en de doelgroep

Je leert de verschillende soorten branches noemen

Je leert de verschillende functies in een winkelomgeving

Leerdoel 5.1

Je leert de soorten winkelvormen, hun assortiment en doelgroep

1 Winkelvormen

Verschil in winkelvorm

De winkelvorm heeft te maken met het soort winkel.

In een warenhuis is van alles te koop. Bekende warenhuizen zijn Inno, HEMA en Bijenkorf. De meeste warenhuizen bestaan uit allemaal kleine winkeltjes (afdelingen) bij elkaar. Zo vind je in een warenhuis een afdeling met:

  • Dameskleding

  • Sieraden

  • Bad- en beddengoed

  • levensmiddelen

Een speciaalzaak is een winkel die een specialist is in bepaalde artikelen. Van die artikelen hebben ze dan veel verschillende varianten te koop. We kennen bijvoorbeeld de volgende speciaalzaken:


  • Dierenspeciaalzaak

  • Kledingzaak

  • Sportzaak

  • Babywinkel

  • Fietsenwinkel


Hypermarkten verkopen alle producten die elektronica, boodschappen omvatten. Meubilair, voedsel en speelgoed, onder andere waarmee klanten hun wensen onder één dak kunnen vervullen.


Er zijn ook bedrijven die artikelen verkopen maar niet in een winkel. Dit heet niet-winkelverkoop/ Ambulante handel


Voorbeelden zijn: een oliebollenkraam, marktkraam of demonstraties aan huis.

E-commerce is de afkorting van electronic commerce, oftewel het kopen en verkopen van goederen en diensten via het internet.

E-commerce heeft veel voordelen voor zowel kopers als verkopers, zoals gemak, snelheid, keuze, prijsvergelijking, en personalisatie.

Wat is een hypermarkt?

A

Een online winkel

B

Een grote winkel met diverse producten

C

Een speciaalzaak

D

Een kleine buurtwinkel

Wat is e-commerce?

A

Een supermarkt

B

Verkopen via het internet

C

Een markt

D

Een fysieke winkel

Wat kenmerkt een discounter?

A

Lage prijzen en beperkte service

B

Grote productassortiment

C

Persoonlijke klantenservice

D

Hoge productprijzen

Wat is ambulante handel?

A

Verkoop op markten of van een wagen

B

Verkoop in een speciaalzaak

C

Verkoop via internet

D

Verkoop in een hypermarkt

Zelfbediening betekent dat zelfbediening en bediening allebei mogelijk zijn.

In winkels met semi-bediening kijkt de klant rond en pakt hij zelf de artikelen. Maar er lopen ook verkopers rond, die hem kunnen helpen. Denk bijvoorbeeld aan een sportzaak.

Bediening betekent dat de klant altijd geholpen wordt. In een bedieningswinkel staat vaak een toonbank zoals bij een groenteboer of een bakker. Achter de toonbank staat een verkoper die de klant helpt (bedient).

Wat is een zelfbedieningswinkel?

A

Medewerkers kiezen voor klanten producten

B

Klanten kiezen zelf hun producten

C


Wat is een bedieningswinkel?

A

Klanten hebben geen interactie met personeel

B

Medewerkers helpen klanten met aankopen

Wat kenmerkt een semi-bediening winkel?

A

De klant kiest en krijgt hulp

B

Alleen medewerkers kiezen producten voor klanten

Wat is een voordeel van zelfbediening?

A

Meer personeel nodig voor assistentie

B

Snellere service voor klanten

Welke winkelvorm biedt de meeste service?

A

Bedieningswinkel met personeel

B

Zelfbedieningswinkel zonder personeel

2 Het assortiment

Breed assortiment


Je weet nu hoe een assortiment is opgebouwd. Heeft de winkel veel assortimentsgroepen? Dan heeft die winkel een breed assortiment

Een supermarkt verkoopt melk, maar ook vlees, serviesgoed, tijdschriften, schoonmaakmiddelen, snoep, … Artikelen uit veel verschillende assortimentsgroepen dus.

Een bouwmarkt verkoopt hout, maar ook verf, tegels, lampen, plakband, spijkers, …. Ook een keuze uit veel verschillende assortimentsgroepen.

Ondiep assortiment


Heeft de winkel van elke assortimentsgroep maar een paar verschillende artikelen in de winkel. Dan heeft die winkel een ondiep assortiment

KLIK OP DE FOTO OM HET FILMPJE TE BEKIJKEN

Assortiment


Er zijn verschillende soorten assortimenten zoals een breed of diep assortiment. Er zijn ook verschillende soorten artikelen. Ze maken allemaal deel uit van het assortiment. Namelijk alle artikelen in de winkel.

SUBDOEL 5.2

De leerling kan verschillende branches noemen

Een branche is een verzameling van winkels die hetzelfde soort artikelen verkopen:


De Standaardboekhandel: (kantoor)boekhandel

Blokker: gemengde branche

Only: modezaak

Kruidvat: drogisterij

Verschil in branche

Sommige winkels hebben ongeveer hetzelfde assortiment. Zij horen bij dezelfde branche. Een branche bestaat uit alle winkels die hetzelfde soort artikelen verkopen. Zo bestaat bijvoorbeeld de schoenenbranche uit alle winkels die schoenen verkopen. Om erachter te komen bij welke branche een winkel hoort, kijk je dus naar het assortiment van de winkel.

Branches

In dit overzicht zie je alle hoofdbranches in de detailhandel food.

In dit overzicht zie je alle hoofdbranches in de detailhandel non-food.

Tot welke branche behoort de winkel H&M?

A

Gezondheidszorg

B

Voeding

C

Mode

D

Bouw

Tot welke branche behoort de winkel Albert Heijn?

A

Technologie

B

Supermarkt

C

Mode

D

Bouw

Tot welke branche behoort de winkel MediaMarkt?

A

Elektronica

B

Reizen

C

Mode

D

Bouw

Tot welke branche behoort de winkel Kruidvat?

A

Gezondheids- en schoonheidsproducten

B

Financiën

C

Huis en Tuin

D

Voeding

SUBDOEL 5.3

De leerling kent de verschillende functies in een winkelomgeving

ORGANOGRAM

Wat heb je geleerd in deze les?

Je kent de soorten winkelvormen, hun assortiment en de doelgroep

Je kunt de verschillende soorten branches noemen

Je kent de verschillende functies in een winkelomgeving