Stage opdracht veevoeding klas 1

Beoordelen graskuil (praktijk)
In deze les leer je hoe je een graskuil kunt beoordelen.
Voor het beoordelen van een graskuil kijken we naar de volgende onderdelen;
1) DS%
2) VCOS
3) Geur
4) Broei
5) Eiwit

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
VeehouderijMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Beoordelen graskuil (praktijk)
In deze les leer je hoe je een graskuil kunt beoordelen.
Voor het beoordelen van een graskuil kijken we naar de volgende onderdelen;
1) DS%
2) VCOS
3) Geur
4) Broei
5) Eiwit

Slide 1 - Tekstslide

Bekijk de volgende video
Bekijk de video van het begin t/m 5 minuten.
Je hoeft dus alleen te bekijken hoe je graskuil moet beoordelen.
Wanneer ze met snijmaïs beginnen kan je de video stop zetten en beginnen met het maken van de vragen (zie volgende slide).

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

DS% in graskuil
Hieronder zie je hoe je het DS-gehalte van kuilgras kan inschatten.

Slide 4 - Tekstslide

Waarom is het beter dat het DS% van een graskuil > 35% is

Slide 5 - Open vraag

Waarom is het beter dat het DS% van een graskuil < 45% is

Slide 6 - Open vraag

Wat is het ideale DS% van een graskuil
A
Tussen 20 en 30% DS
B
Tussen 35 en 45% DS
C
Tussen 50 en 60% DS
D
Tussen 65 en 75% DS

Slide 7 - Quizvraag

Welke invloed heeft het DS% op de passage snelheid in de pens?
A
Hoe natter de kuil, des te sneller gaat het door de pens.
B
Hoe natter de kuil, des te langzamer gaat het door de pens.
C
Hoe droger de kuil des te sneller gaat het door de pens.
D
Het DS% heeft geen invloed op de passage snelheid in de pens.

Slide 8 - Quizvraag

Verteringscoëfficiënt = VCOS
Naarmate het aandeel stengel toeneemt daalt de verteringscoëfficiënt (VCOS) van de organische stof en daarmee daalt ook de voederwaarde. 
Hoe meer prik je voelt, des te groter is het stengel aandeel, des te lager is de voederwaarde.

Slide 9 - Tekstslide

Hoe meer stengel, des te HOGER/LAGER
is de VCOS

Slide 10 - Open vraag

Hoe kan je aan een kuilgras voelen,
dat het VCOS laag is?
A
De kuil voelt slap aan
B
Het plakt aan je handen
C
Het prikt in je handen
D
Het voelt nat en vochtig

Slide 11 - Quizvraag

Hoe hoger de VCOS, des te hoger is de voederwaarde. Graskuil bestaat dan uit ...
A
50% stengel en 50% blad
B
> 75% stengel
C
> 75% blad
D
Bloeiwijzen (schiet in de aar)

Slide 12 - Quizvraag

Beoordeel op de volgende slide, 
de VCOS van deze kuil

Slide 13 - Tekstslide

Bekijk de graskuil op de vorige slide.
Hoe zou je de VCOS beoordelen?
A
> 80%
B
75-80%
C
70-75%
D
< 70%

Slide 14 - Quizvraag

Geur
De geur bepaald de smakelijkheid en dus de opname. Ruik aan het gras, heeft dit een zoet/zure geur? Dit komt doordat het gras relatief vochtig is maar wel voldoende melkzuur bevat. Melkzuur geeft de graskuil een zoet/zure geur die melkkoeien zeer aangenaam vinden.

Slide 15 - Tekstslide

Hoe natter de kuil des te
MEER / MINDER
melkzuur wordt er gevormd

Slide 16 - Open vraag

Suiker
Ook de hoeveelheid suiker in het gras heeft een positief effect op de geur en op de hoeveelheid melkzuur.
Het weer heeft een grote invloed op de hoeveelheid suiker in het gras.
Wanneer de zon, drie dagen voor het maaien, vol heeft geschenen, dan zit er veel suiker in het gras.

Slide 17 - Tekstslide

Hoe kan je aan het gras voelen dat er veel suiker in zit?
A
Het prikt in je handen
B
Het plakt aan je handen
C
Het voelt slap aan
D
Het voelt nat aan

Slide 18 - Quizvraag

Broei
Met een thermometer kan broei zichtbaar gemaakt worden. 
Bij meer dan 5 graden verschil tussen meetpunten gaan er relatief veel suikers, en dus voederwaarde verloren. 

Slide 19 - Tekstslide

Welke kuil is broeigevoelig?
A
Graskuil met een hoog DS%
B
Graskuil met een lage VCOS
C
Graskuil met een laag DS%
D
Graskuil met een hoog eiwit%

Slide 20 - Quizvraag

Eiwit
De kleur wordt bepaald door de hoeveelheid eiwit in het gras en het DS%. Hoe meer blad, hoe meer ruw eiwit, hoe donkerder het gras. Maar wanneer de kuil natter is de kleur ook donkerder

Slide 21 - Tekstslide

Beoordeel het eiwitgehalte in de kuil 
op de volgende slide

Slide 22 - Tekstslide


A
RE < 130
B
RE 130 -150
C
RE 150 - 170
D
RE > 170

Slide 23 - Quizvraag

Beoordeel het eiwitgehalte in de kuil
op de volgende slide

Slide 24 - Tekstslide


A
RE < 130
B
RE 130 -150
C
RE 150 - 170
D
RE > 170

Slide 25 - Quizvraag