Verkoopgesprekken en Assortimentsopbouw Quiz

Wat zijn open vragen?

A

Vragen zonder informatie

B

Vragen met alleen ja of nee

C

Vragen voor een kort verhaal

D

Vragen over wie, wat, waar

1 / 14
volgende
Slide 1: Multiple_choice
newEditorSkillsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wat zijn open vragen?

A

Vragen zonder informatie

B

Vragen met alleen ja of nee

C

Vragen voor een kort verhaal

D

Vragen over wie, wat, waar

Wat zijn gesloten vragen?

A

Eenvoudige vragen

B

Vragen voor een gesprek

C

Vragen met lange antwoorden

D

Antwoord met ja of nee

Wat is een belangrijk aspect van verkoopgesprekken?

A

Vraag door naar details

B

Praat alleen over prijzen

C

Geef klanten geen ruimte

D

Stel open vragen

Wat houdt assortimentsopbouw in?

A

Wat je kunt kopen

B

Hoeveel klanten er zijn

C

Welke medewerkers er werken

D

Aantal artikelen op voorraad

Wat is een need shopper?

A

Kijkt rond zonder doel

B

Kijkt recht op product af

C

Heeft een specifiek product nodig

D

Koopt zonder specifieke reden

Wat is een fun shopper?

A

Heeft altijd een lijst

B

Koopt alleen als het nodig is

C

Neemt geen specifiek product mee

D

Kijkt rond in de winkel

Met wie heb je gesprekken in een winkel?

A

Alleen met leveranciers

B

Klanten

C

Collega's

D

Leidinggevenden

Wat is een mysteryshopper?

A

Geeft altijd feedback

B

Handelt als een gewone klant

C

Beoordeelt de winkel anoniem

D

Is een vaste medewerker

Waarom is een mysteryshopper belangrijk?

A

Beoordeelt medewerkers

B

Geeft gratis producten

C

Beoordeelt de winkel

D

Organiseert evenementen

Wat rapporteert een mysteryshopper?

A

Producten vindbaarheid

B

Hoe is hij/zij behandeld

C

Verkopen van de dag

D

Aantal klanten in de winkel

Wat is een resultaat van mysteryshopping?

A

Verbeteren van problemen

B

Hogere prijzen vragen

C

Meer klanten aantrekken

D

Winkels kunnen zich aanpassen

Wat is belangrijk bij formele gesprekken?

A

Ongepaste kleding

B

Duidelijke communicatie

C

Informele taalgebruik

D

Opletten waar je spreekt

Wat is een voorbeeld van assortimentsgroep?

A

Kledingaccessoires

B

Voeding

C

Dameskleding

D

Herenkleding

Wat zijn voorbeelden van artikel variëteit?

A

Stijlen, ontwerpen

B

Aantal klanten

C

Kleuren, maat, merk

D

Soorten winkels