Les 7: Start H2 KANO Primair en overdrachtsinkomen

Welkom!

Bij binnenkomst
Stap 1: Mobiel in de telefoontas.
Stap 2: Ga zitten op jouw plattegrond plek
Stap 3: Open je lesbrief op bladzijde 22




1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom!

Bij binnenkomst
Stap 1: Mobiel in de telefoontas.
Stap 2: Ga zitten op jouw plattegrond plek
Stap 3: Open je lesbrief op bladzijde 22




Slide 1 - Tekstslide

Dit gaan we doen deze les
    -Uitleg eerste gedeelte H2
    -Opdrachten tot en met 2.5 maken
    -Klassikaal nakijken

Slide 2 - Tekstslide

Een inkomen verdienen
Leerdoelen

Je kunt de vier productiefactoren koppelen aan primaire inkomens

Je kunt onderscheid maken tussen primair en overdrachtsinkomen

Je kunt uitleggen wat BBP inhoudt


Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Wat heb je nodig om een
paar schoenen te producren?

Slide 5 - Woordweb

Slide 6 - Video

Uitleg
Pak pen en papier om aantekeningen te maken

Slide 7 - Tekstslide

Primair inkomen

Inkomen dat verdiend wordt in het productieproces. Voorbeelden: loon, rente, huur, pacht en winst. 

Alle primair inkomens samen 
BBP

Slide 8 - Tekstslide

Overdrachtsinkomen
Dat deel van het inkomen dat mensen krijgen zonder deelname aan het productieproces. 
Het bestaat uit de uitkeringen en subsidies/toeslagen. 

Slide 9 - Tekstslide

Zelfstandig werken
Paragraaf 2.2 - blz 22.
Maken opgave 2.1 t/m 2.5

Hoe? --> In stilte
Vraag? --> Vinger in de lucht
Klaar? --> Vinger in de lucht, start nakijken.

timer
5:00

Slide 10 - Tekstslide

timer
5:00

Slide 11 - Tekstslide

Toegevoegde waarde
Bedrijven produceren goederen en diensten.
Wat produceert een bakker?
Wat produceert een school?
Wat produceert Spil Games (uit de intro)?
→ Iedere producent voegt waarde toe aan het product.

De toegevoegde waarde (per product) is de verkoopprijs van het product min de ingekochte goederen en diensten die nodig waren om het product te produceren.


Slide 12 - Tekstslide

De AOW
  • De AOW is geregeld in de Algemene ouderdomswet (AOW).
  • De AOW is gebaseerd op het omslagstelsel.
  • Een omslagstelsel is gevoelig voor veranderingen in de      bevolkingsopbouw.

Slide 13 - Tekstslide

Toegevoegde waarde en BBP
Bruto Binnenlands Product BBP:
De totale toegevoegde waarde van alle producenten in het land in een jaar.
 
Het bbp geeft aan wat de waarde is van alle goederen en diensten die in een land in een jaar geproduceerd worden.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

BBP en de welvaart
Het BBP per inwoner geeft een idee van de welvaartsverschillen in de wereld

Slide 16 - Tekstslide

BBP & Inkomen
Toegevoegde waarde wordt gebruikt voor:


→ Loon, pacht, rente (huur) en winst zijn de primaire inkomens: deze inkomens worden verdiend in het productieproces met de inzet van de productiefactoren.


Slide 17 - Tekstslide

BBP & Inkomen
Inzet van meer en betere productiefactoren leidt tot:
  • Stijging van het reële BBP (de hoeveelheid geproduceerde goederen  en diensten stijgt)
  • Economische groei
  • Een hoger inkomensniveau
  • Een hoger consumptieniveau
  • Meer welvaart



Slide 18 - Tekstslide