Les 5 - V4 - el lugar de la fiesta ser estar hay

1 / 25
volgende
Slide 1: Video
SpaansWOStudiejaar 6

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Bienvenidos V4


Objetivo: Describir en español el lugar de la fiesta

Slide 2 - Tekstslide

La clase anterior - habla con tu compañero en español
¿Cómo hemos repasado ser, estar y hay en la clase anterior?
Wat vond je ervan?
¿Es difícil para ti hacer una presentación para otro grupo?
¿Te pones nervioso / nerviosa para una presentación?
¿Qué puedes hacer mejor ahora?
¿Qué es todavía difícil para ti?

timer
2:00

Slide 3 - Tekstslide

Los deberes para hoy

Slide 4 - Tekstslide

Un poco de gramática - mejorar texto
Toekomende tijd
Wij gaan een feest presenteren. (ir a + infinitivo)

Datum noemen
La fiesta se celebra el 15 de septiembre

Voorzetsels van plaats
in of op = en             naar = a




Slide 5 - Tekstslide

Wanneer heb je een goede intro geschreven?
  1. Als je de klas welkom heet en je zelf hebt voorgesteld (naam, leeftijd)
  2. Vertel in welke klas jullie zitten (met het juiste Spaansewerkwoord ''zijn'')
  3. Als je verteld hebt welk feest jullie gaan presenteren (ir a + infinitivo)
  4. Als je verteld hebt waar én wanneer dit feest wordt gevierd.
  5. Als je verteld hebt waarvoor het feest bedoeld is:  
  6. Als je hebt uitgelegd waarom jullie op dat feest waren.
  7. Als je het woord la fiesta hebt afgewisseld met de naam van het feest.
SE CELEBRA = WORDT GEVIERD

timer
10:00

Slide 6 - Tekstslide

Abre ahora tu portátil y entra en lessonup con el código

Slide 7 - Tekstslide

SER
ESTAR
Valencia is een mooie stad
Madrid is de hoofdstad van Spanje
Sevilla ligt in het zuiden van Spanje
Barcelona is een havenstad
Spanje ligt in het zuiden van Europa
Het eten is heerlijk

Slide 8 - Sleepvraag


Valencia . . . . . al sur de Barcelona.
A
hay
B
está
C
es

Slide 9 - Quizvraag


Buñol . . . . . un pueblo.
A
hay
B
está
C
es

Slide 10 - Quizvraag

En Barcelona siempre . . . . muchos turistas
A
hay
B
está
C
es

Slide 11 - Quizvraag

Sevilla . . . . en el sur de España
A
hay
B
está
C
es

Slide 12 - Quizvraag

. . . . muchas bicicletas en Holanda.
A
hay
B
está
C
es

Slide 13 - Quizvraag


La Tomatina ........ una fiesta muy divertida
A
hay
B
es
C
está
D
eres

Slide 14 - Quizvraag

Cierra ahora tu portátil 

Slide 15 - Tekstslide

2a parte - el lugar
¿Qué gramática necesitas para describir un lugar?

Slide 16 - Tekstslide

Practicar con ser, estar y hay

Slide 17 - Tekstslide

El lugar de la fiesta

estar:  dónde está -> waar en ten opzichte waarvan het ligt
ser: cómo es -> groot, klein, mooi, lelijk
hay: qué hay -> wat is er allemaal?

Slide 18 - Tekstslide

Slide 2: ¿Dónde se celebra la fiesta?
Waar wordt het feest gevierd?
Waar ligt dit?
Leg uit op de kaart en vertel hoe het ligt ten opzichte van andere plekken.
Noem 1 belangrijke bezienswaardigheid in die stad, dorp of op die plek
Vertel wat die bezienwaardigheid is (kerk, gebouw, monument etc)
Geef een beschrijving van deze bezienswaardigheid
Wat is er nog meer te zien?
Met wie waren jullie daar?


Gebruik:
2x ser
2x estar
2x hay
timer
15:00

Slide 19 - Tekstslide

Slide 3: La ropa
Schrijf een inleidende zin voor dit deel van de presentatie
Vertel wat de mannen/vrouwen/kinderen droegen.
Beschrijf de kleding van de Spanjaarden uitgebreid (stof, print en kleur).
Vertel wat jullie zelf droegen uitgebreid (stof, print en kleur). Jullie waren namelijk aanwezig bij het feest.
Schrijf minimaal 10 zinnen.
Gebruik niet steeds dezelfde woorden, maar varieer.
Zorg dat de tekst samenhangend is door voegwoorden of woorden van opsomming te gebruiken.



Slide 20 - Tekstslide

Las reglas de la pronunciación
Overleg met je klasgenoot over de uitspraakregels.
Bedenk hoe deze woorden worden uitgesproken:
Calle
bizcocho
visita
hoja
cuaderno

niño
cepillo
queso
cura
cocina
timer
1:00

Slide 21 - Tekstslide

Las reglas de la pronunciación
c (voor een e of i) -> een Engelse th
c (voor een a, o of u) -> K
g (voor een e of i) -> Nederlandse g of ch
g (voor een a, o of u) -> gu
h -> spreek je niet uit
J -> een Nederlandse g of ch
LL -> als een Nederlandse J
CH -> tj
qu -> K

timer
1:00
CH -> tj
qu -> K
ñ -> nj
r -> rollen
rr -> nog meer rollen
u -> oe
v -> b
z -> Engelse th
Alle klinkers zijn heel open

Slide 22 - Tekstslide

Practicar a presentar

Con otro dúo

¿Hay errores de ser estar y hay?
El otro grupo escucha muy bien y escibre las errores y después las correcciones

Slide 23 - Tekstslide

1. Wat ik al goed kan is ...
2. Wat ik vandaag nieuw heb geleerd is ...
3. Wat ik nog moeilijk vind is ...

Slide 24 - Open vraag

Los deberes para el miércoles
Leren
ser, estar, hay + perfecto
vocabulario p. 26/27 (esp-hol y hol-esp)
Doen
Informatie opzoeken over kleding die de mensen droegen tijdens het feest. Moet je uitgebreid kunnen beschrijven in je presentatie.
Mag je tijdens de les niet opzoeken. OOk wat jullie zelf droegen.

Slide 25 - Tekstslide